ADR Digitaal

Deel 9 - Hoofdstuk 9.5
AANVULLENDE VOORSCHRIFTEN INZAKE DE CONSTRUCTIE VAN DE OPBOUWEN VAN COMPLETE OF AFGEBOUWDE VOERTUIGEN, BESTEMD VOOR HET VERVOER VAN GEVAARLIJKE VASTE STOFFEN ALS LOSGESTORT GOED
 

9.5.1

Verwarmingssystemen op brandstof moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

  1. De schakelaar mag buiten de bestuurderscabine zijn aangebracht;
  2. De verwarming mag buiten de laadruimte kunnen worden uitgeschakeld; en
  3. De bestendigheid van de warmtewisselaar tegen een beperkte nadraaiperiode behoeft niet te worden aangetoond.

 

9.5.2

Indien het voertuig is bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen, waarvoor een etiket volgens model nr. 4.1, 4.3 of 5.1 wordt voorgeschreven, mogen in de laadruimte geen brandstoftanks, energiebronnen, inlaatopeningen voor verbrandings- of verwarmingslucht, alsmede uitmondingen van uitlaatleidingen die voor de werking van het verwarmingssysteem nodig zijn, zijn aangebracht.

Het moet zeker gesteld zijn dat de uitlaat voor verwarmingslucht niet door de lading kan worden geblokkeerd.

De temperatuur waarop de lading wordt verwarmd mag niet meer bedragen dan 50 oC. Verwarmingssystemen die binnen de laadruimten zijn aangebracht, moeten zodanig zijn ontworpen dat zij, indien zij in bedrijf zijn, ontsteking van een explosieve atmosfeer voorkomen.

 

9.5.3

De opbouwen van voertuigen, bestemd voor het vervoer van gevaarlijke vaste stoffen als losgestort goed, moeten voldoen, indien van toepassing, aan de voorschriften van de hoofdstukken 6.11 en 7.3 inclusief die van 7.3.2 of 7.3.3 die volgens de aanduidingen in respectievelijk de kolommen (10) of (17) van tabel A van hoofdstuk 3.2 voor een bepaalde stof van toepassing kunnen zijn.

 

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief