ADR Digitaal

Deel 6 - Hoofdstuk 6.6

VOORSCHRIFTEN VOOR DE CONSTRUCTIE EN DE BEPROEVING VAN GROTE VERPAKKINGEN

 

6.6.1

Algemeen

6.6.1.1

De voorschriften van dit hoofdstuk gelden niet voor:

  • verpakkingen voor klasse 2, met uitzondering van verpakkingen voor voorwerpen met inbegrip van spuitbussen;
  • verpakkingen voor klasse 6.2, met uitzondering van grote verpakkingen voor ziekenhuisafval met UN-nummer 3291;
  • colli van klasse 7 die radioactieve stoffen bevatten.

 

6.6.1.2

Grote verpakkingen moeten worden vervaardigd, beproefd en omgebouwd volgens een kwaliteitsborgingsprogramma dat de instemming geniet van de bevoegde autoriteit teneinde te garanderen dat elke vervaardigde of omgebouwde grote verpakking voldoet aan de voorschriften van dit hoofdstuk.

Opmerking: ISO 16106:2006 “Verpakkingen - Transportverpakkingen voor gevaarlijke goederen - Gevaarlijke goederen verpakkingen, stortgoedhouders en grote verpakkingen - Richtlijnen voor de toepassing van ISO 9001” verschaft acceptabele adviezen voor de procedures die toegepast mogen worden.

 

6.6.1.3

De specifieke voorschriften voor grote verpakkingen in 6.6.4 zijn gebaseerd op grote verpakkingen die momenteel gebruikt worden.

Teneinde rekening te houden met vooruitgang in de wetenschap en technologie, is er geen bezwaar tegen het gebruik van grote verpakkingen met specificaties die verschillen van die in 6.6.4, onder voorwaarde dat zij even effectief zijn, aanvaardbaar voor de bevoegde autoriteit en in staat de in 6.6.5 beschreven proeven te doorstaan.

Andere beproevingsmethoden dan die welke in het ADR beschreven zijn, zijn aanvaardbaar, mits zij gelijkwaardig zijn en door de bevoegde autoriteit erkend worden.

 

6.6.1.4

Fabrikanten en navolgende distributeurs van verpakkingen moeten informatie verschaffen met betrekking tot de te volgen procedures alsmede een omschrijving leveren van de typen en afmetingen van de sluitingen (met inbegrip van vereiste pakkingen) en alle andere bestanddelen die nodig zijn om te waarborgen dat colli zoals die ten vervoer aangeboden worden, in staat zijn de van toepassing zijnde prestatiebeproevingen van dit hoofdstuk te doorstaan.

 

6.6.2

Code voor het aanduiden van typen grote verpakkingen

6.6.2.1

De code die voor grote verpakkingen wordt gebruikt, bestaat uit:

  1. a) twee Arabische cijfers:\
    • 50 voor stijve grote verpakkingen; of
    • 51 voor flexibele grote verpakkingen; en
  2. een Latijnse hoofdletter die de aard van het materiaal aangeeft, zoals hout, staal, enz. De gebruikte hoofdletters moeten de in 6.1.2.6 getoonde zijn

 

6.6.2.2

De code voor een grote verpakking kan gevolgd worden door de letter "T" of de letter "W". De letter "T" duidt op een grote bergingsverpakking die in overeenstemming is met de voorschriften van 6.6.5.1.9. De letter "W" geeft aan dat de grote verpakking, hoewel van hetzelfde type als aangegeven door de code, vervaardigd is naar een specificatie die verschilt van die welke in 6.6.4 vermeld zijn en die overeenkomstig de voorschriften in 6.6.1.3 als gelijkwaardig wordt beschouwd.

 

6.6.3

Kenmerk

6.6.3.1

Basiskenmerk: Elke grote verpakking die voor gebruik overeenkomstig de voorschriften van het ADR vervaardigd en bestemd is, moet zijn voorzien van duurzame en duidelijk leesbare kenmerken die zijn aangebracht op een goed zichtbare plaats. De letters, cijfers en symbolen moeten ten minste 12 mm hoog zijn en het volgende weergeven:

  1. het verpakkingssymbool van de Verenigde Naties: 6.1.3.1 1
    Dit symbool mag voor geen enkel ander doel worden gebruikt dan te verklaren dat een verpakking, een flexibele bulkcontainer, een transporttank of een MEGC voldoet aan de desbetreffende voorschriften van hoofdstuk 6.1, 6.2, 6.3, 6.5, 6.6, 6.7 of 6.11.

    Bij metalen grote verpakkingen waarop de kenmerken door inslaan of inpersen worden aangebracht, mogen in plaats van het symbool de hoofdletters “UN” worden gebruikt;

  2. het getal "50", die een stijve grote verpakking aangeeft of "51", voor flexibele grote verpakkingen, gevolgd door het materiaaltype volgens 6.5.1.4.1 b);

  3. een hoofdletter die de verpakkingsgroep(en) aangeeft, waarvoor het ontwerptype is goedgekeurd:
    X voor de verpakkingsgroepen I, II en III
    Y voor de verpakkingsgroepen II en III
    Z alleen voor verpakkingsgroep III;

  4. de maand en het jaar (laatste twee cijfers) van fabricage;

  5. de Staat van toekenning van het kenmerk, aangeduid met het onderscheidingsteken gebruikt op motorvoertuigen in het internationale wegverkeer*;

  6. de naam of het merkteken van de fabrikant en een ander identificatiemerk van de grote verpakking, vastgesteld door de bevoegde autoriteit;

  7. de belasting in kg, waarmee de stapelproef is uitgevoerd. Bij grote verpakkingen die niet zijn ontworpen om te worden gestapeld, moet het cijfer "0" worden aangegeven;

  8. de grootste toelaatbare bruto massa in kg.

De hierboven voorgeschreven gegevens van het basiskenmerk moeten in bovengenoemde volgorde worden aangebracht.

Elk kenmerk, aangebracht overeenkomstig a) t/m h), moet duidelijk van de andere elementen worden gescheiden, bijvoorbeeld door een schuine streep of spatie, om gemakkelijk herkenbaar te zijn.

 

* Onderscheidingsteken van de Staat van inschrijving gebruikt op motorvoertuigen en aanhangwagens in het internationale wegverkeer, bv. overeenkomstig het Verdrag van Genève inzake het wegverkeer (1949) of het Verdrag van Wenen inzake het wegverkeer (1968).

 

6.6.3.2

Voorbeelden van kenmerken:

6.6.3.2 1 

 

 

Voor een grote stalen ver- pakking die geschikt is voor stapeling; stapelingsbelasting: 2500 kg; maximale bruto massa: 1000 kg.

6.6.3.2 2 

 

 

Voor een grote kunststof ver-pakking die niet geschikt is voor stapeling; maximale bruto massa: 800 kg.

6.6.3.2 3 

 

 

Voor een grote flexibele ver-pakking die niet geschikt is voor stapeling; maximale bruto massa: 500 kg.

6.6.3.2 4 

 

 

Voor een grote stalen bergings-verpakking die geschikt is voor stapeling; stapelingsbelasting: 2500 kg; maximale bruto massa: 1000 kg

 

 

6.6.3.3

De hoogste toegestane stapelbelasting, van toepassing wanneer de grote verpakking in gebruik is, moet worden weergegeven op een symbool zoals getoond in figuur 6.6.3.3.1 of figuur 6.6.3.3.2. Het symbool moet duurzaam en duidelijk zichtbaar zijn.

 

figuur 6.6.3.3.1

6.5.2.2.2 figuur 1

figuur 6.6.3.3.2

6.5.2.2.2 figuur 2

De minimale afmetingen moeten 100 mm bij 100 mm zijn. De letters en cijfers die de massa aanduiden, moeten ten minste 12 mm hoog zijn. Het door de afmetingspijltjes aangegeven afdrukbereik moet vierkant zijn. Wanneer geen afmetingen zijn aangegeven, moeten alle kenmerken bij benadering in verhouding zijn tot de getoonde kenmerken. De boven het symbool vermelde massa mag de belasting aangebracht bij de beproeving van het ontwerptype (zie 6.6.5.3.3.4), gedeeld door 1,8, niet overschrijden.

 

6.6.4

Bijzondere voorschriften voor grote verpakkingen

6.6.4.1

Bijzondere voorschriften voor metalen grote verpakkingen

  • 50A staal
  • 50B aluminium
  • 50N metaal (met uitzondering van staal of aluminium)

 

6.6.4.1.1

De verpakkingslichamen moeten zijn vervaardigd van geschikte, vervormbare metaalsoorten, waarvan de geschiktheid voor het lassen voldoende is aangetoond.

De lassen moeten volgens de regels der techniek zijn uitgevoerd en alle waarborgen van veiligheid bieden.

In voorkomend geval moet rekening worden gehouden met het prestatievermogen bij lage temperaturen.

 

6.6.4.1.2

Er moet voor worden gezorgd, dat beschadigingen door galvanische werking, ten gevolge van het tegen elkaar liggen van verschillende metalen, worden vermeden.

 

6.6.4.2

Bijzondere voorschriften voor grote verpakkingen van flexibel materiaal

  • 51H flexibele kunststof
  • 51M flexibel papier

 

6.6.4.2.1

De grote verpakkingen moeten van geschikte materialen worden vervaardigd. De sterkte van het materiaal en de vervaardiging van de flexibele grote verpakking moeten verband houden met de inhoud en met het gebruik, waarvoor deze bestemd is.

6.6.4.2.2

Alle materialen die worden gebruikt voor de vervaardiging van de flexibele grote verpakkingen van de typen 51M, moeten, na een volledige onderdompeling in water gedurende ten minste 24 uren, nog ten minste 85% van de treksterkte bezitten, die aanvankelijk gemeten werd na conditionering van het materiaal bij een relatieve vochtigheid van 67% of lager.

 

6.6.4.2.3

De naden moeten tot stand gebracht worden door naaien, lassen met warmte, lijmen of andere gelijkwaardige methoden.

Alle uiteinden van genaaide verbindingen moeten geborgd worden.

 

6.6.4.2.4

Flexibele grote verpakkingen moeten voldoende bestand zijn tegen veroudering en degradatie, veroorzaakt door ultraviolette straling, klimatologische omstandigheden of de vervoerde stof, zodat ze voor het bedoelde gebruik geschikt zijn.

 

6.6.4.2.5

Indien bescherming tegen ultraviolette straling noodzakelijk is voor flexibele grote verpakkingen van kunststof, dan dient dit te geschieden door toevoeging van roet of andere geschikte kleurstoffen of inhibitoren.

Deze toevoegingen moeten met de inhoud verenigbaar zijn en moeten gedurende de gehele gebruiksduur van het verpakkingslichaam werkzaam blijven.

Bij gebruik van roet, pigmenten of inhibitoren die verschillen van die, welke gebruikt zijn voor de fabricage van het beproefde ontwerptype, kan er van worden afgezien om opnieuw te beproeven, indien het gewijzigde gehalte aan roet, kleurstoffen of inhibitoren de fysische eigenschappen van het materiaal niet op ongunstige wijze beïnvloedt.

 

6.6.4.2.6

Aan het materiaal van het verpakkingslichaam mogen additieven worden toegevoegd om de weerstand tegen veroudering te verbeteren of voor andere doeleinden, onder voorwaarde dat deze de fysische of chemische eigenschappen van het materiaal niet op ongunstige wijze beïnvloeden.

 

6.6.4.2.7

In gevulde toestand mag de verhouding van hoogte tot breedte van de grote verpakking 2:1 niet overschrijden.

 

6.6.4.3

Bijzondere voorschriften voor grote verpakkingen van kunststof

  • 50H stijve kunststof

 

6.6.4.3.1

De grote verpakking moet zijn vervaardigd van een geschikt kunststof materiaal waarvan de specificaties bekend zijn en waarvan de sterkte samenhangt met de inhoud en het bedoelde gebruik.

Dit materiaal moet voldoende resistent zijn tegen veroudering en degradatie, veroorzaakt door de vervoerde stof of indien van toepassing door ultraviolette straling.

In voorkomend geval moet rekening worden gehouden met het prestatievermogen bij lage temperaturen.

Iedere vorm van permeatie van de stof mag onder normale vervoersomstandigheden geen gevaar opleveren.

 

6.6.4.3.2

Indien bescherming tegen ultraviolette straling noodzakelijk is, dan moet dit geschieden door toevoeging van roet of andere geschikte kleurstoffen of inhibitoren.

Deze toevoegingen moeten met de inhoud verenigbaar zijn en zij moeten gedurende de gehele toegestane gebruiksduur van het verpakkingslichaam werkzaam blijven.

Bij gebruik van roet, pigmenten of inhibitoren, die verschillen van die, welke gebruikt zijn voor de fabricage van het beproefde ontwerptype, kan ervan worden afgezien, om opnieuw te beproeven, indien het gehalte roet, kleurstof of inhibitoren geen ongunstige invloed heeft op de fysische eigenschappen van het constructiemateriaal.

 

6.6.4.3.3

Aan het materiaal van de grote verpakking mogen additieven worden toegevoegd om de weerstand tegen veroudering te verbeteren of voor andere doeleinden, onder voorwaarde dat deze de fysische of chemische eigenschappen van het materiaal niet op ongunstige wijze beïnvloeden.

 

6.6.4.4

Bijzondere voorschriften voor grote verpakkingen van karton

  • 50G stijf karton

 

6.6.4.4.1

De grote verpakking moet zijn vervaardigd van massief karton of van golfkarton (met één of meer golflagen), van goede kwaliteit, dat geschikt is voor de inhoud van de grote verpakking en het gebruik, waarvoor deze bestemd is.

De waterbestendigheid van het buitenoppervlak moet zodanig zijn, dat de massatoename, gemeten bij een beproeving ter vaststelling van de absorptie van water gedurende 30 minuten volgens de methode van Cobb, niet meer bedraagt dan 155 g/m2 zie norm ISO 535:1991.

Het karton moet geschikt zijn om zonder breuk gevouwen te kunnen worden. Het karton moet op zodanige wijze zijn gesneden, zonder kerf zijn gerild en voorzien van een sleuf, dat bij het in elkaar zetten geen breuk optreedt en dat het oppervlak niet scheurt of teveel opbolt.

De golflagen van het karton moeten stevig aan de vlakke lagen zijn gelijmd.

 

6.6.4.4.2

De wanden alsmede het deksel en de bodem moeten een weerstand bezitten tegen perforatie van ten minste 15 J, gemeten volgens norm ISO 3036:1975.

 

6.6.4.4.3

De naden van de buitenverpakking van grote verpakkingen moeten zijn voorzien van voldoende overlapping en zij moeten met kleefband worden geplakt, of uitgevoerd zijn met een gelijmde of met metalen nieten gehechte verbinding of met andere tenminste even werkzame middelen.

Indien de verbinding door lijmen of met kleefband wordt uitgevoerd, moet de lijm waterbestendig zijn.

Metalen nieten moeten door alle te verbinden delen gaan en zij moeten zodanig worden gebruikt of worden beschermd dat zij de binnenzak niet kunnen afschuren of doorboren.

 

6.6.4.4.4

Een palletconstructie die onverbrekelijk met de grote verpakking is verbonden of een afneembare pallet moet geschikt zijn voor mechanische behandeling van de grote verpakking die tot de grootste toelaatbare bruto massa is gevuld.

 

6.6.4.4.5

De pallet of de geïntegreerde palletconstructie moet zo worden ontworpen dat uitstekende delen aan de bodem van de grote verpakking, die bij de behandeling tot schade zouden kunnen leiden, worden vermeden.

 

6.6.4.4.6

Het verpakkingslichaam moet aan een afneembare pallet zijn bevestigd, om de stabiliteit bij de behandeling en het vervoer te verzekeren.

Indien een afneembare pallet wordt gebruikt, moet het bovenoppervlak vrij zijn van uitsteeksels die de grote verpakking kunnen beschadigen.

 

6.6.4.4.7

Het is toegestaan gebruik te maken van versterkingsinrichtingen, zoals houten stutten, bedoeld om het stapelvermogen te vergroten, maar zij moeten buiten de binnenzak zijn aangebracht.

 

6.6.4.4.8

Indien de grote verpakkingen bedoeld zijn om te worden gestapeld, moet het dragende oppervlak zodanig worden uitgevoerd dat de belasting op veilige wijze wordt verdeeld.

 

6.6.4.5

Bijzondere voorschriften voor grote verpakkingen van hout

  • 50C natuurlijk hout
  • 50D gelamineerd hout
  • 50F houtvezelmateriaal

 

6.6.4.5.1

De sterkte van de gebruikte materialen en de wijze van constructie van de grote verpakkingen moeten samenhangen met de inhoud en het bedoelde gebruik.

 

6.6.4.5.2

Grote verpakkingen van natuurlijk hout moeten zijn vervaardigd van goed gedroogd hout, vochtvrij volgens handelskwaliteit en vrij van gebreken, die de sterkte van de diverse onderdelen van de grote verpakkingen merkbaar kunnen verminderen.

Elk onderdeel van de grote verpakking moet bestaan uit één stuk of gelijkwaardig daaraan zijn.

Onderdelen worden beschouwd gelijkwaardig te zijn aan onderdelen uit één stuk, indien zij volgens een van de volgende methoden zijn samengevoegd: lijmverbindingen volgens een geschikten methode [bv. Lindermann-(zwaluwstaart)verbinding, messing en groefverbinding, overlappende verbinding], stompe verbinding met ten minste twee gegolfde metalen krammen voor elke verbinding, of andere, tenminste gelijkwaardige methoden.

 

6.6.4.5.3

Grote verpakkingen van gelamineerd hout moeten uit ten minste 3 lagen bestaan.

Zij moeten zijn vervaardigd van goed gedroogde bladen fineer, verkregen door afschillen, snijden of zagen, vochtvrij volgens handelskwaliteit, en vrij van gebreken, die de sterkte van de grote verpakking merkbaar zouden kunnen verminderen.

De afzonderlijke lagen moeten met een waterbestendige lijm op elkaar worden gelijmd. Voor de fabricage van de grote verpakkingen mogen tezamen met gelamineerd hout ook andere geschikte materialen worden gebruikt.

 

6.6.4.5.4

Grote verpakkingen van houtvezelmateriaal moeten zijn vervaardigd van waterbestendig houtvezelmateriaal zoals hardboard, spaanplaat of een ander geschikt type.

 

6.6.4.5.5

De grote verpakkingen moeten aan de hoeklijsten of uiteinden stevig zijn gespijkerd of vastgemaakt of in elkaar gezet met andere gelijkwaardige en eveneens geschikte middelen.

 

6.6.4.5.6

Een palletconstructie die onverbrekelijk met de grote verpakking is verbonden of een afneembare pallet moet geschikt zijn voor mechanische behandeling van de grote verpakking die tot de hoogst toelaatbare bruto massa is gevuld.

 

6.6.4.5.7

De pallet of de geïntegreerde palletconstructie moet zo zijn ontworpen dat uitstekende delen aan de bodem van de grote verpakking, die bij de behandeling tot schade zouden kunnen leiden, worden vermeden.

 

6.6.4.5.8

Het verpakkingslichaam moet aan een afneembare pallet zijn bevestigd, om de stabiliteit bij de behandeling en het vervoer te verzekeren. Indien een afneembare pallet wordt gebruikt, moet het bovenoppervlak ervan vrij zijn van uitsteeksels die de grote verpakking kunnen beschadigen.

 

6.6.4.5.9

Het is toegestaan gebruik te maken van versterkingsinrichtingen, zoals houten stutten, bedoeld om het stapelvermogen te vergroten, maar zij moeten buiten de binnenzak zijn aangebracht.

 

6.6.4.5.10

Indien de grote verpakkingen ontworpen zijn om te worden gestapeld, dan moet het dragende oppervlak zodanig worden uitgevoerd dat de belasting op veilige wijze wordt verdeeld.

 

6.6.5

Beproevingsvoorschriften voor grote verpakkingen

6.6.5.1

Uitvoering en frequentie van de beproevingen

6.6.5.1.1

Van elke grote verpakking moet het ontwerptype worden beproefd volgens 6.6.5.3, overeenkomstig procedures, vastgelegd door de bevoegde autoriteit, die toestaat het kenmerk toe te kennen, en moet worden goedgekeurd door deze bevoegde autoriteit.

 

6.6.5.1.2

Vóór ingebruikneming van een grote verpakking moet elk ontwerptype van een grote verpakking met goed gevolg de beproevingen, voorgeschreven in dit hoofdstuk, doorstaan.

Het ontwerptype van de grote verpakking wordt bepaald door het ontwerp, de grootte, het gebruikte materiaal en de dikte, de wijze van fabricage en assemblage, maar het kan ook diverse oppervlaktebehandelingen omvatten.

Het omvat ook grote verpakkingen, die van het ontwerptype slechts afwijken door een lagere hoogte van het ontwerp.

 

6.6.5.1.3

De beproevingen moeten bij door de bevoegde autoriteit vastgestelde tussenpozen worden herhaald met monsters uit de productie.

Indien dergelijke beproevingen worden uitgevoerd met grote verpakkingen van karton, wordt een voorbereiding onder de heersende omstandigheden beschouwd als gelijkwaardig aan de voorschriften van 6.6.5.2.4.

 

6.6.5.1.4

De beproevingen moeten tevens worden herhaald na elke wijziging van het ontwerp, het materiaal of van de wijze van constructie van een grote verpakking.

 

6.6.5.1.5

De bevoegde autoriteit kan akkoord gaan met de selectieve beproeving van grote verpakkingen die slechts op minder belangrijke aspecten verschillen van een reeds beproefd ontwerptype, bijv. verpakkingen met binnenverpakkingen van kleinere afmetingen of binnenverpakkingen met een kleinere netto massa; voorts grote verpakkingen waarvan één of meer van de buitenmaten iets verkleind zijn.

 

6.6.5.1.6

Gereserveerd

Opmerking: Wat betreft de voorwaarden voor het samenvoegen van verschillende binnenverpakkingen in een grote verpakking en de toegestane variaties van binnenverpakkingen, zie 4.1.1.5.1.

 

6.6.5.1.7

De bevoegde autoriteit kan op elk ogenblik eisen, dat door beproevingen volgens deze sectie wordt bewezen, dat de in serie gefabriceerde verpakkingen voldoen aan de beproevingseisen van het ontwerptype.

 

6.6.5.1.8

Onder voorwaarde dat de betrouwbaarheid van de beproevingsresultaten niet wordt verminderd en met toestemming van de bevoegde autoriteit, mogen meerdere beproevingen worden uitgevoerd met één monster.

 

6.6.5.1.9

Grote bergingsverpakkingen

Grote bergingsverpakkingen moeten worden beproefd en gekenmerkt in overeenstemming met de bepalingen die van toepassing zijn op grote verpakkingen van verpakkingsgroep II bestemd voor het vervoer van vaste stoffen of binnenverpakkingen, met uitzondering van het volgende:

  1. De voor de beproeving te gebruiken stof moet water zijn en de grote bergingsverpakkingen moeten ten minste voor 98% van hun grootste inhoud zijn gevuld. Het is toegestaan om ter verkrijging van de vereiste totale massa van het collo andere materialen erbij te gebruiken, zoals zakken met loodkorrels, mits zij zodanig worden geplaatst dat de betrouwbaarheid van de beproevingsresultaten niet wordt verminderd. Als alternatief mag bij de uitvoering van de valproef de valhoogte overeenkomstig 6.6.5.3.4.4.2 (b) worden gevarieerd;
  2. Grote bergingsverpakkingen moeten bovendien met goed gevolg aan de dichtheidsproef bij 30 kPa zijn onderworpen; de resultaten van deze beproeving moeten in het beproevingsrapport volgens 6.6.5.4 zijn weergegeven; en
  3. Grote bergingsverpakkingen moeten zijn gekenmerkt met de letter “T”, zoals aangegeven in 6.6.2.2.

 

6.6.5.2

Voorbereiding voor de beproeving

6.6.5.2.1

Beproevingen moeten worden uitgevoerd met grote verpakkingen die als voor vervoer gereed zijn gemaakt, met inbegrip van de gebruikte binnenverpakkingen of voorwerpen.

Binnenverpakkingen moeten voor vloeistoffen tot ten minste 98% van hun grootste inhoud gevuld zijn of tot 95% voor vaste stoffen.

Voor grote verpakkingen waarbij de binnenverpakkingen bestemd zijn voor het vervoer van vloeistoffen en vaste stoffen, zijn afzonderlijke beproevingen vereist voor de vaste en voor de vloeibare inhoud.

De stoffen in de binnenverpakkingen of de te vervoeren voorwerpen in de grote verpakkingen mogen door een ander materiaal of andere voorwerpen worden vervangen, tenzij de betrouwbaarheid van de beproevingsresultaten hierdoor wordt verminderd.

Indien andere binnenverpakkingen of voorwerpen worden gebruikt, moeten zij dezelfde fysische eigenschappen (massa, enz.) bezitten als de te vervoeren binnenverpakkingen of voorwerpen.

Het is toegestaan om ter verkrijging van de vereiste totale massa van het collo andere materialen erbij te gebruiken, zoals zakken met loodkorrels, mits zij zodanig worden geplaatst dat de betrouwbaarheid van de beproevingsresultaten niet wordt verminderd.

 

6.6.5.2.2

Indien voor valproeven met vloeistoffen een andere stof wordt gebruikt, dan moet deze een relatieve dichtheid en viscositeit bezitten die overeenkomen met die van de vervoerde stof. Water mag ook worden gebruikt onder de voorwaarden van 6.6.5.3.4.4 voor de valproef met vloeistoffen.

 

6.6.5.2.3

Grote verpakkingen van kunststof en grote verpakkingen die binnenverpakkingen van kunststof bevatten met uitzondering van zakken bestemd voor vaste stoffen of voorwerpen moeten onderworpen worden aan een valproef nadat de temperatuur van het proefmonster en zijn inhoud is verminderd tot -18 oC of lager.

Deze conditionering mag achterwege gelaten worden gelaten als de vervormbaarheid en de treksterkte van de betrokken materialen bij lage temperaturen voldoende zijn.

Wanneer proefmonsters op deze wijze worden geconditioneerd conditionering in 6.6.5.2.4 achterwege worden gelaten.

Zonodig, moeten beproevingsvloeistoffen in vloeibare toestand worden gehouden door de toevoeging van antivries.

 

6.6.5.2.4

Grote verpakkingen van karton moeten ten minste 24 uur worden geconditioneerd in een klimaat waarbij temperatuur en relatieve vochtigheid beheerst worden.

Er zijn drie mogelijkheden, waarvan één gekozen moet worden:

Bij voorkeur is het klimaat 23 ºC ± 2 ºC en 50% ± 2% relatieve vochtigheid.

De twee andere mogelijkheden zijn: 20 ºC ± 2 ºC en 65% ± 2% relatieve vochtigheid; of 27 ºC ± 2 ºC en 65% ± 2% relatieve vochtigheid.

Opmerking: De gemiddelde waarden moeten liggen tussen deze grenswaarden.
Fluctuaties van korte duur en beperkingen inherent aan de metingen kunnen aanleiding geven tot verschillen in de afzonderlijke meetwaarden tot ± 5% voor de relatieve vochtigheid, zonder dat dit een belangrijk effect heeft op de reproduceerbaarheid van de beproevingsresultaten.

 

6.6.5.3

Beproevingsvoorschriften

6.6.5.3.1

Hefproef (onderzijde)

6.6.5.3.1.1

Toepasbaarheid

Van toepassing op alle typen grote verpakkingen die voorzien zijn van middelen om aan de onderzijde opgetild te worden, als beproeving van het ontwerptype.

 

6.6.5.3.1.2

Voorbereiding van een grote verpakking voor de beproeving
De grote verpakking moet tot 1,25 maal de grootste toelaatbare bruto massa worden beladen, onder gelijkmatige verdeling van de lading.

 

6.6.5.3.1.3

Beproevingsmethode
De grote verpakking moet tweemaal door een vorkheftruck worden opgetild en neergelaten.

De vork moet daarbij centraal worden geplaatst, met de lepels op een onderlinge afstand van ¾ maal de breedte van de insteekzijde (tenzij er vaste insteekpunten zijn).

De vork moet in de insteekrichting tot ¾ van de insteekdiepte worden ingebracht. De beproeving moet voor elke mogelijke insteekrichting herhaald worden.

 

6.6.5.3.1.4

Criteria voor het doorstaan van de beproeving
Geen blijvende vervorming die de grote verpakking voor vervoer onveilig maakt en geen verlies van inhoud.

 

6.6.5.3.2

Hefproef (bovenzijde)

6.6.5.3.2.1

Toepasbaarheid

Van toepassing op grote verpakkingen die zijn ontworpen om aan de bovenzijde te worden opgetild en die zijn voorzien van hijsmiddelen, als beproeving van het ontwerptype.

 

6.6.5.3.2.2

Voorbereiding van een grote verpakking op de beproeving

De grote verpakking moet tot twee maal haar grootste toelaatbare bruto massa beladen worden. Flexibele grote verpakkingen moeten tot zesmaal hun grootste toelaatbare bruto massa worden gevuld, waarbij de lading gelijkmatig verdeeld moet zijn.

 

6.6.5.3.2.3

Beproevingsmethode

De grote verpakking moet op de wijze waarvoor zij is ontworpen, worden gehesen totdat zij vrij is van de grond, en gedurende vijf minuten in deze positie worden gehouden.

 

6.6.5.3.2.4

Criteria voor het doorstaan van de beproeving

  1. Grote verpakkingen van metaal en stijve kunststof: geen blijvende vervorming die de grote verpakking, met inbegrip van de eventuele bodempallet, voor het vervoer onveilig maakt, en geen verlies van de inhoud.
  2. Flexibele grote verpakkingen: geen beschadiging van de grote verpakking of van de voor het heffen bedoelde voorzieningen, die de grote verpakking voor het vervoer of de behandeling onveilig maakt, en geen verlies van inhoud.

 

6.6.5.3.3

Stapelproef

6.6.5.3.3.1

Toepasbaarheid

Van toepassing op alle typen grote verpakkingen die zijn ontworpen om te worden gestapeld, als een beproeving van het ontwerptype.

 

6.6.5.3.3.2

Voorbereiding van een grote verpakking op de beproeving

De grote verpakking moet tot haar grootste toelaatbare bruto massa worden gevuld.

 

6.6.5.3.3.3

Beproevingsmethode

De grote verpakking moet met de onderzijde op een horizontale, harde ondergrond worden geplaatst en moet worden blootgesteld aan een gelijkmatig verdeelde, op de bovenzijde aangebrachte proefbelasting (zie 6.6.5.3.3.4) gedurende een periode van ten minste vijf minuten en ingeval van grote verpakkingen van hout, karton en kunststof gedurende 24 uur.

 

6.6.5.3.3.4

Berekening van de op de bovenzijde aangebrachte proefbelasting

De op de grote verpakking aan te brengen belasting moet gelijk zijn aan 1,8 maal de totale grootste toelaatbare bruto massa van het aantal gelijksoortige grote verpakkingen die tijdens het vervoer op de grote verpakking gestapeld kunnen worden.

 

6.6.5.3.3.5

Criteria voor het doorstaan van de beproeving

  1. Grote verpakkingen, met uitzondering van flexibele grote verpakkingen: geen blijvende vervorming van de grote verpakking, met inbegrip van de eventuele bodempallet, voor het vervoer onveilig maakt, en geen verlies van de inhoud;
  2. flexibele grote verpakkingen: geen beschadiging van het verpakkingslichaam, die de grote verpakking voor het vervoer onveilig maakt, en geen verlies van inhoud.

 

6.6.5.3.4

Valproef

6.6.5.3.4.1

Toepasbaarheid
Van toepassing op alle typen grote verpakkingen, als beproeving van het ontwerptype.

 

6.6.5.3.4.2

Voorbereiding van een grote verpakking op de beproeving

De grote verpakking moet worden gevuld volgens 6.6.5.2.1.

 

6.6.5.3.4.3

Beproevingsmethode

De grote verpakking moet vallen op een niet-veerkrachtig, horizontaal, vlak, massief en stijf oppervlak in overeenstemming met de voorschriften van 6.1.5.3.4, op een zodanige wijze dat gegarandeerd wordt dat de plaats waar de grote verpakking getroffen wordt, het als meest kwetsbaar beschouwde gedeelte van de onderzijde van de grote verpakking is.

 

6.6.5.3.4.4

Valhoogte

Opmerking: Grote verpakkingen voor stoffen en voorwerpen van klasse 1 moeten worden beproefd op het prestatieniveau van verpakkingsgroep II.

 

6.6.5.3.4.4.1

Voor binnenverpakkingen die vaste of vloeibare stoffen of voorwerpen bevatten, indien de beproeving wordt uitgevoerd met de te vervoeren vaste stof, vloeistof of voorwerpen, of met een andere stof of voorwerp die/dat in essentie dezelfde eigenschappen bezit:

Verpakkingsgroep I Verpakkingsgroep II Verpakkingsgroep III
1,8 m 1,2 m 0,8 m

 

6.6.5.3.4.4.2

Voor binnenverpakkingen die vloeistoffen bevatten, indien de beproeving wordt uitgevoerd met water:

  1. indien de te vervoeren stoffen een relatieve dichtheid bezitten die 1,2 niet overschrijdt:
Verpakkingsgroep I Verpakkingsgroep II Verpakkingsgroep III
1,8 m 1,2 m 0,8 m
  1. indien de vervoeren stoffen een relatieve dichtheid bezitten die 1,2 overschrijdt, moet de valhoogte als volgt worden berekend op grond van de relatieve dichtheid (d) van de te vervoeren stof, naar boven afgerond op de eerste decimaal:
Verpakkingsgroep I Verpakkingsgroep II Verpakkingsgroep III
D ´1,5 (m) d ´ 1,0 (m) d ´ 0,67 (m)”

 

6.6.5.3.4.5

Criteria voor het doorstaan van de beproeving

6.6.5.3.4.5.1

De grote verpakking mag geen beschadigingen vertonen, die de veiligheid van het vervoer in gevaar kunnen brengen. Er mag geen lekkage van de inhoud van de binnenverpakking(en) of voorwerp(en) optreden.

 

6.6.5.3.4.5.2

Grote verpakkingen voor goederen van klasse 1 mogen geen breuk vertonen, die het uit de buitenverpakking treden van vrijgekomen ontplofbare stoffen of voorwerpen mogelijk maakt.

 

6.6.5.3.4.5.3

Indien een grote verpakking een valproef, ondergaat, doorstaat het monster de beproeving indien de gehele inhoud in de verpakking blijft, zelfs al is de sluiting niet langer stofdicht.

 

6.6.5.4

Certificering en beproevingsrapport

6.6.5.4.1

Met betrekking tot elk ontwerptype van een grote verpakking moet een certificaat en kenmerk (volgens 6.6.3) worden afgegeven waaruit blijkt dat het ontwerptype met inbegrip van zijn uitrusting aan de beproevingseisen voldoet.

 

6.6.5.4.2

Van de beproeving moet een rapport gemaakt worden, dat tenminste de volgende gegevens moet bevatten en dat aan de gebruikers van de grote verpakking ter beschikking gesteld moet worden:

  1. Naam en adres van de beproevingsinstantie;
  2. Naam en adres van de opdrachtgever (indien nodig);
  3. Uniek identificatienummer van het beproevingsrapport;
  4. Datum van het beproevingsrapport;
  5. Fabrikant van de grote verpakking;
  6. Beschrijving van het ontwerptype van de grote verpakking (bv. afmetingen, materialen, sluitingen, wanddikte, enz.) en/of foto('s);
  7. Grootste inhoud / grootste toelaatbare bruto massa;
  8. Eigenschappen van de voor de beproeving gebruikte inhoud, zoals typen en omschrijvingen van gebruikte binnenverpakkingen of voorwerpen;
  9. Beschrijving en resultaat van de beproevingen;
  10. Het beproevingsrapport moet worden ondertekend met de naam en de functionele benaming van de ondertekenaar.

 

6.6.5.4.3

Het beproevingsrapport moet een verklaring bevatten dat de grote verpakking, als voor vervoer gereedgemaakt, is beproefd in overeenstemming met de overeenkomstige voorschriften van dit hoofdstuk en dat dit beproevingsrapport door gebruik van andere verpakkingsmethoden of bestanddelen van de verpakking ongeldig kan worden. Een exemplaar van het beproevingsrapport moet beschikbaar zijn voor de bevoegde autoriteit.

 

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief