Klasse 1 - Ontplofbare stoffen en voorwerpen.

1000 bommen en granatenWellicht denk je bij de goederen die in klasse 1 zijn ingedeeld als eerste aan vuurwerk, munitie, bommen of granaten maar er zijn nog veel meer situaties waarin stoffen van klasse 1 worden toegepast.  Bijvoorbeeld in de (wegen)bouw, bij sloopwerkzaamheden of bij bodemonderzoek.

Stoffen die in klasse 1 zijn ingedeeld  :

A - Ontplofbare stoffen: vaste of vloeibare stoffen (of mengsels van stoffen) die door een chemische reactie gassen kunnen ontwikkelen met een zodanige temperatuur en druk en met zulk een snelheid dat schade kan worden aangericht aan de omgeving.

B - Ontplofbare voorwerpen : voorwerpen die één of meer ontplofbare of pyrotechnische stoffen bevatten.

C - Stoffen en voorwerpen hierboven niet vermeld en die zijn vervaardigd om eenpraktisch explosief of een pyrotechnisch effect te veroorzaken

Elke stof die in klasse 1 is ingedeeld bestaat altijd uit een combinatie van een subklasse en een compatibiliteitsgroep

Subklassen :

Subklasse 1.1
Stoffen en voorwerpen met gevaar voor massa-explosie (een massa-explosie is een explosie die praktisch op hetzelfde ogenblik plaatsvindt in nagenoeg de gehele lading).

Subklasse 1.2
Stoffen en voorwerpen met gevaar voor scherfwerking, maar niet met gevaar voor massa-explosie.  Dit betekent dus dat bij een explosie scherven rondspatten. 

Subklasse 1.3
Bij stoffen die ingedeeld zijn in subklasse 1.3 is er risico op brand maar slechts beperkt (niet gebruikelijk) voor scherfwerking.

De stoffen die zijn ingedeeld in de subklasse 1.1, 1.2 & 1.3 moeten voorzien van het volgende etiket.

KLASSE 1 1

KLASSE 1 2KLASSE 1 3

Op de plaats van "*" hoort de compatibiliteitsgroep te worden afgedrukt.

Subklasse 1.4
Stoffen en voorwerpen die slechts een gering explosiegevaar opleveren indien ze tijdens het vervoer tot ontsteking of inleiding komen. De gevolgen blijven in hoofdzaak beperkt tot het collo en leiden niet tot scherfwerking van enige omvang of reikwijdte. Een van buitenaf inwerkende brand mag niet leiden tot een explosie op praktisch hetzelfde ogenblik van vrijwel de gehele inhoud van het collo.

Subklasse 1.5
Zeer weinig gevoelige stoffen met gevaar voor massa-explosie, die zo weinig gevoelig zijn dat er onder normale vervoersomstandigheden een zeer geringe kans bestaat op inleiding of op de overgang van verbranding naar detonatie. Als minimum voorwaarde geldt dat ze niet mogen exploderen bij de uitwendige brandproef.

Subklasse 1.6
Extreem weiniggevoelige voorwerpen, zonder gevaar voor massa-explosie. Deze voorwerpen bevatten overwegend extreem weinig gevoelige stoffen en vertonen een verwaarloosbare kans op een onbedoelde inleiding of voortplanting.

De stoffen die zin ingedeeld in subklasse 1.4, 1.5 & 1.6 moeten voorzien zijn van het volgende etiket.

KLASSE 1 4KLASSE 1 5KLASSE 1 6

Op de plaats van "*" hoort de compatibiliteitsgroep te worden afgedrukt.

Definitie van de compatibiliteitsgroepen van de stoffen en voorwerpen

A - Inleispringstof

B - Voorwerp dat een inleispringstof bevat en niet voorzien is van ten minste twee doeltreffende veiligheidsvoorzieningen. Enkele voorwerpen, zoals slagpijpjes, samengestelde slagpijpjes en slaghoedjes zijn hieronder begrepen, zelfs indien zij geen inleispringstof bevatten.

C - Voortdrijvende lading of andere deflagrerende ontplofbare stof, of voorwerp dat een dergelijke lading of stof bevat.

D - Springstof of zwart buskruit of voorwerp dat springstof bevat, zonder inleimiddel en zonder voortdrijvende lading, of voorwerp dat een inleispringstof bevat en voorzien is van ten minste twee doeltreffende veiligheidsvoorzieningen.

E - Voorwerp dat springstof bevat, zonder inleimiddel en met voort-drijvende lading (niet bestaande uit een brandbare vloeistof of brandbare gel of hypergolische vloeistoffen).

F - Voorwerp dat springstof bevat, met het eigen inleimiddel, met voortdrijvende lading (niet bestaande uit een brandbare vloeistof of brandbare gel of hypergolische vloeistoffen) of zonder voortdrijvende lading.

G - Pyrotechnische stof of voorwerp dat een pyrotechnische stof bevat, of voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als een lichtverspreidende, brandstichtende, traanverwekkende of rook producerende stof bevat, met uitzondering van een door water te activeren voorwerp of een voorwerp dat witte fosfor, fosfiden, een pyrofore stof, een brandbare vloeistof of brandbare gel of hypergolische vloeistoffen bevat.

H - Voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als witte fosfor bevat.

J - Voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als een brandbare vloeistof of brandbare gel bevat.

K - Voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als een chemische stof met giftige werking bevat.

L - Ontplofbare stof of voorwerp dat een ontplofbare stof bevat, welk(e) een bijzonder gevaar oplevert (bijv. vanwege de activering door water of vanwege de aanwezigheid van hypergolische vloeistoffen, fosfiden of een pyrofore stof), als gevolg waarvan elke soort gescheiden moet blijven.

N - Voorwerp dat overwegendextreem weinig gevoelige stoffen bevat.

S - Stof of voorwerp, zodanig verpakt of ontworpen dat alle gevaarlijke effecten ten gevolge van het onopzettelijk in werking treden beperkt blijven tot het inwendige van het collo, tenzij het collo is aangetast door brand. In dit laatste geval moeten alle effecten van luchtdruk of scherfwerking voldoende beperkt blijven, zodat ze de brandbestrijdings-of andere noodmaatregelen in de onmiddellijke omgeving van het collo niet aanmerkelijk hinderen of beletten

Klasse 9

OVER

Over Gevaarlijkestoffen.NET
Contact

Telefoon : +31 (0)850 470486
Mobiel : +31 (0)6 46855372

 

BLIJF OP DE HOOGTE
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief

© 2019 Gevaarlijkestoffen.NET