ADR Digitaal

Deel 2 - Hoofdstuk 2.2.5
Klasse 5.1 & 5.2

 

2.2.51

Klasse 5.1 Oxiderende stoffen

2.2.51.1

Criteria

2.2.51.1.1

De titel van klasse 5.1 omvat stoffen die, zonder dat zij zelf brandbaar behoeven te zijn, in het algemeen doordat zij zuurstof afstaan, de verbranding van andere stoffen kunnen veroorzaken of bevorderen, alsmede voorwerpen die dergelijke stoffen bevatten.

 

2.2.51.1.2

De stoffen van klasse 5.1 en voorwerpen die dergelijke stoffen bevatten zijn als volgt onderverdeeld:

  • O Oxiderende stoffen zonder bijkomend gevaar of voorwerpen die dergelijke stoffen bevatten
    • O1 vloeistoffen
    • O2 vaste stoffen
    • O3 voorwerpen
  • OF Oxiderende stoffen, brandbaar, vast
  • OS Oxiderende stoffen, voor zelfontbranding vatbaar, vast
  • OW Oxiderende stoffen, die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen, vast
  • OT Oxiderende stoffen, giftig
    • OT1 vloeistoffen
    • OT2 vaste stoffen
  • OC Oxiderende stoffen, bijtend
    • OC1 vloeistoffen
    • OC2 vaste stoffen
  • OTC Oxiderende stoffen, giftig, bijtend

 

2.2.51.1.3

De in klasse 5.1 ingedeelde stoffen en voorwerpen zijn genoemd in tabel A van hoofdstuk 3.2.

De indeling van stoffen en voorwerpen, die niet met name genoemd zijn in tabel A van hoofdstuk 3.2 onder één van de posities in 2.2.51.3 overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 2.1 moet geschieden op grond van de beproevingsmethode, de werkwijze en de criteria van 2.2.51.1.6 t/m 2.2.51.1.10 hieronder en van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, sectie 34.4 of, voor vaste ammoniumnitraathoudende meststoffen, sectie 39, behoudens de beperkingen van 2.2.51.2.2, dertiende en veertiende streepje.

Indien de resultaten van de beproevingen verschillen van bekende ervaringen, dan prevaleert de beoordeling op grond van ervaring boven de resultaten van de beproevingen.

 

2.2.51.1.4

Indien de stoffen van klasse 5.1 als gevolg van toevoegingen overgaan naar andere gevaarscategorieën dan die waartoe de met name genoemde stoffen in tabel A van hoofdstuk 3.2 behoren, moeten deze mengsels worden ingedeeld in de posities waartoe zij op grond van hun werkelijke gevaarseigenschappen behoren.

Opmerking: Voor de indelingen van oplossingen en mengsels (zoals preparaten, formuleringen en afvalstoffen) zie ook 2.1.3.

 

2.2.51.1.5

Op grond van de beproevingsmethoden volgens het Handboek beproevingen en criteria, deel III, sectie 34.4 of, voor vaste ammoniumnitraathoudende meststoffen, sectie 39, en de criteria van 2.2.51.1.6 t/m 2.2.51.1.10 kan ook worden vastgesteld of de aard van een met name genoemde stof zodanig is, dat deze stof niet is onderworpen aan de voorwaarden van deze klasse.

 

2.2.51.1.6

Oxiderende vaste stoffen
Classificatie

Indien niet met name in tabel A van hoofdstuk 3.2 genoemde oxiderende vaste stoffen onder één van de posities van 2.2.51.3 worden ingedeeld overeenkomstig de beproevingsmethoden van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 34.4.1 (beproeving O.1) dan wel subsectie 34.4.3 (beproeving O.3), zijn de volgende criteria van toepassing:

  1. a) In beproeving O.1 moet een vaste stof worden ingedeeld in klasse 5.1, indien deze in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose ontbrandt of brandt of een gemiddelde brandduur vertoont lager dan of gelijk aan die van een mengsel van kaliumbromaat en cellulose in een massaverhouding van 3:7; of
  2. b) In beproeving O.3 moet een vaste stof worden ingedeeld in klasse 5.1, indien deze in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een gemiddelde brandduur vertoont hoger dan of gelijk aan die van een mengsel van calciumperoxide en cellulose in een massaverhouding van 1:2.

 

2.2.51.1.7

Indeling in verpakkingsgroepen

Bij wijze van uitzondering worden vaste ammoniumnitraathoudende meststoffen ingedeeld volgens de procedure vermeld in het Handboek beproevingen en criteria, deel III, sectie 39.

 

2.2.51.1.8

Oxiderende vaste stoffen, ingedeeld onder de verschillende posities in tabel A van hoofdstuk 3.2, moeten op grond van de beproevingsmethoden van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 34.4.1 (beproeving O.1) of subsectie 34.4.3 (beproeving O.3) en de volgende criteria in verpakkingsgroep I, II of III worden ingedeeld:

Beproeving O.1:

  1. Verpakkingsgroep I: een stof die in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een lagere gemiddelde brandduur vertoont dan de gemiddelde brandduur van een mengsel van kaliumbromaat en cellulose in een massaverhouding van 3:2;
  2. Verpakkingsgroep II: een stof die in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een zelfde of een lagere gemiddelde brandduur vertoont dan de gemiddelde brandduur van een mengsel van kaliumbromaat en cellulose in een massaverhouding van 2:3 en die niet voldoet aan de indelingscriteria van verpakkingsgroep I;
  3. Verpakkingsgroep III: een stof die in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een zelfde of een lagere gemiddelde brandduur vertoont dan de gemiddelde brandduur van een mengsel van kaliumbromaat en cellulose in een massaverhouding van 3:7 en die niet voldoet aan de indelingscriteria van de verpakkingsgroepen I en II.

Beproeving O.3:

  1. Verpakkingsgroep I: een stof die in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een hogere gemiddelde brandduur vertoont dan de gemiddelde brandduur van een mengsel van calciumperoxide en cellulose in een massaverhouding van 3:1;
  2. Verpakkingsgroep II: een stof die in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een zelfde of een hogere gemiddelde brandduur vertoont dan de gemiddelde brandduur van een mengsel van calciumperoxide en cellulose in een massaverhouding van 1:1 en die niet voldoet aan de indelingscriteria van verpakkingsgroep I;
  3. Verpakkingsgroep III: een stof die in een massaverhouding van 4:1 of 1:1 gemengd met cellulose een zelfde of een hogere gemiddelde brandduur vertoont dan de gemiddelde brandduur van een mengsel van calciumperoxide en cellulose in een massaverhouding van 1:2 en die niet voldoet aan de indelingscriteria van de verpakkingsgroepen I en II.

 

2.2.51.1.9

Oxiderende vloeibare stoffen
Classificatie

Indien niet met name in tabel A van hoofdstuk 3.2 genoemde vloeistoffen onder één van de posities van subsectie 2.2.51.3 worden ingedeeld overeenkomstig de beproevingsmethoden van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 34.4.2, zijn de volgende criteria van toepassing:

een vloeistof moet worden ingedeeld in klasse 5.1, indien deze in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose een drukstijging veroorzaakt van 2070 kPa of meer en een hogere gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertoont dan een mengsel van 65% salpeterzuur in waterige oplossing/cellulose in een massaverhouding van 1:1.

 

2.2.51.1.10

Indeling in verpakkingsgroepen

Oxiderende vloeistoffen, ingedeeld onder de verschillende posities in tabel A van hoofdstuk 3.2 moeten op grond van de beproevingsmethoden van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 34.4.2 en de volgende criteria in verpakkingsgroep I, II of III worden ingedeeld:

  1. Verpakkingsgroep I: een stof die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose spontaan ontbrandt of een gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertoont lager dan of gelijk aan die van een mengsel van 50% perchloorzuur/cellulose in een massaverhouding van 1:1;
  2. Verpakkingsgroep II: een stof die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose een gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertoont lager dan of gelijk aan die van een mengsel van 40% natriumchloraat in waterige oplossing/cellulose in een massaverhouding van 1:1 en niet voldoet aan de indelingscriteria van verpakkingsgroep I;
  3. Verpakkingsgroep III: een stof die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose een gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertoont lager dan of gelijk aan die van een mengsel van 65% salpeterzuur in waterige oplossing/cellulose in een massaverhouding van 1:1 en niet voldoet aan de indelingscriteria van de verpakkingsgroepen I en II.

 

2.2.51.2

Niet ten vervoer toegelaten stoffen

2.2.51.2.1

De chemisch instabiele stoffen van klasse 5.1 zijn niet ten vervoer toegelaten, tenzij de noodzakelijke maatregelen zijn getroffen om een gevaarlijke ontledings- of polymerisatiereactie tijdens het vervoer te verhinderen. Daartoe moet er in het bijzonder zorg voor worden gedragen, dat de houders en tanks geen stoffen bevatten, die deze reacties kunnen bevorderen.

 

2.2.51.2.2

De volgende stoffen en mengsels zijn niet ten vervoer toegelaten:

  • oxiderende vaste stoffen, voor zelfverhitting vatbaar, die zijn ingedeeld onder UN-nummer 3100, oxiderende vaste stoffen, reactief met water, die zijn ingedeeld onder UN-nummer 3121 en oxiderende vaste stoffen, brandbaar, die zijn ingedeeld onder UN-nummer 3137, tenzij zij voldoen aan de voorschriften van klasse 1 (zie ook 2.1.3.7);
  • waterstofperoxide, niet gestabiliseerd, of waterstofperoxide, oplossing in water, niet gestabiliseerd, met meer dan 60% waterstofperoxide;
  • tetranitromethaan, dat niet vrij is van brandbare verontreinigingen;
  • oplossingen van perchloorzuur met meer dan 72 massa% zuur of mengsels van perchloorzuur met een andere vloeistof dan water;
  • oplossing van chloorzuur met meer dan 10% chloorzuur of mengsels van chloorzuur met een andere vloeistof dan water
  • andere gehalogeneerde fluorverbindingen dan UN 1745 BROOMPENTAFLUORIDE,UN 1746 BROOMTRIFLUORIDE en UN 2495 JOODPENTAFLUORIDE van klasse 5.1 alsmede UN 1749 CHLOORTRIFLUORIDE en UN 2548 CHLOORPENTAFLUORIDE van klasse 2;
  • ammoniumchloraat en waterige oplossingen daarvan en mengsels van een chloraat met een ammoniumzout;
  • ammoniumchloriet en waterige oplossingen daarvan en mengsels van een chloriet met een ammoniumzout;
  • mengsels van een hypochloriet met een ammoniumzout;
  • ammoniumbromaat en waterige oplossingen daarvan en mengsels van een bromaat met een ammoniumzout;
  • ammoniumpermanganaat en waterige oplossingen daarvan en mengsels van een permanganaat met een ammoniumzout;
  • ammoniumnitraat dat meer dan 0,2% brandbare stoffen (met inbegrip van organische stoffen, berekend als koolstof) bevat, behalve indien het een bestanddeel is van een stof of voorwerp van klasse 1;
  • ammoniumnitraathoudende meststoffen met gehalten die bij indeling uitkomen in box 4, 6, 8, 15, 31 of 33 van het stroomschema onder 39.5.1 van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, sectie 39, tenzij er een geschikt UN-nummer in klasse 1 aan toegekend is;
  • ammoniumnitraathoudende meststoffen met gehalten die bij indeling uitkomen in box 20, 23 of 39 van het stroomschema onder 39.5.1 van het Handboek beproevingen en criteria, deel III, sectie 39, tenzij er een geschikt UN-nummer aan toegekend is in klasse 1 of, mits de geschiktheid voor vervoer is aangetoond en door de bevoegde autoriteit is bevestigd, in klasse 5.1 anders dan UN-nummer 2067;
    Opmerking: Onder de term "bevoegde autoriteit" wordt de bevoegde autoriteit van het land van herkomst verstaan. Indien het land van herkomst geen Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR is, moeten de indeling en de vervoersvoorwaarden worden erkend door de bevoegde autoriteit van de eerste ADR-Verdragsstaat die bij de zending betrokken is.
  • ammoniumnitriet en waterige oplossingen daarvan en mengsels van een anorganisch nitriet met een ammoniumzout;
  • mengsels van kaliumnitraat en natriumnitraat met een ammoniumzout.

 

2.2.51.2.3

Lijst van verzamelaanduidingen

2.2.51.3

 

2.2.52

Klasse 5.2: Organische peroxiden

2.2.52.1

Criteria

2.2.52.1.1

De titel van klasse 5.2 omvat organische peroxiden en formuleringen van organische peroxiden.

 

2.2.52.1.2

De stoffen van klasse 5.2 zijn als volgt onderverdeeld:

  • P1 organische peroxiden waarvoor temperatuurbeheersing niet vereist is
  • P2 organische peroxiden waarvoor temperatuurbeheersing vereist is

 

2.2.52.1.3

Definitie

Organische peroxiden zijn organische stoffen, die het bivalente structuurelement -O-O- bevatten en als derivaten van waterstofperoxide kunnen worden beschouwd, waarin één of beide waterstofatomen vervangen zijn door organische radicalen.

 

2.2.52.1.4

Eigenschappen

Organische peroxiden zijn thermisch instabiele stoffen, die bij normale of verhoogde temperatuur een exotherme ontleding kunnen ondergaan. De ontleding kan veroorzaakt worden door warmte, contact met verontreinigingen (bijv. zuren, verbindingen van zware metalen, aminen), wrijving of stoot.

De ontledingssnelheid stijgt met de temperatuur en hangt af van de formulering van het organische peroxide. De ontleding kan leiden tot het vrijkomen van schadelijke of brandbare gassen of dampen. Sommige organische peroxiden kunnen explosief ontleden, vooral bij opsluiting. Voor bepaalde organische peroxiden is temperatuurbeheersing tijdens het vervoer vereist. Deze eigenschap kan veranderd worden door toevoeging van verdunningsmiddelen of door gebruik van geschikte verpakkingen.

Veel organische peroxiden branden heftig. Contact van organische peroxiden met de ogen moet vermeden worden. Sommige organische peroxiden veroorzaken, zelfs bij kort contact, ernstige beschadigingen aan het hoornvlies of zijn bijtend voor de huid.


Opmerking: Beproevingsmethoden voor de bepaling van de brandbaarheid van organische peroxiden zijn opgenomen in subsectie 32.4 van het Handboek beproevingen en criteria. Omdat organische peroxiden bij verwarming heftig kunnen reageren, wordt aanbevolen het vlampunt te bepalen onder gebruikmaking van kleine monsterhoeveelheden, zoals beschreven in de norm ISO 3679:1983.

 

2.2.52.1.5

Classificatie

Van alle organische peroxiden moet worden beschouwd of zij in klasse 5.2 kunnen worden ingedeeld, tenzij de formulering:

  1. niet meer dan 1,0% actieve zuurstof bevat afkomstig van de organische peroxiden en niet meer dan 1,0% waterstofperoxide;
  2. niet meer dan 0,5% actieve zuurstof bevat afkomstig van de organische peroxiden en meer dan 1,0% doch ten hoogste 7,0% waterstofperoxide.

Opmerking: Het gehalte actieve zuurstof (%) van een formulering van een organisch peroxide volgt uit de formule

2.2.52.1.5waarin:
ni = aantal peroxygroepen per molecule van het organische peroxide i;
ci = concentratie (massa%) van het organische peroxide i; en
mi = moleculaire massa van het organische peroxide i.

 

2.2.52.1.6

Organische peroxiden worden geclassificeerd in zeven typen, afhankelijk van de mate van gevaar. De typen organische peroxiden variëren van type A, dat niet ten vervoer is toegelaten in de verpakking, waarin het is beproefd, tot type G, dat niet is onderworpen aan de voorschriften van klasse 5.2. De classificatie van de typen B t/m F is direct afhankelijk van de grootste toegestane hoeveelheid per collo. De principes voor de classificatie van stoffen die niet genoemd zijn in 2.2.52.3 zijn aangegeven in het Handboek beproevingen en criteria, deel II.

 

2.2.52.1.7

Reeds geclassificeerde, organische peroxiden, die reeds ten vervoer in verpakkingen zijn toegelaten, zijn in 2.2.52.4 genoemd, die welke reeds ten vervoer in IBC’s zijn toegelaten, zijn in 4.1.4.2, verpakkingsinstructie IBC 520 genoemd en die welke reeds ten vervoer in tanks overeenkomstig hoofdstuk 4.2 en 4.3 zijn toegelaten, zijn in 4.2.5.2, transporttank-instructie T23 genoemd. Voor iedere genoemde toegelaten stof is de juiste algemene positie uit hoofdstuk 3.2, tabel A (UN-nummer 3101 tot en met 3120) toegewezen en zijn de van toepassing zijnde bijkomende gevaren en opmerkingen met relevante informatie voor het vervoer aangegeven.

Door de verzamelaanduidingen wordt aangegeven:

  • het type organisch peroxide (B t/m F), zie 2.2.52.1.6 hierboven;
  • de fysische toestand (vloeibaar/vast) en
  • de temperatuurbeheersing (indien vereist), zie 2.2.52.1.15 en 2.2.52.1.16 hieronder.

Mengsels van deze formuleringen kunnen worden geassimileerd aan het gevaarlijkste type organisch peroxide, dat voorkomt in de samenstelling daarvan en zij kunnen worden vervoerd onder de voorwaarden die gelden voor dit type.

Indien echter twee stabiele componenten een thermisch minder stabiel mengsel kunnen vormen, moet de temperatuur van zichzelf versnellende ontleding (SADT) van het mengsel worden bepaald, en indien noodzakelijk, de van de SADT afgeleide controle- en kritieke temperatuur, overeenkomstig 7.1.7.3.6.

 

2.2.52.1.8

De classificatie van organische peroxiden, die in 2.2.52.4, in 4.1.4.2, verpakkingsinstructie IBC 520 of in 4.2.5.2, transporttank-instructie T23 niet zijn genoemd, evenals de indeling daarvan in een verzamelaanduiding, moet worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit van het land van herkomst.

Indien het land van herkomst geen Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR is, moeten de classificatie en de vervoersvoorwaarden worden erkend door de bevoegde autoriteit van de eerste Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR, die bij de zending betrokken is.

 

2.2.52.1.9

Monsters van niet in 2.2.52.4 genoemde organische peroxiden of formuleringen van organische peroxiden, waarvoor niet de volledige gegevens over de beproevingen beschikbaar zijn en die vervoerd moeten worden voor aanvullende beproevingen of beoordeling, moeten worden ingedeeld onder een van de verzamelaanduidingen, van toepassing op organische peroxiden van type C, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • volgens de beschikbare gegevens is het monster niet gevaarlijker dan een organisch peroxide van type B;
  • het monster is verpakt volgens verpakkingsmethode OP2 en de hoeveelheid per transporteenheid bedraagt niet meer dan 10 kg;
  • de beschikbare gegevens tonen aan dat de controletemperatuur, indien noodzakelijk, zodanig laag is dat gevaarlijke ontleding wordt voorkomen en zodanig hoog is dat geen gevaarlijke fasenscheiding optreedt.

 

2.2.52.1.10

Desensibilisatie van organische peroxiden

Teneinde de veiligheid tijdens het vervoer te waarborgen, worden organische peroxiden in veel gevallen gedesensibiliseerd met behulp van organische vloeibare of vaste stoffen, anorganische vaste stoffen of water.

Als een percentage van een stof is vastgesteld, betreft dit het massapercentage van de stof, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. In het algemeen moet de desensibilisatie zodanig zijn, dat in geval van lekkage de concentratie van het organische peroxide niet in gevaarlijke mate kan oplopen.

 

2.2.52.1.11

Tenzij anders aangegeven voor een afzonderlijke formulering van een organisch peroxide zijn de volgende definities van toepassing op verdunningsmiddelen, gebruikt voor de desensibilisatie:

  • Verdunningsmiddelen van type A zijn organische vloeistoffen die inert zijn ten opzichte van het organische peroxide, en die een kookpunt hebben van ten minste 150 0C. Verdunningsmiddelen van type A mogen worden gebruikt voor de desensibilisatie van alle organische peroxiden.
  • Verdunningsmiddelen van type B zijn organische vloeistoffen die inert zijn ten opzichte van het organische peroxide, en die een kookpunt hebben van lager dan 150 0C, maar niet lager dan 60 0C, en een vlampunt van ten minste 5 0C.
    Verdunningsmiddelen van type B mogen worden gebruikt voor de desensibilisatie van organische peroxiden, onder voorwaarde dat het kookpunt van de vloeistof ten minste 60 0C hoger is dan de SADT in een collo van 50 kg.

 

2.2.52.1.12

Verdunningsmiddelen, anders dan van type A of B, mogen aan de in 2.2.52.4 genoemde formuleringen van organische peroxiden worden toegevoegd, mits deze inert zijn.

Volledige of gedeeltelijke vervanging van verdunningsmiddelen van type A of B door een ander verdunningsmiddel met afwijkende eigenschappen vereist echter een nieuwe beoordeling van de formulering volgens de normale procedure voor de classificatie voor klasse 5.2.

 

2.2.52.1.13

Water mag slechts worden gebruikt voor de desensibilisatie van die organische peroxiden, waarbij in subsectie 2.2.52.4 of in de beslissing van de bevoegde autoriteit volgens 2.2.52.1.8 is aangegeven, dat water is toegevoegd of dat zij zich in een stabiele dispersie in water bevinden.

Monsters van organische peroxiden of van formuleringen van organische peroxiden, niet genoemd in 2.2.52.4, mogen ook gedesensibiliseerd worden met water, onder voorwaarde dat aan de voorschriften van 2.2.52.1.9 is voldaan.

 

2.2.52.1.14

Organische en anorganische vaste stoffen mogen voor desensibilisatie van organische peroxiden gebruikt worden indien deze inert zijn. Vloeistoffen en vaste stoffen worden als inert beschouwd, indien deze geen nadelige invloed hebben op de thermische stabiliteit en op het type gevaar van de formulering van het organische peroxide.

 

2.2.52.1.15

Maatregelen voor temperatuurbeheersing
De volgende organische peroxiden moeten worden onderworpen aan temperatuurbeheersing tijdens het vervoer:

  • organische peroxiden van type B en C, met een SADT <= 50 0C;
  • organische peroxiden van type D, die bij verwarming onder opsluiting een middelmatige reactie vertonen, met een SADT  <= 50 0C, of die bij verwarming onder opsluiting een geringe of geen reactie vertonen, met een SADT <= 45 0C; en
  •  organische peroxiden van type E en F, met een SADT <= 45 0C

Opmerking: De voorschriften voor de bepaling van de reacties bij verwarming onder opsluiting zijn opgenomen in het Handboek beproevingen en criteria, deel II, sectie 20 en testreeks E in sectie 25. Zie 7.1.7.

 

2.2.52.1.16

Voor zover van toepassing zijn de controle en kritieke temperaturen vermeld in 2.2.52.4. De werkelijke temperatuur tijdens het vervoer mag lager zijn dan de controletemperatuur, maar moet zodanig gekozen zijn dat gevaarlijke fasenscheiding voorkomen wordt.

 

2.2.52.2

Niet ten vervoer toegelaten stoffen
Organische peroxiden, type A, zijn niet ten vervoer toegelaten onder de bepalingen van klasse 5.2 (zie Handboek beproevingen en criteria, deel II, paragraaf 20.4.3 a).

 

2.2.52.3

Lijst van verzamelaanduidingen

2.2.52.3

 

2.2.52.4

Lijst van reeds ingedeelde organische peroxiden in verpakkingen

De in de kolom “Verpakkingsmethode” aangegeven codes “OP1” tot en met “OP8” verwijzen naar de verpakkingsmethoden in 4.1.4.1, verpakkingsinstructie P 520 (zie ook 4.1.7.1). De te vervoeren organische peroxiden moeten voldoen aan de aangegeven classificatie en de aangegeven (van de SADT afgeleide) controle- en kritieke temperaturen.

Voor stoffen die in IBC’s zijn toegelaten, zie 4.1.4.2 , verpakkingsinstructie IBC 520, voor stoffen die in tanks overeenkomstig hoofdstuk 4.2 zijn toegelaten, zie 4.2.5.2.6, transporttank-instructie T23. De formuleringen die zijn vermeld in verpakkingsinstructie IBC 520 van 4.1.4.2 en in transporttank-instructie T 23 van 4.2.5.2.6 mogen ook worden vervoerd indien verpakt volgens verpakkingsmethode OP8 van verpakkingsinstructie P 520 in 4.1.4.1, met dezelfde controle- en kritieke temperaturen, voor zover van toepassing.

 

ORGANISCH PEROXIDE Conc
(%)
Verdun- nings- middel Type A (%) Verdun- nings- middel Type B (%)1 In-erte vaste stof (%) Water (%) Verp. meth. Contr temp- tuur ( °C) Krit. temp (°C) UN-
nr (alg.  pos.)
Bijk. gev. en opm.
ACETYLACETONPEROXIDE ≤ 42 ≥ 48     ≥ 8 OP7     3105 2
" ≤ 32         OP7     3106 20
als pasta
ACETYLCYCLOHEXAANSULFONYL PEROXIDE ≤ 82       ≥12 OP4 -10 0 3112 3
" ≤ 32   ≥ 68     OP7 -10 0 3115  
tert-AMYLHYDROPEROXIDE ≤ 88 ≥ 6     ≥ 6 OP8     3107  
tert-AMYLPEROXYACETAAT ≤ 62 ≥ 38       OP7     3105  
tert-AMYLPEROXYBENZOAAT ≤ 100         OP5     3103  
tert-AMYLPEROXY-2-ETHYLHEXANOAAT ≤ 100         OP7 +20 +25 3115  
tert-AMYLPEROXY-2- ETHYLHEXYL- CARBONAAT ≤ 100         OP7     3105  
tert-AMYLPEROXYISOPROPYL CARBONAAT ≤ 77 ≥ 23       OP5     3103  
tert-AMYLPEROXYNEO DECANOAAT ≤ 77   ≥ 23     OP7 0 +10 3115  
" ≤ 47 ≥ 53       OP8 0 +10 3119  
tert-AMYLPEROXYPIVALAAT ≤ 77   ≥ 23     OP5 +10 +15 3113  
tert-AMYLPEROXY-
3,5,5-TRIMETHYLHEXANOAAT
≤ 100         OP7     3105  
tert-BUTYLCUMYLPEROXIDE > 42-100         OP8     3109  
" ≤ 52     ≥ 48   OP8     3108  
n-BUTYL-4,4-DI-(tert-BUTYLPEROXY)- VALERAAT > 52-100         OP5     3103  
" ≤ 52     ≥ 48   OP8     3108  
tert-BUTYLHYDROPEROXIDE > 79-90       ≥ 10 OP5     3103 13
" ≤ 80 ≥ 20       OP7     3105 4
13
" ≤ 79       > 14 OP8     3107 13 23
" ≤ 72       ≥ 28 OP8     3109 13
tert-BUTYLHYDROPEROXIDE + DI-tert-BUTYLPEROXIDE < 82+> 9       ≥ 7 OP5     3103 13
tert-BUTYLMONO PEROXYMALEAAT > 52-100         OP5     3102 3
" ≤ 52 ≥ 48       OP6     3103  
" ≤ 52     ≥ 48   OP8     3108  
" ≤ 52         OP8     3108  
als pasta
tert-BUTYLPEROXYACETAAT > 52 - 77 ≥ 23       OP5     3101 3
" > 32 - 52 ≥ 48       OP6     3103  
" ≤ 32   ≥ 68     OP8     3109  
tert-BUTYLPEROXYBENZOAAT > 77 - 100         OP5     3103  
" > 52 - 77 ≥ 23       OP7     3105  
" ≤ 52     ≥ 48   OP7     3106  
tert-BUTYLPEROXY BUTYLFUMARAAT ≤ 52 ≥ 48       OP7     3105  
tert-BUTYLPEROXYCROTONAAT ≤ 77 ≥ 23       OP7     3105  
tert-BUTYLPEROXYDIETHYLACETAAT ≤ 100         OP5 +20 +25 3113  
tert-BUTYLPEROXY-2- ETHYLHEXANOAAT > 52 - 100         OP6 +20 +25 3113  
" > 32 - 52   ≥ 48     OP8 +30 +35 3117  
" ≤ 52     ≥ 48   OP8 +20 +25 3118  
" ≤ 32   ≥ 68     OP8 +40 +45 3119  
tert-BUTYLPEROXY-2-ETHYLHEXANOAAT + 2,2-DI-(tert-BUTYLPEROXY)-BUTAAN ≤ 12 + ≤ 14 >14   ≥ 60   OP7     3106  
" ≤ 31 + ≤ 36   ≥ 33     OP7 +35 +40 3115  
tert-BUTYLPEROXY-
2-ETHYLHEXYLCARBONAAT
≤ 100         OP7     3105  
tert-BUTYLPEROXYISOBUTYRAAT > 52 - 77   > 23     OP5 +15 +20 3111 3
" ≤ 52   > 48     OP7 +15 +20 3115  
tert-BUTYLPEROXYISOPROPYL CARBONAAT ≤ 77 ≥ 23       OP5     3103  
1-(2-tert-BUTYLPEROXY ISOPROPYL)-
3-ISOPROPENYLBENZEEN
≤ 77 ≥ 23       OP7     3105  
" ≤ 42     ≥ 58   OP8     3108  
tert-BUTYLPEROXY-2- METHYLBENZOAAT ≤ 100         OP5     3103  
tert-BUTYLPEROXYNEO DECANOAAT > 77 - 100         OP7 -5 +5 3115  
" ≤ 77   ≥ 23     OP7 0 +10 3115  
" ≤ 52 als stabiele dispersie in water         OP8 0 +10 3119  
"

≤ 42 als stabiele dispersie in water (bevroren)

        OP8 0 +10 3118  
" ≤ 32 ≥ 68       OP8 0 +10 3119  
tert-BUTYLPEROXYNEOHEPTANOAAT ≤ 77 ≥ 23       OP7 0 +10 3115  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8 0 +10 3117  
tert-BUTYLPEROXYPIVALAAT > 67 - 77 ≥ 23       OP5 0 +10 3113  
" > 27 - 67   ≥ 33     OP7 0 +10 3115  
" ≤ 27   ≥ 73     OP8 +30 +35 3119  
tert-BUTYLPEROXYSTEARYL CARBONAAT ≤ 100         OP7     3106  
tert-BUTYLPEROXY-3,5,5- TRIMETHYLHEXANOAAT > 37 - 100         OP7     3105  
" ≤ 42   ≥ 58     OP7     3106  
" ≤ 37   ≥ 63     OP8     3109  
3-CHLOORPEROXYBENZOËZUUR > 57 - 86     ≥ 14   OP1     3102 3
" ≤ 57     ≥ 3 ≥ 40 OP7     3106  
" ≤ 77     ≥ 6 ≥ 17 OP7     3106  
CUMYLHYDROPEROXIDE > 90 - 98 ≤ 10       OP8     3107 13
" ≤ 90 ≥ 10       OP8     3109 13 18
CUMYLPEROXYNEODECANOAAT ≤ 87 ≥ 13       OP7 -10 0 3115  
" ≤ 77   ≥ 23     OP7 -10 0 3115  
" ≤ 52 als stabiele dispersie in water         OP8 -10 0 3119  
CUMYLPEROXYNEOHEPTANOAAT ≤ 77 ≥ 23       OP7 -10 0 3115  
CUMYLPEROXYPIVALAAT ≤ 77   ≥ 23     OP7 -5 +5 3115  
CYCLOHEXANONPEROXIDE(N) ≤ 91       ≥ 9 OP6     3104 13
" ≤ 72   ≥ 28     OP7     3105 5
" ≤ 72         OP7     3106 5
20
als pasta
" ≤ 32     ≥ 68         VRIJ 29
([3R-(3R,5aS,6S,8aS,9R,10R, 12S,12aR**)]- DECAHYDRO-10-METHOXY-3,6,9-TRIMETHYL-
3,12-EPOXY-12H-PYRANO[4,3-j]-1,2- BENZODIOXEPINE)
≤ 100         OP7     3106  
DIACETONALCOHOLPEROXIDEN ≤ 57   ≥ 26   ≥ 8 OP7 +40 +45 3115 6
DIACETYLPEROXIDE ≤ 27   ≥ 73     OP7 +20 +25 3115 7
13
DI-tert-AMYLPEROXIDE ≤ 100         OP8     3107  
2,2-DI-(tert-AMYLPEROXY)
BUTAAN
≤ 57 ≥ 43       OP7     3105  
1,1-DI-(tert-AMYLPEROXY)CYCLOHEXAAN ≤ 82 ≥ 18       OP6     3103  
DIBARNSTEENZUURPEROXIDE > 72 - 100         OP4     3102 3
17
" ≤ 72       ≥ 28 OP7 +10 +15 3116  
DIBENZOYLPEROXIDE >52 - 100     ≤ 48   OP2     3102 3
" > 77 - 94       ≥ 6 OP4     3102 3
" ≤ 77       ≥ 23 OP6     3104  
" ≤ 62     ≥ 28 ≥ 10 OP7     3106  
" > 52 - 62 als pasta         OP7     3106 20
" > 35 - 52     ≥ 48   OP7     3106  
" > 36 - 42 ≥ 18     ≤ 40 OP8     3107  
" ≤ 56,5       ≥ 15 OP8     3108  
als pasta
DIBENZOYLPEROXIDE (vervolg) ≤ 52         OP8     3108 20
als pasta
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8     3109  
" ≤ 35     ≥ 65         VRIJ 29
DI-(4-tert-BUTYLCYCLOHEXYL)- PEROXYDICARBONAAT ≤ 100         OP6 +30 +35 3114  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8 +30 +35 3119  
≤ 42 als pasta         OP7 +35 +40 3116  
DI-tert-BUTYLPEROXIDE > 52 - 100         OP8     3107  
" ≤ 52   ≥ 48     OP8     3109 25
DI-tert-BUTYLPEROXYAZELAAT ≤ 52 ≥ 48       OP7     3105  
2,2-DI-(tert-BUTYLPEROXY) BUTAAN ≤ 52 ≥ 48       OP6     3103  
1,6-DI-(tert-BUTYLPEROXY- CARBONYLOXY)HEXAAN ≤ 72 ≥ 28       OP5     3103  
1,1-DI-(tert-BUTYLPEROXY) CYCLOHEXAAN > 80 - 100         OP5     3101 3
" ≤ 72   ≥ 28     OP5     3103 30
" > 52 - 80 ≥ 20       OP5     3103  
" > 42 - 52 ≥ 48       OP7     3105  
" ≤ 42 ≥ 13   ≥ 45   OP7     3106  
" ≤ 27 ≥ 25       OP8     3107 21
" ≤ 42 ≥ 58       OP8     3109  
" ≤ 13 ≥ 13 ≥ 74     OP8     3109  
1,1-DI-(tert-BUTYLPEROXY) CYCLOHEXAAN + tert-BUTYL PEROXY-2-ETHYLHEXANOAAT ≤ 43 + ≤ 16 ≥ 41       OP7     3105  
DI-n-BUTYLPEROXY
DICARBONAAT
> 27 - 52   ≥ 48     OP7 -15 -5 3115  
" ≤ 27   ≥ 73     OP8 -10 0 3117  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water (bevroren)         OP8 -15 -5 3118  
DI-sec-BUTYLPEROXYDI CARBONAAT > 52 - 100         OP4 -20 -10 3113  
" ≤ 52   ≥ 48     OP7 -15 -5 3115  
DI-(tert-BUTYLPEROXY) FTALAAT > 42 - 52 ≥ 48       OP7     3105  
" ≤ 52 als pasta         OP7     3106 20
" ≤ 42 ≥ 58       OP8     3107  
DI-(tert-BUTYL
PEROXYISOPROPYL) BENZE(E)N(EN)
> 42 - 100     ≤ 57   OP7     3106  
" ≤ 42     ≥ 58         VRIJ 29
2,2-DI-(tert-BUTYLPEROXY) PROPAAN ≤ 52 ≥ 48       OP7     3105  
" ≤ 42 ≥ 13   ≥ 45   OP7     3106  
1,1-DI-(tert-BUTYLPEROXY)-
3,5,5-TRIMETHYLCYCLOHEXAAN
> 90 - 100         OP5     3101 3
" ≤ 90   ≥ 10     OP5     3103 30
" > 57 - 90 ≥ 10       OP5     3103  
" ≤ 77   ≥ 23     OP5     3103  
" ≤ 57     ≥ 43   OP8     3110  
" ≤ 57 ≥ 43       OP8     3107  
" ≤ 32 ≥ 26 ≥ 42     OP8     3107  
DICETYLPEROXYDICARBONAAT ≤ 100         OP8 +30 +35 3120  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8 +30 +35 3119  
DI-4-CHLOORBENZOYL PEROXIDE ≤ 77       ≥ 23 OP5     3102 3)
" ≤ 52         OP7     3106 20
als pasta
" ≤ 32     ≥ 68         VRIJ 29
DICUMYLPEROXIDE > 52 - 100         OP8     3110 12
" ≤ 52     ≥ 48         VRIJ 29
DICYCLOHEXYLPEROXYDI CARBONAAT > 91 - 100         OP3 +10 +15 3112 3
" ≤ 91       ≥ 9 OP5 +10 +15 3114  
DICYCLOHEXYLPEROXYDI CARBONAAT
(vervolg)
≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8 +15 +20 3119  
DIDECANOYLPEROXIDE ≤ 100         OP6 +30 +35 3114  
2,2-DI-(4,4-DI (tert-BUTYLPEROXY)- CYCLOHEXYL) PROPAAN ≤ 42     ≥ 58   OP7     3106  
" ≤ 22   ≥ 78     OP8     3107  
DI-2,4-DICHLOORBENZOYL PEROXIDE ≤ 77       ≥ 23 OP5     3102 3
" ≤ 52 als pasta         OP8 +20 +25 3118  
" ≤ 52 als pasta met siliconenolie         OP7     3106  
DI-(2-ETHOXYETHYL)-PEROXYDICARBONAAT ≤ 52     ≥ 48   OP7 -10 0 3115  
DI-(2-ETHYLHEXYL)-PEROXYDICARBONAAT > 77 - 100         OP5 -20 -10 3113  
" ≤ 77   ≥ 23     OP7 -15 -5 3115  
" ≤ 62 als stabiele dispersie in water         OP8 -15 -5 3119  
" ≤ 52 als stabiele dispersie in water (bevroren)         OP8 -15 -5 3120  
DI-(2-FENOXYETHYL)-PEROXYDICARBONAAT > 85 - 100         OP5     3102 3
" ≤ 85       ≥ 15 OP7     3106  
2,2-DIHYDROPEROXY PROPAAN ≤ 27     ≥ 73   OP5     3102 3
DI-(1-HYDROXYCYCLOHEXYL)- PEROXIDE ≤ 100         OP7     3106  
DIISOBUTYRYL PEROXIDE > 32 - 52   ≥ 48     OP5 -20 -10 3111 3
" ≤ 32   ≥ 68     OP7 -20 -10 3115  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8 -20 -10 3119  
DI-ISOPROPYLBENZEEN-DIHYDROPEROXIDE ≤ 82 ≥ 5     ≥ 5 OP7     3106 24
DIISOPROPYLPEROXYDI CARBONAAT > 52 - 100         OP2 -15 -5 3112 3
" ≤ 52   ≥ 48     OP7 -20 -10 3115  
" ≤ 32 ≥ 68       OP7 -15 -5 3115  
DILAUROYLPEROXIDE ≤100         OP7     3106  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8     3109  
DI-(3-METHOXYLBUTYL)- PEROXY- DICARBONAAT ≤ 52   ≥ 48     OP7 -5 5 3115  
DI-(2-METHYLBENZOYL)- PEROXIDE ≤ 87       ≥ 13 OP5 +30 +35 3112 3
DI-(4-METHYLBENZOYL)- PEROXIDE ≤ 52 als pasta met siliconenolie         OP7     3106  
DI-(3-METHYLBENZOYL)- PEROXIDE + BENZOYL(3-METHYLBENZOYL)-PEROXIDE + DIBENZOYLPEROXIDE ≤ 20 + ≤ 18 +
≤ 4
  ≥ 58     OP7 +35 +40 3115  
2,5-DIMETHYL-2,5-DI-(BENZOYLPEROXY)- HEXAAN > 82 - 100         OP5     3102 3
" ≤ 82     ≥ 18   OP7     3106  
" ≤ 82       ≥ 18 OP5     3104  
2,5-DIMETHYL-2,5-DI-(tert-BUTYLPEROXY) HEXAAN > 90 - 100         OP5     3103  
" > 52 - 90 ≥ 10       OP7     3105  
" ≤ 47 als pasta         OP8     3108  
" ≤ 52 ≥ 48       OP8     3109  
" ≤ 77     ≥ 23   OP8     3108  
2,5-DIMETHYL-2,5-DI-(tert-BUTYLPEROXY)- HEXYN-3 > 86 - 100         OP5     3101 3
" > 52 - 86 ≥ 14       OP5     3103 26
" ≤ 52     ≥ 48   OP7     3106  
2,5-DIMETHYL-2,5-DI- ≤ 100         OP5 +20 +25 3113  
(2-ETHYLHEXANOYLPEROXY)- HEXAAN
2,5-DIMETHYL-2,5-DIHYDROPEROXYHEXAAN ≤ 82       ≥ 18 OP6     3104  
2,5-DIMETHYL-2,5-DI-(3,5,5-TRIMETHYL- HEXANOYLPEROXY) HEXAAN ≤ 77 ≥ 23       OP7     3105  
1,1-DIMETHYL-3- HYDROXYBUTYL- PEROXY NEOHEPTANOAAT ≤ 52 ≥ 48       OP8 0 +10 3117  
DIMYRISTYLPEROXYDI
CARBONAAT
≤ 100         OP7 +20 +25 3116  
" ≤ 42 als stabiele dispersie in water         OP8 +20 +25 3119  
DI-(2-NEODECANOYL PEROXYISOPROPYL) BENZEEN ≤ 52 ≥ 48       OP7 -10 0 3115  
DI-n-NONANOYLPEROXIDE ≤ 100         OP7 0 +10 3116  
DI-n-OCTANOYLPEROXIDE ≤ 100         OP5 +10 +15 3114  
DIPROPIONYLPEROXIDE ≤ 27   ≥ 73     OP8 +15 +20 3117  
DI-n-PROPYLPEROXY
DICARBONAAT
≤ 100         OP3 -25 -15 3113  
" ≤ 77   ≥ 23     OP5 -20 -10 3113  
DI-(3,5,5-TRI METHYLHEXANOYL)-PEROXIDE > 52 - 82 ≥ 18       OP7 0 +10 3115  
" > 38 - 52 ≥ 48       OP8 +10 +15 3119  
" ≤ 52 als stabiele dispersie in water         OP8 +10 +15 3119  
" ≤ 38 ≥ 62       OP8 +20 +25 3119  
ETHYL-3,3-DI-(tert-AMYLPEROXY)BUTYRAAT ≤ 67 ≥ 33       OP7     3105  
ETHYL-3,3-DI-(tert-BUTYLPEROXY)BUTYRAAT > 77 - 100         OP5     3103  
" ≤ 77 ≥ 23       OP7     3105  
" ≤ 52     ≥ 48   OP7     3106  
1-(2-ETHYLHEXANOYLPEROXY) -1,3- DIMETHYL BUTYLPEROXYPIVALAAT ≤ 52 ≥ 45 ≥ 10     OP7 -20 -10 3115  
tert-HEXYLPEROXYNEO
ECANOAAT
≤ 71 ≥ 29       OP7 0 +10 3115  
tert-HEXYLPEROXYPIVALAAT ≤ 72   ≥ 28     OP7 +10 +15 3115  
3-HYDROXY-1,1- DIMETHYLBUTYLPEROXYNEO DECANOAAT ≤ 77 ≥ 23       OP7 -5 +5 3115  
" ≤ 52 ≥ 48       OP8 -5 +5 3117  
" ≤ 52 als stabiele dispersie in water         OP8 -5 +5 3119  
ISOPROPYL sec-BUTYL PEROXYDICARBONAAT+ ≤ 32 + ≥ 38       OP7 -20 -10 3115  
DI-sec-BUTYLPEROXYDICARBONAAT ≤ 15 - 18
+DI-ISOPROPYLPEROXY
DICARBONAAT
+ ≤ 12 - 15
ISOPROPYL sec-BUTYL PEROXYDICARBONAAT+ ≤ 52 +
≤ 28 +
        OP5 -20 -10 3111 3
DI-sec-BUTYLPEROXYDICARBONAAT+
DI-ISOPROPYLPEROXY
DICARBONAAT
≤ 22                  
ISOPROPYLCUMYL
HYDROPEROXIDE
≤ 72 ≥ 28       OP8     3109 13
p-MENTHYL HYDROPEROXIDE > 72 - 100         OP7     3105 13
" ≤ 72 ≥ 28       OP8     3109 27
METHYLCYCLOHEXANON PEROXIDE(N) ≤ 67   ≥ 33     OP7 +35 +40 3115  
METHYLETHYLKETON PEROXIDE(N) zie Opmerking 8 ≥ 48       OP5     3101 3
8
13
" zie Opmerking 9 ≥ 55       OP7     3105 9
" zie Opmerking 10 ≥ 60       OP8     3107 10
METHYLISOBUTYLKETON PEROXIDE(N) ≤ 62 ≥ 19       OP7     3105 22
METHYLISOPROPYLKETON PEROXIDE(N) Zie Opmer- king 31) ≥ 70       OP8     3109 31
ORGANISCH PEROXIDE, VAST, MONSTER           OP2     3104 11
ORGANISCH PEROXIDE, VAST, MONSTER, MET TEMPERATUURBEHEERSING           OP2     3114 11
ORGANISCH PEROXIDE, VLOEIBAAR, MONSTER           OP2     3103 11
ORGANISCH PEROXIDE, VLOEIBAAR, MONSTER, MET TEMPERATUURBEHEERSING           OP2     3113 11
3,3,5,7,7-PENTAMETHYL-1,2,4-TRIOXEPAAN ≤ 100         OP8     3107  
PEROXYAZIJNZUUR, TYPE D, gestabiliseerd ≤ 43         OP7     3105 13
1
19
PEROXYAZIJNZUUR, TYPE E, gestabiliseerd ≤ 43         OP8     3107 13 15 19
PEROXYAZIJNZUUR, TYPE F, gestabiliseerd ≤ 43         OP8     3109 13 16 19
PEROXYLAURYLZUUR ≤ 100         OP8 +35 +40 3118  
1-FENYLETHYLHYDRO PEROXIDE ≤ 38   ≥ 62     OP8     3109  
PINANYLHYDROPEROXIDE > 56 - 100         OP7     3105 13
" ≤ 56 ≥ 44       OP8     3109  
POLYETHERPOLY-tert- BUTYLPEROXYCARBONAAT ≤ 52   ≥ 48     OP8     3107  
1,1,3,3-TETRAMETHYLBUTYL- HYDROPEROXIDE ≤ 100         OP7     3105  
1,1,3,3-TETRAMETHYLBUTYLPEROXY- ≤ 100         OP7 +15 +20 3115  
2-ETHYLHEXANOAAT
1,1,3,3-TETRAMETHYL BUTYLPEROXY- NEODECANOAAT ≤ 72   ≥ 28     OP7 -5 +5 3115  
" ≤ 52 als stabiele dispersie in water         OP8 -5 +5 3119  
1,1,3,3-TETRAMETHYL BUTYL- PEROXYPIVALAAT ≤ 77 ≥ 23       OP7 0 +10 3115  
3,6,9-TRIETHYL-3,6,9- TRIMETHYL-1,4,7- TRIPEROXONAAN ≤ 42 ≥ 58   ≥ 65   OP7     3105 28
" ≤ 17 ≥ 18 OP8 3110

Opmerkingen (zie laatste kolom van de tabel in 2.2.52.4):

  1. Verdunningsmiddel van type B mag altijd worden vervangen door verdunningsmiddel van type A. Het kookpunt van het verdunningsmiddel van type B moet ten minste 60 °C hoger zijn dan de SADT van het organische peroxide.
  2. Gehalte actieve zuurstof <= 4,7%.
  3. Bijkomend gevaarsetiket "ONTPLOFBAAR" (model nr. 1, zie 5.2.2.2.2) vereist.
  4. Het verdunningsmiddel mag worden vervangen door di-tert-butyl-peroxide.
  5. Gehalte actieve zuurstof <= 9%.
  6. Met <= 9% waterstofperoxide; gehalte actieve zuurstof <= 10%.
  7. Metalen verpakkingen mogen niet worden gebruikt.

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief