ADR Digitaal

Deel 5 - Hoofdstuk 5.4

Documentatie

 

5.4       Documentatie
5.4.0       Algemeen
5.4.1       Vervoersdocument voor gevaarlijke goederen en daarmee samenhangende informatie
5.4.1.1       Algemene informatie, die in het vervoersdocument moet staan
5.4.1.1.3       Bijzondere bepalingen voor afvalstoffen
5.4.1.1.5       Bijzondere bepalingen voor bergingsverpakkingen en bergingsdrukhouders
5.4.1.1.6       Bijzondere bepalingen voor lege, ongereinigde middelen van omsluiting
5.4.1.1.7       Bijzondere bepalingen voor vervoer in een transportketen die vervoer over zee of door de lucht omvat
5.4.1.1.11       Bijzondere bepalingen voor het vervoer van IBC's, tanks, batterijwagens of transporttanks en MEGC’s na het verstrijken van de termijn voor de laatste periodieke beproeving of inspectie
5.4.1.1.13       Bijzondere bepalingen voor het vervoer in tankwagens met meerdere compartimenten of in transporteenheden met meer dan één tank.
5.4.1.1.14       Bijzondere bepalingen voor het vervoer van stoffen die bij verhoogde temperatuur vervoerd worden
5.4.1.1.15       Bijzondere bepalingen voor het vervoer van stoffen die door middel van temperatuurbeheersing gestabiliseerd zijn
5.4.1.1.16       Informatie vereist volgens bijzondere bepaling 640 in hoofdstuk 3.3
5.4.1.1.17       Bijzondere bepalingen voor het vervoer van vaste stoffen in bulkcontainers conform 6.11.4
5.4.1.1.18       Bijzondere bepalingen voor het vervoer van milieugevaarlijke stoffen (aquatisch milieu)
5.4.1.1.19       Bijzondere bepalingen voor het vervoer van afgedankte verpakkingen, leeg, ongereinigd (UN 3509)

5.4.0

Algemeen

5.4.0.1

Tenzij anders aangegeven moet bij elk vervoer van goederen, geregeld door het ADR, indien van toepassing, de documentatie aanwezig zijn voorgeschreven in dit hoofdstuk.

Opmerking: Wat betreft de lijst van aan boord van transporteenheden mee te voeren documenten, zie 8.1.2

 

5.4.0.2

Het gebruik van technieken als elektronische gegevensverwerking (EDP, Electronic Data Processing) of elektronische gegevensuitwisseling (EDI, Electronic Data Interchange) als hulpmiddel bij of in plaats van papieren documenten is toegestaan, onder voorwaarde dat de voor het vastleggen, de opslag en de verwerking van elektronische gegevens gebruikte procedures voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de waarde aangaande bewijskracht en beschikbaarheid van gegevens tijdens het vervoer op een wijze, die ten minste gelijkwaardig is aan die van papieren documenten.

 

5.4.0.3

Indien de informatie over het vervoer van gevaarlijke goederen aan de vervoerder wordt verstrekt door middel van EDP- of EDI-technieken, moet de afzender in staat zijn de informatie aan de vervoerder te verstrekken als een papieren document, met de informatie in de volgorde zoals voorgeschreven in dit hoofdstuk.

 

5.4.1

Vervoersdocument voor gevaarlijke goederen en daarmee samenhangende informatie

5.4.1.1

Algemene informatie, die in het vervoersdocument moet staan

5.4.1.1.1

Het (de) vervoersdocument(en) moet(en) de volgende informatie bevatten met betrekking tot alle ten vervoer aangeboden gevaarlijke stoffen of voorwerpen:

  1. het UN-nummer, voorafgegaan door de letters “UN”;
  2. de juiste vervoersnaam, aangevuld met, voor zover van toepassing (zie 3.1.2.8.1), de technische benaming tussen haakjes (zie 3.1.2.8.1.1), zoals vastgesteld volgens 3.1.2;
    • voor stoffen en voorwerpen van klasse 1: de in kolom (3b) van tabel A in hoofdstuk 3.2
      aangegeven classificatiecode.
      Indien in kolom (5) van tabel A van hoofdstuk 3.2 andere modelnummers van etiketten dan 1, 1.4, 1.5 en 1.6 zijn aangegeven, dan moeten deze modelnummers van etiketten na de classificatiecode tussen haakjes worden aangegeven;
    • voor radioactieve stoffen van klasse 7: het nummer van de klasse “7”;
      Opmerking: Zie voor radioactieve stoffen met een bijkomend gevaar ook hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 172.
    • voor lithiumbatterijen van de UN-nummers 3090, 3091, 3480 en 3481: het nummer van de klasse “9”;
    • voor overige stoffen en voorwerpen: de modelnummers van etiketten, aangegeven in kolom (5) van tabel A in hoofdstuk 3.2 of van toepassing op grond van een bijzondere bepaling waarnaar in kolom (6) wordt verwezen. Indien meer dan één modelnummer van etiketten wordt gegeven, moeten de nummers volgende op het eerste nummer tussen haakjes worden aangegeven. Bij stoffen en voorwerpen, waarvoor in kolom (5) van Tabel A in hoofdstuk 3.2 geen modelnummer van etiketten is aangegeven, moet in plaats daarvan de klasse conform kolom (3a) worden vermeld;
  3. indien toegewezen, de verpakkingsgroep voor de stof, die mag worden voorafgegaan door de letters “VG” (bijv. “VG II”), of de hoofdletters in overeenstemming met het woord “Verpakkingsgroep” in de volgens 5.4.1.4.1 gebruikte talen;
    Opmerking: Bij radioactieve stoffen van klasse 7 met bijkomend gevaar zie bijzondere bepaling 172 (d) van hoofdstuk 3.3.
  4. het aantal en de beschrijving van de colli, voor zover van toepassing. UN-verpakkingscodes mogen uitsluitend worden gebruikt als aanvulling op de beschrijving van de soort verpakking [bijv. één kist (4G)];
    Opmerking: Het is niet vereist dat het aantal, het type en de inhoud van elke binnenverpakking binnen de buitenverpakking van een samengestelde verpakking wordt aangegeven.
  5. de totale hoeveelheid van elke gevaarlijke stof die voorzien is van een verschillend(e) UN-nummer, juiste vervoersnaam of, voor zover van toepassing, verpakkingsgroep (uitgedrukt in volume of bruto massa, of in netto massa, al naar gelang);

    Opmerking 1: In het geval van beoogde toepassing van 1.1.3.6 moet in het vervoersdocument voor elke vervoerscategorie de totale hoeveelheid en de berekende waarde van de gevaarlijke stoffen aangegeven worden in overeenstemming met 1.1.3.6.3 en 1.1.3.6.4.
    Opmerking 2: Voor gevaarlijke stoffen in machines of uitrusting, gespecificeerd in deze Bijlage, moet de totale hoeveelheid daarin aanwezige gevaarlijke goederen in liters of kilogrammen, al naar gelang, worden aangegeven.
  6. de naam en het adres van de afzender;
  7. de naam en het adres van de geadresseerde(n). Indien de bevoegde autoriteiten van de bij het vervoer betrokken landen hiermee akkoord gaan, mogen in plaats hiervan, indien gevaarlijke goederen worden vervoerd om te worden afgeleverd bij diverse geadresseerden die niet geïdentificeerd kunnen worden bij het begin van het vervoer, de woorden “Levering Verkoop” worden aangegeven;
  8. een verklaring zoals onder de voorwaarden van een eventuele bijzondere overeenkomst vereist wordt.
  9. (Gereserveerd)
  10. voor zover toegewezen, de code voor beperkingen in tunnels, aangegeven in kolom (15) van tabel A van hoofdstuk 3.2, in hoofdletters tussen haakjes. De code voor beperkingen in tunnels hoeft niet in het vervoersdocument te worden toegevoegd indien van tevoren bekend is dat het vervoer niet door een tunnel met beperkingen voor het vervoer van gevaarlijke
    goederen zal gaan.

De plaats en de volgorde waarin de vereiste informatiebestanddelen in het vervoersdocument voorkomen, wordt vrijgelaten; a), b), c), d en k) moeten echter worden aangegeven in de hierboven genoemde volgorde [d.w.z. a), b), c), d), k)], zonder tussengevoegde andere informatie, tenzij het ADR anders bepaalt. Voorbeelden van dergelijke toegestane omschrijvingen van gevaarlijke goederen zijn:

“UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), I , (C/D)” of
“UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), VG I, (C/D)”

 

5.4.1.1.2

De op een vervoersdocument vereiste informatie moet leesbaar zijn.

Hoewel in hoofdstuk 3.1 en in tabel A in hoofdstuk 3.2 hoofdletters worden gebruikt om de elementen aan te geven die in de juiste vervoersnaam moeten voorkomen en hoewel in dit hoofdstuk hoofdletters en kleine letters worden gebruikt om de in het vervoersdocument vereiste informatie aan te geven, is het gebruik van hoofdletters of van kleine letters voor het vermelden van de informatie in het vervoersdocument naar keuze, behalve in het geval van het bepaalde in 5.4.1.1.1 k)

 

5.4.1.1.3

Bijzondere bepalingen voor afvalstoffen

Indien afval dat gevaarlijke goederen (met uitzondering van radioactieve afvalstoffen) bevat, wordt vervoerd, moet de juiste vervoersnaam zijn voorafgegaan door het woord "AFVAL", tenzij deze term deel uitmaakt van de juiste vervoersnaam, bijvoorbeeld:

  • “UN 1230 AFVAL METHANOL, 3 (6.1), II, (D/E)” of
  • “UN 1230 AFVAL METHANOL, 3 (6.1), VG II, (D/E)” of
  • “UN 1993 AFVAL BRANDBARE VLOEISTOF, N.E.G., (tolueen en ethylalcohol), 3, II, (D/E)” of
  • “UN 1993 AFVAL BRANDBARE VLOEISTOF, N.E.G. (tolueen en ethylalcohol), 3, VG II, (D/E)”

Indien de bepaling voor afvalstoffen, omschreven in 2.1.3.5.5, wordt toegepast, moet het volgende aan de onder 5.4.1.1.1 (a) t/m (d) en (k) vereiste beschrijving van de gevaarlijke goederen worden toegevoegd:

  • "AFVAL VOLGENS 2.1.3.5.5" (bv. "UN 3264, BIJTENDE ZURE ANORGANISCHE VLOEISTOF, N.E.G., 8, II, (E), AFVAL VOLGENS 2.1.3.5.5").

De technische benaming, voorgeschreven in hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 274, hoeft niet te worden toegevoegd.

 

5.4.1.1.4

Geschrapt

 

5.4.1.1.5

Bijzondere bepalingen voor bergingsverpakkingen, met inbegrip van grote bergingsverpakkingen, en bergingsdrukhouders

Wanneer gevaarlijke goederen in een al dan niet grote bergingsverpakking of bergingsdrukhouder worden vervoerd, moet na de omschrijving van de goederen in het vervoersdocument het woord "BERGINGSVERPAKKING" of "BERGINGSDRUKHOUDER" zijn toegevoegd.

 

5.4.1.1.6

Bijzondere bepalingen voor lege, ongereinigde middelen van omsluiting

5.4.1.1.6.1

Voor lege, ongereinigde middelen van omsluiting, die resten van gevaarlijke goederen - met uitzondering van klasse 7 - bevatten, moet voor of na de beschrijving van de gevaarlijke goederen aangegeven in 5.4.1.1.1 a) t/m d) en k), de benaming “LEEG, ONGEREINIGD” of "RESTEN VAN DE LAATSTE LADING” worden vermeld. Bovendien is 5.4.1.1.1 f) niet van toepassing.

5.4.1.1.6.2

De bijzondere bepaling van 5.4.1.1.6.1 mag worden vervangen door de voorschriften van 5.4.1.1.6.2.1, 5.4.1.1.6.2.2 of 5.4.1.1.6.2.3, voor zover van toepassing.

 

5.4.1.1.6.2.1

Voor lege, ongereinigde verpakkingen, die resten van gevaarlijke goederen bevatten - met uitzondering van klasse 7 - met inbegrip van lege, ongereinigde houders voor gassen met een inhoud van niet meer dan 1000 liter, worden de gegevens als bedoeld in 5.4.1.1.1 a), b), c), d), e) en f) vervangen door "LEGE VERPAKKING", "LEGE HOUDER”, “LEGE lBC" respectievelijk "LEGE GROTE VERPAKKING", gevolgd door de informatie van de laatste lading als bedoeld in 5.4.1.1.1 c).

Zie het volgende voorbeeld: "LEGE VERPAKKING, 6.1 (3)".

Daarnaast mag in een dergelijk geval:

  1. indien het bij de laatste lading gaat om gevaarlijke goederen van de klasse 2, de in 5.4.1.1.1 c) voorgeschreven informatie worden vervangen door het nummer van de klasse "2".
  2. indien het bij de laatste lading gaat om gevaarlijke goederen van de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1, 8 of 9, mag de informatie over de laatste lading, zoals beschreven in 5.4.1.1.1 c) worden vervangen door de woorden “BEVAT RESTEN VAN [...]” gevolgd door de met de resten corresponderende klasse(n) en bijkomende gevaren, in de volgorde van de klassenummers.

Voorbeeld: lege verpakkingen, ongereinigd, waarin goederen van klasse 3 zijn vervoerd tezamen met lege verpakkingen, ongereinigd, waarin goederen van klasse 8 met een bijkomend gevaar van klasse 6.1 zijn vervoerd, kunnen in het vervoersdocument worden aangemerkt als:

LEGE VERPAKKINGEN, MET RESTEN VAN 3, 6.1, 8”.

 

5.4.1.1.6.2.2

Voor lege, ongereinigde middelen van omsluiting, met uitzondering van verpakkingen, die resten van gevaarlijke goederen - met uitzondering van klasse 7 - bevatten, en voor lege, ongereinigde houders voor gassen met een inhoud van meer dan 1000 liter, moeten de gegevens als bedoeld in 5.4.1.1.1 a) t/m d en k), worden voorafgegaan door “LEGE TANKWAGEN", “LEGE AFNEEMBARE TANK", “LEGE TANKCONTAINER", "LEGE TRANSPORTTANK", ”LEGE BATTERIJWAGEN", “LEGE MEGC", LEGE MEMU, "LEEG VOERTUIG", "LEGE CONTAINER" respectievelijk LEGE HOUDER", gevolgd door de woorden "LAATSTE LADING".

Daarnaast is 5.4.1.1.1 f) niet van toepassing.

Zie de volgende voorbeelden:

"LEGE TANKWAGEN, LAATSTE LADING: UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), I, (C/D)" of

"LEGE TANKWAGEN, LAATSTE LADING: UN 1098 ALLYLALCOHOL, 6.1 (3), VG I, (C/D)".

 

5.4.1.1.6.2.3

Indien lege, ongereinigde middelen van omsluiting, die restanten van gevaarlijke goederen bevatten, met uitzondering van klasse 7, aan de afzender worden teruggezonden, dan mogen de voor het vervoer van deze goederen in gevulde toestand opgemaakte vervoersdocumenten ook worden gebruikt.

In dergelijke gevallen moet de aanduiding van de hoeveelheid worden verwijderd (door middel van schrappen, doorhalen of op een andere wijze) en worden vervangen door de woorden "LEEG, ONGEREINIGD RETOUR”.

 

5.4.1.1.6.3

  1. Indien lege, ongereinigde tanks, batterijwagens en MEGC's worden vervoerd naar de dichtstbijzijnde plaats waar reiniging of reparatie kan worden uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden van 4.3.2.4.3, moet in het vervoersdocument de volgende aanvullende verklaring worden opgenomen: "Vervoer volgens 4.3.2.4.3".
  2. Indien lege, ongereinigde voertuigen en containers worden vervoerd naar de dichtstbijzijnde plaats waar reiniging of reparatie kan worden uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden van 7.5.8.1, moet in het vervoersdocument de volgende aanvullende verklaring worden opgenomen: "Vervoer volgens 7.5.8.1".

 

5.4.1.1.6.4

Bij het vervoer van vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks, batterijwagens, tankcontainers en MEGC's onder de voorwaarden van 4.3.2.4.4 moet in het vervoersdocument de volgende vermelding worden opgenomen:

"Vervoer volgens 4.3.2.4.4"

 

5.4.1.1.7

Bijzondere bepalingen voor vervoer in een transportketen die vervoer over zee of door de lucht omvat

Voor vervoer dat in overeenstemming met 1.1.4.2.1 plaatsvindt, moet in het vervoersdocument een verklaring als volgt zijn opgenomen: "Vervoer volgens 1.1.4.2.1".

 

5.4.1.1.8

Gereserveerd

5.4.1.1.9

Gereserveerd

5.4.1.1.10

Geschrapt

 

5.4.1.1.11

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van IBC's, tanks, batterijwagens, transporttanks en MEGC’s na het verstrijken van de termijn voor de laatste periodieke beproeving of inspectie

Bij vervoer overeenkomstig 4.1.2.2 b), 4.3.2.3.7 b), 6.7.2.19.6 b), 6.7.3.15.6 b) of 6.7.4.14.6 b) moet een verklaring van die strekking als volgt in het vervoersdocument zijn opgenomen

  • " VERVOER VOLGENS 4.1.2.2 b)",
  • “VERVOER VOLGENS 4.3.2.3.7 b)”,
  • " VERVOER VOLGENS 6.7.2.19.6 b)",
  • " VERVOER VOLGENS 6.7.3.15.6 b)" of
  • " VERVOER VOLGENS 6.7.4.14.6 b)" al naar gelang.

 

5.4.1.1.12

Gereserveerd

 

5.4.1.1.13

Bijzondere bepalingen voor het vervoer in tankwagens met meerdere compartimenten of in transporteenheden met meer dan één tank.
Indien in afwijking van 5.3.2.1.2 een tankwagen met meerdere compartimenten of een transporteenheid met meer dan één tank is gekenmerkt overeenkomstig 5.3.2.1.3, dan moeten de zich in elke tank of elk tankcompartiment bevindende stoffen worden gespecificeerd in het vervoersdocument. 

 

5.4.1.1.14

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van stoffen die bij verhoogde temperatuur vervoerd worden
Indien de juiste vervoersnaam van een stof die wordt vervoerd of voor vervoer wordt aangeboden in een vloeibare toestand bij een temperatuur die gelijk is aan of hoger is dan 100 oC, of in een vaste toestand bij een temperatuur die gelijk is aan of hoger is dan 240 oC, niet aangeeft dat het een stof betreft die onder verhoogde temperatuur wordt vervoerd (bijv. door het gebruik van de term “GESMOLTEN” of “VERWARMD” als onderdeel van de juiste vervoersnaam), moet het woord “HEET” onmiddellijk aan de juiste vervoersnaam voorafgaan.

 

5.4.1.1.15

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van stoffen die door middel van temperatuurbeheersing gestabiliseerd zijn
Indien het woord “GESTABILISEERD” deel uitmaakt van de juiste vervoersnaam (zie ook 3.1.2.6), moeten, indien de stabilisatie door middel van temperatuurbeheersing verkregen wordt, de controle- en kritieke temperaturen (zie 7.1.7) als volgt op het vervoersdocument aangegeven worden:

Controletemperatuur:..... oC        Kritieke temperatuur: .... oC” 

 

5.4.1.1.16

Informatie vereist volgens bijzondere bepaling 640 in hoofdstuk 3.3

Daar waar dit door bijzondere bepaling 640 van hoofdstuk 3.3 vereist wordt, moet het vervoersdocument zijn voorzien van de formulering “Bijzondere bepaling 640X” waarbij “X” de hoofdletter is die in kolom (6) van tabel A van hoofdstuk 3.2 achter de relevante verwijzing naar bijzondere bepaling 640 staat.

 

5.4.1.1.17

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van vaste stoffen in bulkcontainers conform 6.11.4

Indien vaste stoffen in bulkcontainers conform 6.11.4 vervoerd worden, moet in het vervoersdocument worden aangegeven (zie Opmerking aan het begin van 6.11.4.):

“Bulkcontainer BK (x)1 door de bevoegde autoriteit van ………. goedgekeurd”.

 

5.4.1.1.18

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van milieugevaarlijke stoffen (aquatisch milieu)

Indien een stof die tot een van de klassen 1 t/m 9 behoort, voldoet aan de criteria voor de classificatie van 2.2.9.1.10, dan moet in het vervoersdocument de volgende aanvullende vermelding zijn opgenomen: “MILIEUGEVAARLIJK” of "MARINE POLLUTANT/MILIEUGEVAARLIJK". Dit aanvullende voorschrift is niet van toepassing op UN-nummers 3077 en 3082 of op de uitzonderingen genoemd in 5.2.1.8.1.

Voor vervoer in een transportketen die ook zeevervoer omvat is de vermelding “MARINE POLLUTANT” (overeenkomstig 5.4.1.4.3 van de IMDG Code) acceptabel.

 

5.4.1.1.19

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van afgedankte verpakkingen, leeg, ongereinigd (UN 3509)
Voor afgedankte verpakkingen, leeg, ongereinigd moet de in 5.4.1.1.1 (b) vermelde juiste vervoersnaam worden aangevuld met de woorden "(BEVAT RESTEN VAN […])" gevolgd door de met de resten corresponderende klasse(n) en bijkomende gevaren, in de volgorde van de klassenummers. Bovendien is 5.4.1.1.1 (f) niet van toepassing.

Voorbeeld: Afgedankte verpakkingen, leeg, ongereinigd waarin goederen van klasse 4.1 zijn vervoerd en die samen zijn verpakt met afgedankte verpakkingen, leeg, ongereinigd waarin goederen van klasse 3 met een bijkomend gevaar van klasse 6.1 zijn vervoerd, moeten in het vervoersdocument worden aangemerkt als:

"UN 3509 AFGEDANKTE VERPAKKINGEN, LEEG, ONGEREINIGD (BEVAT RESTEN VAN 3, 4.1, 6.1), 

 

5.4.1.1.20

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van stoffen die overeenkomstig 2.1.2.8 zijn ingedeeld
Voor vervoer overeenkomstig 2.1.2.8 moet de volgende verklaring aan het vervoersdocument worden toegevoegd: “Ingedeeld overeenkomstig 2.1.2.8”.

 

5.4.1.1.21

Bijzondere bepalingen voor het vervoer van UN-nrs. 3528, 3529 en 3530
Voor vervoer van UN-nrs. 3528, 3529 en 3530 moet het vervoersdocument, indien vereist volgens bijzondere bepaling 363 van hoofdstuk 3.3, de volgende aanvullende verklaring bevatten “Vervoer overeenkomstig bijzondere bepaling 363”.

 

5.4.1.2

Aanvullende of bijzondere informatie, vereist voor bepaalde klassen

5.4.1.2.1

Bijzondere bepalingen voor klasse 1

  1. Het vervoersdocument moet in aanvulling op de voorschriften in 5.4.1.1.1 f) vermelden:
    • de totale netto massa ontplofbare inhoud2 in kg, voor elk(e) stof of voorwerp voorzien van een verschillend UN-nummer;
    • de totale netto massa ontplofbare inhoud2 voor alle stoffen en voorwerpen die door het vervoersdocument worden omvat;
  2. Voor gezamenlijke verpakking van twee verschillende goederen moet de omschrijving van de goederen in het vervoersdocument de UN-nummers omvatten, alsmede van beide stoffen of voorwerpen de in hoofdletters gedrukte benamingen uit de kolommen (1) en (2) van tabel A van hoofdstuk 3.2. Indien zich meer dan twee verschillende goederen in hetzelfde collo bevinden volgens de voorschriften voor gezamenlijke verpakking, vermeld in 4.1.10, bijzondere bepalingen MP1, MP2 en MP20 t/m 24, moet het vervoersdocument onder de omschrijving van de goederen de UN-nummers van alle stoffen en voorwerpen die zich in het collo bevinden aangeven met de omschrijving "Goederen van UN-nummers ....";
  3. Voor het vervoer van stoffen en voorwerpen, die zijn toegewezen aan een n.e.g.-positie of de positie “0190 ONTPLOFBARE STOF, MONSTER" of die zijn verpakt in overeenstemming met verpakkingsinstructie P101 van 4.1.4.1, moet bij het vervoersdocument een kopie zijn gevoegd van de toestemming van de bevoegde autoriteit met de vervoersvoorwaarden. Deze moet in een officiële taal van het land van afzending zijn gesteld en ook, indien die taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten, die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen.
  4. Indien colli die stoffen en voorwerpen van de compatibiliteitsgroepen B en D bevatten, volgens de voorschriften van 7.5.2.2 in één voertuig worden samengeladen, moet een kopie van de goedkeuring door de bevoegde autoriteit van het beschermende compartiment of omhullingsysteem vereenkomstig 7.5.2.2, voetnoot a onder de tabel, bij het vervoersdocument zijn gevoegd. Deze moet in een officiële taal van het land van verzending zijn gesteld en ook, indien die taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten, die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen;
  5. Indien ontplofbare stoffen of voorwerpen in verpakkingen volgens verpakkingsinstructie P101 worden vervoerd, moet in het vervoersdocument de verklaring "Verpakking toegelaten door de bevoegde autoriteit van .." zijn opgenomen (zie 4.1.4.1, verpakkingsinstructie P101).
  6. (Gereserveerd)
  7. Indien vuurwerk van de UN-nummers 0333, 0334, 0335, 0336 en 0337 wordt vervoerd, moet in het vervoersdocument de volgende vermelding zijn opgenomen:

    “Classificatie van vuurwerk door de bevoegde autoriteit van XX met de referentie voor vuurwerk XX/YYZZZZ”.

    Het certificaat voor de goedkeuring van de classificatie hoeft niet te worden meegezonden met de verzending, maar moet door de afzender voor controledoeleinden aan de vervoerder of de bevoegde autoriteiten beschikbaar worden gesteld. Het certificaat voor de goedkeuring van de classificatie of een kopie daarvan moet zijn gesteld in een officiële taal van het land van afzending en indien die taal niet het Duits, Engels of Frans is, in het Duits, Engels of Frans.

    Opmerking 1: Naast de juiste vervoersnaam mag in het vervoersdocument de handels- of technische benaming van de goederen worden vermeld.

    Opmerking 2: De referentie(s) voor de classificatie moet(en) bestaan uit: de Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR waar de classificatiecode overeenkomstig bijzondere bepaling 645 van 3.3.1 is goedgekeurd, aangegeven door het onderscheidingsteken gebruikt op motorvoertuigen in het internationaal wegverkeer (XX)3 , de identificatie van de bevoegde autoriteit (YY) en een unieke referentie naar een serie (ZZZZ). Voorbeelden van dergelijke referenties voor classificaties zijn:

    GB/HSE123456
    D/BAM1234

 

5.4.1.2.2

Aanvullende bepalingen voor klasse 2

  1. Voor het vervoer van mengsels (zie 2.2.2.1.1) in tanks (afneembare tanks, vaste tanks, transporttanks, tankcontainers of elementen van batterijwagens of van MEGC's) moet de samenstelling van het mengsel als een volume- of massapercentage zijn opgegeven. Bestanddelen met een concentratie lager dan 1% behoeven niet te worden aangegeven (zie ook 3.1.2.8.1.2). De samenstelling van het mengsel hoeft niet te worden aangegeven indien ter aanvulling van de juiste vervoersnaam de op grond van bijzondere bepaling 581, 582 of 583 toegestane technische benamingen worden gebruikt.
  2. Voor het onder de voorwaarden van 4.1.6.10 vervoeren van flessen, grote cilinders, drukvaten, cryo-houders en flessenbatterijen , moet de volgende verklaring in het vervoersdocument zijn opgenomen: "Vervoer volgens 4.1.6.10";
  3. (Gereserveerd)
  4. In geval van tankcontainers waarin sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen worden vervoerd, moet de afzender de datum (of tijd) waarop de werkelijke verblijftijd eindigt, in het vervoersdocument opnemen:

“Einde van verblijftijd: ............... (DD/MM/JJJJ)”.

 

5.4.1.2.3

Aanvullende bepalingen voor zelfontledende stoffen en polymeriserende stoffen van klasse 4.1 en organische peroxiden van klasse 5.2

5.4.1.2.3.1

Voor zelfontledende stoffen of polymeriserende stoffen van klasse 4.1 en voor organische peroxiden van klasse 5.2 waarvoor tijdens het vervoer temperatuurbeheersing nodig is (voor zelfontledende stoffen zie 2.2.41.1.17; voor organische peroxiden, zie 2.2.52.1.15; voor polymeriserende stoffen zie 2.2.41.1.21), moeten de controle- en kritieke temperaturen als volgt in het vervoersdocument zijn aangegeven:

"Controletemperatuur: ... °C     Kritieke temperatuur: ... °C".

 

5.4.1.2.3.2

Indien de bevoegde autoriteit voor bepaalde zelfontledende stoffen van klasse 4.1 en bepaalde organische peroxiden van klasse 5.2 heeft toegestaan dat het etiket volgens model nr.1 voor een bijzondere verpakking achterwege kan blijven (zie 5.2.2.1.9), moet een verklaring van die strekking als volgt in het vervoersdocument zijn opgenomen:

"Het etiket volgens model nr. 1 is niet vereist".

 

5.4.1.2.3.3

Indien organische peroxiden en zelfontledende stoffen worden vervoerd onder omstandigheden waarvoor goedkeuring wordt vereist (zie voor organische peroxiden 2.2.52.1.8, 4.1.7.2.2 en bijzondere bepaling TA2 van 6.8.4; zie voor zelfontledende stoffen 2.2.41.1.13 en 4.1.7.2.2), moet een verklaring van die strekking in het vervoersdocument zijn opgenomen, bijv. "Vervoer volgens 2.2.52.1.8".

Een kopie van de goedkeuring door de bevoegde autoriteit met de vervoersvoorwaarden moet aan het vervoersdocument zijn toegevoegd. Deze moet in een officiële taal van het land van verzending zijn gesteld en ook, indien deze taal niet het Engels, Frans of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele overeenkomsten, die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen.

 

5.4.1.2.3.4

Indien een monster van een organisch peroxide (zie 2.2.52.1.9) of een zelfontledende stof (zie 2.2.41.1.15) wordt vervoerd, moet een verklaring van die strekking in het vervoersdocument zijn opgenomen, bijv. "Vervoer volgens 2.2.52.1.9".

 

5.4.1.2.3.5

Indien zelfontledende stoffen van type G [zie het Handboek beproevingen en criteria, Deel II, paragraaf 20.4.2 g)] worden vervoerd, mag de volgende verklaring in het vervoersdocument worden vermeld: "Geen zelfontledende stof van klasse 4.1".

Indien organische peroxiden van type G [zie het Handboek beproevingen en criteria, Deel II, paragraaf 20.4.3 g)] worden vervoerd, mag de volgende verklaring in het vervoersdocument worden vermeld: "Geen stof van klasse 5.2".

 

5.4.1.2.4

Aanvullende bepalingen voor klasse 6.2
In aanvulling op de informatie betreffende de geadresseerde [zie 5.4.1.1.1 h)], moet de naam en het telefoonnummer van een verantwoordelijke persoon worden aangegeven.

 

5.4.1.2.5

Aanvullende bepalingen voor klasse 7

5.4.1.2.5.1

Bij elke zending met stoffen van klasse 7 moet in het vervoersdocument, indien van toepassing, de volgende informatie in de onderstaande volgorde direct na de informatie conform 5.4.1.1.1 a) tot en met c) en k) worden vermeld:

  1. de naam of het symbool van elke radionuclide of, voor mengsels van radionucliden, een van toepassing zijnde algemene omschrijving of een lijst van de meest beperkende nucliden;
  2. een beschrijving van de fysische en chemische toestand van de stof, of de aanduiding dat het een radioactieve stof in speciale toestand of een gering verspreidbare radioactieve stof betreft. Een chemische verzamelaanduiding is aanvaardbaar voor de chemisch hoedanigheid. Voor radioactieve stoffen met bijkomend gevaar zie subparagraaf (c) van bijzondere bepaling 172 van hoofdstuk 3.3;
  3. de hoogste activiteit van de radioactieve inhoud tijdens het vervoer, uitgedrukt in becquerel (Bq) met een bijbehorend SI-symbool voor het voorvoegsel (zie 1.2.2.1). Bij splijtbare stoffen mag de massa van de splijtbare stoffen (of bij mengsels, indien van toepassing, van elk splijtbaar nuclide) in gram (g), of veelvouden daarvan, worden gebruikt in plaats van de activiteit
  4. de categorie van het collo, d.w.z. I-WIT, II-GEEL of III-GEEL;
  5. de transportindex (alleen bij de categorieën II-GEEL en III-GEEL);
  6. voor splijtbare stoffen:
    1. verzonden onder een van de vrijstellingen van 2.2.7.2.3.5 (a) t/m (f), verwijzing naar die paragraaf;
    2. verzonden onder 2.2.7.2.3.5 (c) t/m (e), de totale massa van splijtbare nucliden;
    3. onderdeel van een collo waarvoor een van de paragrafen 6.4.11.2 (a) t/m c) of 6.4.11.3 wordt toegepast, verwijzing naar die paragraaf
    4. de criticaliteits-veiligheidsindex, voor zover van toepassing;
  7. het identificatiekenmerk voor elk certificaat van goedkeuring van een bevoegde autoriteit (radioactieve stoffen in speciale toestand, gering dispergeerbare radioactieve stoffen, splijtbare stoffen vrijgesteld onder 2.2.7.2.3.5 (f), speciale regeling, model van collo of verzending) van toepassing zijnde op de zending;
  8. voor zendingen met meer dan één collo moet de in 5.4.1.1.1 en in a) tot en met g) hierboven voorgeschreven informatie voor ieder collo worden aangegeven. Voor colli in een oververpakking, in een container of een voertuig moet een gedetailleerde opgave van de inhoud van elk collo binnen de oververpakking, de container of het voertuig worden bijgevoegd. Indien op een plaats van tussentijdse lossing colli worden gehaald uit de oververpakking, de container of het voertuig, dan moeten de daarvoor vereiste vervoersdocumenten beschikbaar worden gesteld;
  9. indien een zending moet worden verzonden onder exclusief gebruik, de opmerking “VERZENDING ONDER EXCLUSIEF GEBRUIK”; en
  10. voor LSA-II en LSA-III stoffen, SCO-I en SCO-II de totale activiteit van de zending als een veelvoud van A2. Bij radioactieve stoffen waarvoor de waarde van A2 onbegrensd is, moet het veelvoud van A2 gelijk zijn aan nul.

 

5.4.1.2.5.2

De afzender moet in de vervoersdocumenten een verklaring opnemen met betrekking tot de eventuele activiteiten die de vervoerder geacht wordt te ondernemen. De verklaring moet gesteld zijn in de talen die noodzakelijk worden geacht door de vervoerder of de betrokken autoriteiten, en moet ten minste de volgende informatie bevatten:

  1. Aanvullende maatregelen voor het laden, het vastzetten, het vervoer, de behandeling en het lossen van het collo, de oververpakking of de container met inbegrip van eventuele bijzondere stuwagevoorschriften voor de veilige warmte-afvoer [zie bepaling CV33 (3.2) van 7.5.11], of een verklaring dat dergelijke maatregelen niet noodzakelijk zijn;
  2. Beperkingen ten aanzien van de transportmodaliteit of het voertuig en eventueel noodzakelijke aanwijzingen voor de te volgen route;
  3. Noodprocedures die van toepassing zijn op de zending.

 

5.4.1.2.5.3

In alle gevallen van internationaal vervoer van colli waarvoor goedkeuring van het ontwerp of de zending door de bevoegde autoriteit is vereist en waarvoor verschillende typen goedkeuring van toepassing zijn in de verschillende landen die bij de zending betrokken zijn, moeten het UN-nummer en de juiste vervoersnaam voorgeschreven in 5.4.1.1.1 in overeenstemming zijn met het certificaat van het land van oorsprong van het ontwerp.

 

5.4.1.2.5.4

De certificaten van bevoegde autoriteiten die van toepassing zijn behoeven niet noodzakelijkerwijs de zending te vergezellen. De afzender moet ze voorafgaand aan het laden en lossen ter beschikking stellen aan de vervoerder(s)

 

5.4.1.3

Gereserveerd

 

5.4.1.4

Vereiste opmaak en taal

5.4.1.4.1

Het document met de in 5.4.1.1 en 5.4.1.2 beschreven informatie mag een document zijn dat reeds vereist is op grond van andere, van kracht zijnde voorschriften voor vervoer middels een andere vervoerswijze.

In geval van diverse geadresseerden mogen de naam en het adres van de geadresseerden en de afgeleverde hoeveelheden, die het mogelijk maken dat de aard en de vervoerde hoeveelheden te allen tijde kunnen worden vastgesteld, worden vermeld in andere te gebruiken documenten of in alle andere documenten die overeenkomstig andere specifieke regelingen verplicht zijn en die aan boord van het voertuig moeten zijn.

De in het document te vermelden aanduiding moeten in een officiële taal van het land van afzending zijn gesteld, en bovendien, indien die taal niet het Engels, Frans, of Duits is, in het Engels, Frans of Duits, tenzij eventuele internationale tarieven voor het wegvervoer, of overeenkomsten die tussen de bij het vervoer betrokken landen gesloten zijn, anders bepalen.

 

5.4.1.4.2

Indien wegens de omvang van de lading een zending niet in zijn geheel op een enkele transporteenheid kan worden geladen, moeten tenminste evenveel afzonderlijke documenten, of afschriften van het enkele document zijn opgemaakt als er transporteenheden zijn beladen. Verder moeten in alle gevallen afzonderlijke vervoersdocumenten zijn opgemaakt voor zendingen of delen van zendingen, die wegens de in 7.5.2 uitgevaardigde verbodsbepalingen niet in hetzelfde voertuig mogen worden samengeladen.

De informatie met betrekking tot de aan de te vervoeren goederen verbonden gevaren (zoals aangegeven in 5.4.1.1) mag worden opgenomen in, of worden gecombineerd met een bestaand vervoersdocument of vrachtafhandelingsdocument. De opmaak van de informatie in het document [of de volgorde van overdracht van de overeenkomstige gegevens door middel van technieken als elektronische gegevensverwerking (EDP) of elektronische gegevensuitwisseling (EDI)] moet eruitzien zoals bepaald in 5.4.1.1.1.

Wanneer een bestaand vervoersdocument of vrachtafhandelingsdocument niet als multimodaal vervoersdocument voor gevaarlijke goederen kan worden gebruikt, wordt het gebruik van documenten die overeenkomen met het in 5.4.5 aangegeven voorbeeld raadzaam geacht *4.

*4 Indien hiervan gebruik gemaakt wordt kunnen de desbetreffende aanbevelingen van het Centrum van de Verenigde Naties UNECE voor de Vergemakkelijking van Handel en Electronische Transacties (UN/CEFACT) worden geraadpleegd, in het bijzonder Aanbeveling nr.1 (Modellen voor Handelsdocumenten van de Verenigde Naties) (ECE/TRADE/137, uitgave 81.3), Modellen voor Handelsdocumenten van de Verenigde Naties - Richtlijnen voor Toepassingen (ECE/TRADE/270, uitgave 2002), Aanbeveling nr. 11 (Documentatieaspecten van het Internationale Vervoer van Gevaarlijke Goederen (ECE/TRADE/204, uitgave 96.1 - thans in revisie) en Aanbeveling nr. 22 (Modellen voor genormaliseerde Verzendingsinstructies) (ECE/TRADE/168, uitgave 1989).

Zie ook de Samenvatting van Aanbevelingen van de UN/CEFACT voor de Vergemakkelijking van de Handel (ECE/TRADE/346, uitgave 2006) en de Gids van de Verenigde Naties van Elementen van Handelsgegevens (UNTDED) (ECE/TRADE/362, uitgave 2005).

 

5.4.1.5

Niet-gevaarlijke goederen
Wanneer goederen die in tabel A van hoofdstuk 3.2 met name worden genoemd, niet aan het ADR onderworpen zijn, omdat zij volgens Deel 2 als niet-gevaarlijk worden beschouwd, mag de afzender in het vervoersdocument een verklaring van die strekking opnemen, bijv. "Geen goederen van klasse... "

Opmerking: Deze bepaling mag in het bijzonder worden gebruikt wanneer de afzender van mening is dat vanwege de chemische aard van de vervoerde goederen (bijv. oplossingen en mengsels) of vanwege het feit dat dergelijke goederen volgens andere voorschriften gevaarlijk geacht worden, de verzending tijdens de reis aan controle onderworpen zou kunnen worden.

 

5.4.2

Container-/voertuigbeladingscertificaat
Indien het vervoer van gevaarlijke goederen in een container voorafgaat aan een zeereis, moet een container-/voertuigbeladingscertificaat overeenkomstig sectie 5.4.2 van de IMDG Code *5 bij het vervoersdocument zijn gevoegd *6.

De functies van het onder 5.4.1 vereiste vervoersdocument en van het container-/voertuigbeladingscertificaat zoals hierboven genoemd, mogen in een enkel document worden opgenomen; zo dat niet het geval is, moeten deze documenten aan elkaar zijn gehecht.

Indien deze functies in een enkel document zijn opgenomen, kan worden volstaan met een verklaring in het vervoersdocument dat de belading van de container of het voertuig is uitgevoerd overeenkomstig de van toepassing zijnde reglementen van de vervoerwijzen tezamen met de identificatie van de voor het container-/voertuigbeladingscertificaat verantwoordelijke persoon.

Opmerking: Het container-/voertuigbeladingscertificaat is niet vereist voor transporttanks, tankcontainers en MEGC’s.

Indien het vervoer van gevaarlijke goederen in een voertuig voorafgaat aan een zeereis, kan een “container-/voertuigbeladingscertificaat” overeenkomstig sectie 5.4.2 van de IMDG Code *5, *6 bij het vervoersdocument zijn gevoegd.

*5 Richtlijnen voor gebruik in de praktijk en bij de opleiding voor het laden van goederen in transporteenheden zijn ook opgesteld door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en de Economische commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE) en zijn gepubliceerd door IMO ["IMO/ILO/UN-ECE Praktijkcode voor het stuwen van laadeenheden (Code of Practice for Packing of Cargo Transport Units (CTU Code)"].

*6 Sectie 5.4.2 van de IMDG Code (wijziging 38-16) vereist het volgende:

“5.4.2 Container-/voertuigbeladingscertificaat

  1. 4.2.1 Indien gevaarlijke goederen in een container of voertuig worden verpakt of geladen, moeten de voor het beladen van de container of het voertuig verantwoordelijke personen een “container-/ voertuigbeladingscertificaat” verschaffen, waarin het (de) container-/ voertuig-/ eenheidsidentificatie-nummer(s) vermeld staan en officieel verklaren dat de operatie uitgevoerd is in overeenstemming met de volgende voorwaarden:
  2. De container/het voertuig was schoon, droog en leeg en ogenschijnlijk geschikt voor ontvangst van de goederen;
  3. Colli, die gescheiden moeten worden overeenkomstig van toepassing zijnde eisen tot gescheiden houden, zijn niet gezamenlijk op of in de container/het voertuig verpakt [tenzij overeenkomstig 7.3.4.1 (van de IMDG Code) goedgekeurd door de betrokken bevoegde autoriteit];
  4. Alle colli zijn uitwendig geïnspecteerd op schade en alleen gave colli zijn geladen;
  5. Vaten zijn rechtstandig gestuwd, tenzij door de bevoegde autoriteit anders toegestaan, en alle goederen zijn op deugdelijke wijze geladen en, zo nodig, voldoende vastgezet met vastzettingsmateriaal passend bij de wijze(n) van vervoer voor het voorgenomen traject;
  6. Losgestorte goederen zijn gelijkmatig over de container / het voertuig verdeeld;
  7. Voor zendingen waaronder begrepen goederen van klasse 1, met uitzondering van subklasse 1.4, is de container/het voertuig constructief geschikt overeenkomstig 7.1.2 (van de IMDG Code);
  8. De container/het voertuig en de colli zijn in voorkomend geval op deugdelijke wijze gemerkt en geëtiketteerd;
  9. Wanneer stoffen die een verstikkingsgevaar met zich meebrengen worden gebruikt voor koelings- of conditioneringsdoeleinden [zoals droogijs (UN 1845) of stikstof, sterk gekoeld, vloeibaar (UN 1977) of argon, sterk gekoeld, vloeibaar (UN 1951)], wordt de container/het voertuig uitwendig gekenmerkt in overeenstemming met 5.5.3.6 (van de IMDG Code); en
  10. Voor elke zending gevaarlijke goederen die in de container/het voertuig geladen is, is een vervoersdocument voor gevaarlijke goederen, zoals aangegeven in 5.4.1 (van de IMDG Code), ontvangen.


Opmerking: Het container-/voertuigbeladingscertificaat is voor transporttanks niet vereist.

 

5.4.3

Schriftelijke instructies

5.4.3.1

Als hulpmiddel tijdens een noodsituatie na een ongeval, die kan voorkomen of optreden tijdens het vervoer, moeten schriftelijke instructies in de in 5.4.3.4 gespecificeerde vorm worden meegevoerd in de cabine van de bemanning van het voertuig en zij moeten snel beschikbaar zijn.

 

5.4.3.2

Deze instructies moeten door de vervoerder aan de bemanning van het voertuig worden verschaft vóór het begin van de reis en gesteld zijn in een taal/talen die elk lid kan lezen en begrijpen. De vervoerder moet waarborgen dat elk lid van de betrokken bemanning van het voertuig de instructies begrijpt en in staat is deze naar behoren toe te passen.

 

5.4.3.3

Vóór het begin van de reis moeten de leden van de bemanning van het voertuig zich op de hoogte stellen van de gevaarlijke goederen die zijn geladen en de schriftelijke instructies raadplegen wat betreft bijzonderheden van de te treffen maatregelen in het geval van een ongeval of een noodgeval.

 

5.4.3.4

De schriftelijke instructies moeten wat betreft vorm en inhoud overeenkomen met het volgende model van vier bladzijden.

schriftelijke instructies 1 final

schriftelijke instructies 2 final

schriftelijke instructies 3 final

schriftelijke instructies 4 final

 

5.4.3.5

De Overeenkomstsluitende Partijen leveren het secretariaat van de UNECE de officiële vertaling van de schriftelijke instructies in hun nationale taal of talen. Het secretariaat van de UNECE stelt de nationale versies van de schriftelijke instructies die het heeft ontvangen, beschikbaar aan alle Overeenkomstsluitende Partijen.

 

5.4.4

Bewaring van informatie over het vervoer van gevaarlijke goederen

5.4.4.1

De afzender en de vervoerder moet gedurende een periode van ten minste drie maanden een kopie bewaren van het vervoersdocument voor gevaarlijke goederen en de bijkomende informatie en documentatie, zoals aangegeven in het ADR.

 

5.4.4.2

Indien de documenten elektronisch of in een computersysteem worden opgeslagen, moeten de afzender en de vervoerder in staat zijn deze in gedrukte vorm te reproduceren.

 

5.4.5

Voorbeeld van een formulier voor multimodaal vervoer van gevaarlijke goederen

Voorbeeld van een formulier dat kan worden gebruikt als een gecombineerd document voor de verklaring inzake gevaarlijke goederen en het container-beladingscertificaat voor multimodaal vervoer van gevaarlijke goederen.

 

5.4.5 dgd 1 final

5.4.5 dgd 2 final

 

 

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief