ADR Digitaal

Deel 1 - Hoofdstuk 1.6
OVERGANGSVOORSCHRIFTEN

 

1.6.1

Algemeen

1.6.1.1

Voor zover niet anders is voorgeschreven, mogen stoffen en voorwerpen van het ADR tot en met 30 juni 2019 worden vervoerd volgens de voorschriften van het ADR van toepassing tot en met 31 december 2018.

 

1.6.1.2

Geschrapt

 

1.6.1.3

Stoffen en voorwerpen van klasse 1, die toebehoren aan de krijgsmacht van een Overeenkomstsluitende Partij en die vóór 1 januari 1990, in overeenstemming met de destijds geldende voorschriften van het ADR, verpakt zijn, mogen na 31 december 1989 worden vervoerd onder voorwaarde dat de verpakkingen in goede staat verkeren en dat in het vervoersdocument wordt vermeld, dat het militaire goederen betreft, die vóór 1 januari 1990 zijn verpakt. De overige, vanaf 1 januari 1990 geldende voorschriften voor deze klasse moeten in acht worden genomen.

 

1.6.1.4

Stoffen en voorwerpen van klasse 1, die tussen 1 januari 1990 en 31 december 1996 in overeenstemming met de gedurende die periode geldende voorschriften van het ADR verpakt zijn, mogen na 31 december 1996 worden vervoerd onder voorwaarde dat de verpakkingen in goede staat verkeren en dat in het vervoersdocument wordt aangegeven, dat het goederen van klasse 1 betreft, die tussen 1 januari 1990 en 31 december 1996 verpakt zijn.

 

1.6.1.5

Gereserveerd

 

1.6.1.6

IBC’s die vervaardigd zijn vóór 1 januari 2003 volgens de tot en met 30 juni 2001 geldende voorschriften van randnummer 3612 (1) en die niet voldoen aan de met ingang van 1 juli 2001 geldende voorschriften van 6.5.2.1.1 met betrekking tot de hoogte van letters, nummers en tekens, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.7

Typegoedkeuringen voor vaten, jerrycans en combinatie-IBC’s vervaardigd van hoog- of middelmoleculair polyetheen, die vóór 1 juli 2005 zijn afgegeven in overeenstemming met de tot en met 31 december 2004 geldende voorschriften van 6.1.5.2.6, maar die niet voldoen aan de voorschriften van 4.1.1.21, blijven geldig tot en met 31 december 2009. Alle verpakkingen die zijn vervaardigd en gekenmerkt op basis van deze typegoedkeuringen, mogen tot het einde van hun in 4.1.1.15 vastgestelde gebruiksduur gebruikt worden.

 

1.6.1.8

Bestaande oranje borden die voldoen aan de tot en met 31 december 2004 geldende voorschriften van subsectie 5.3.2.2 mogen verder worden gebruikt onder voorwaarde dat is voldaan aan de voorschriften van 5.3.2.2.1 en 5.3.2.2.2, volgens welke het bord, de cijfers en de letters bevestigd moeten blijven ongeacht de stand van het voertuig.

 

1.6.1.9

Geschrapt

1.6.1.10

Geschrapt

 

1.6.1.11

Typegoedkeuringen voor vaten, jerrycans en combinatieverpakkingen van hoog- of middelmoleculair polyetheen en voor IBC's van hoogmoleculair polyetheen, die vóór 1 juli 2007 zijn afgegeven in overeenstemming met de tot en met 31 december 2006 geldende voorschriften van 6.1.6.1 a), maar die niet voldoen aan de voorschriften van 6.1.6.1 a), van toepassing met ingang van 1 januari 2007, blijven geldig.

 

1.6.1.12

Geschrapt

1.6.1.13

Geschrapt

 

1.6.1.14

IBC’s vervaardigd vóór 1 januari 2011 en die overeenkomen met een ontwerptype dat niet de vibratieproef van 6.5.6.13 heeft doorstaan of waarvoor niet was voorgeschreven dat dit moest voldoen aan de criteria van 6.5.6.9.5 d) toen dit werd onderworpen aan de valproef, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.15

IBC's, vervaardigd, omgebouwd of gerepareerd vóór 1 januari 2011, hoeven niet van het kenmerk te zijn voorzien met de maximale toegestane stapelhoogte overeenkomstig 6.5.2.2.2. Dergelijke IBC's, die niet van het kenmerk overeenkomstig 6.5.2.2.2 zijn voorzien, mogen verder worden gebruikt na 31 december 2010, maar zij moeten van het kenmerk overeenkomstig 6.5.2.2.2 worden voorzien, indien zij na die datum worden omgebouwd of
gerepareerd. IBC's, vervaardigd, omgebouwd of gerepareerd tussen 1 januari 2011 en 31 december 2016 en voorzien van het kenmerk met de maximale toegestane stapelhoogte overeenkomstig 6.5.2.2.2 van kracht tot en met 31 december 2014, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.16

Geschrapt

1.6.1.17

Geschrapt

1.6.1.18

Geschrapt

1.6.1.19

Geschrapt

1.6.1.20

Geschrapt

1.6.1.21

Geschrapt

 

1.6.1.22

Binnenhouders van combinatie-IBC’s, vervaardigd vóór 1 juli 2011, en die gemerkt zijn overeenkomstig de voorschriften van 6.5.2.2.4, van kracht tot en met 31 december 2010, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.23

Brandblusapparaten die zijn vervaardigd vóór 1 juli 2011 volgens de tot en met 31 december 2010 geldende voorschriften van 8.1.4.3 mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.24

Geschrapt

1.6.1.25

Geschrapt

 

1.6.1.26

Vóór 1 januari 2014 vervaardigde of omgebouwde grote verpakkingen die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2013 geldende voorschriften van 6.6.3.1 betreffende de hoogte van letters, getallen en symbolen, mogen verder worden gebruikt. Vóór 1 januari 2015 vervaardigde of omgebouwde grote verpakkingen hoeven niet te zijn voorzien van het kenmerk met de maximaal toegestane stapelhoogte overeenkomstig 6.6.3.3. Dergelijke grote verpakkingen die niet van het kenmerk overeenkomstig 6.6.3.3 zijn voorzien, mogen verder worden gebruikt na 31 december 2014, maar zij moeten van het kenmerk overeenkomstig 6.6.3.3 worden voorzien indien zij na die datum worden omgebouwd. Tussen 1 januari 2011 en 31 december 2016 vervaardigde of omgebouwde grote verpakkingen die zijn voorzien van het tot en met 31 december 2014 geldende kenmerk met de maximaal toegestane stapelhoogte overeenkomstig 6.6.3.3 mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.27

In uitrusting of machines geïntegreerde middelen van omsluiting, gebouwd vóór 1 juli 2013, die vloeibare brandstoffen van de UN-nummers 1202, 1203, 1223, 1268, 1863 of 3475 bevatten en die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2013 geldende voorschriften van paragraaf (a) van bijzondere bepaling 363 in hoofdstuk 3.3, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.1.28

Geschrapt

 

1.6.1.29

Lithiumcellen en –batterijen die zijn vervaardigd overeenkomstig een type dat voldoet aan de vereisten van subsectie 38.3 van het Handboek beproevingen en criteria, versie 3, wijziging 1 of enige latere versie en wijziging zoals die op de datum van de typekeuring van toepassing zijn, mogen verder worden vervoerd, tenzij in het ADR anders is bepaald.
Lithiumcellen en –batterijen die zijn vervaardigd voor 1 juli 2003 en die voldoen aan de vereisten van het Handboek beproevingen en criteria, versie 3, mogen verder worden vervoerd indien aan alle andere van toepassing zijnde vereisten wordt voldaan.

 

1.6.1.30

Etiketten die voldoen aan de tot en met 31 december 2014 geldende vereisten van 5.2.2.2.1.1, mogen verder worden gebruikt tot en met 30 juni 2019.

 

1.6.1.31

Geschrapt

1.6.1.32

Geschrapt

 

1.6.1.33

Elektrische dubbellaags condensatoren van UN-nummer 3499 die vóór 1 januari 2014 zijn vervaardigd, hoeven niet te zijn voorzien van de onder subparagraaf (e) van bijzondere bepaling 361 van hoofdstuk 3.3 voorgeschreven vermelding van de energieopslagcapaciteit in Wh.

 

1.6.1.34

Asymmetrische condensatoren van UN-nummer 3508 die vóór 1 januari 2016 zijn vervaardigd, hoeven niet te zijn voorzien van de onder subparagraaf (c) van bijzondere bepaling 372 van hoofdstuk 3.3 voorgeschreven vermelding van de energieopslagcapaciteit in Wh.

 

1.6.1.35

Geschrapt

 

1.6.1.36

Vóór 1 januari 2014 afgegeven opleidingscertificaten voor bestuurders die niet voldoen aan de sinds 1 januari 2013 geldende vereisten van 8.2.2.8.5 ten aanzien van de onder nummer 4 respectievelijk nummer 8 voorgeschreven schrijfwijze van data en kleur (zwarte letters met witte achtergrond), en de vermelding, overeenkomstig nummer 9 en 10, op de achterzijde van het certificaat, van de overeenkomstige lijst(en) van klassen waarvoor het certificaat geldig is, mogen verder worden gebruikt totdat de geldigheidsduur ervan is verstreken.

 

1.6.1.37

Geschrapt

 

1.6.1.38

Overeenkomstsluitende Partijen mogen tot en met 31 december 2018 vakbekwaamheidscertificaten voor veiligheidsadviseurs voor gevaarlijke goederen blijven afgeven overeenkomstig het model van toepassing tot en met 31 december 2016 in plaats van de certificaten overeenkomstig 1.8.3.18 die met ingang van 1 januari 2017 van toepassing zijn. Dergelijke certificaten mogen tot het einde van hun geldigheid van 5 jaar in gebruik blijven.

 

1.6.1.39

Geschrapt

1.6.1.40

Geschrapt

 

1.6.1.41

Ondanks de voorschriften van het ADR die met ingang van 1 januari 2017 van toepassing zijn, mogen grote verpakkingen die voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep III overeenkomstig bijzondere bepaling L2 van verpakkingsinstructie LP02 van 4.1.4.3, van toepassing tot en met 31 december 2016, verder worden gebruikt tot en met 31 december 2022 voor UN-nr. 1950.

 

1.6.1.42

Geschrapt

 

1.6.1.43

Voertuigen die vóór 1 juli 2017 geregistreerd of in gebruik gesteld zijn zoals gedefinieerd in bijzondere bepalingen 388 en 669 van hoofdstuk 3.3 alsmede de uitrustingsdelen ervan, bestemd voor gebruik tijdens het vervoer, die voldoen aan de voorschriften van het ADR van toepassing tot en met 31 december 2016, maar lithiumcellen en -batterijen bevatten die niet aan de bepalingen van 2.2.9.1.7 voldoen, mogen verder als lading worden vervoerd overeenkomstig de voorschriften van bijzondere bepaling 666 van hoofdstuk 3.3.

 

1.6.1.44

Ondernemingen die uitsluitend als verzenders bij het vervoer van gevaarlijke goederen betrokken zijn, en die op basis van de tot 31 december 2018 geldende bepalingen geen veiligheidsadviseur hoefden te benoemen, moeten, in afwijking van het gestelde in 1.8.3.1 dat vanaf januari 2019 van toepassing is, uiterlijk op 31 december 2022 een veiligheidsadviseur benoemen.

 

1.6.1.45

De Overeenkomstsluitende Partijen mogen tot en met 31 december 2020 vakbekwaamheidscertificaten voor veiligheidsadviseurs op het gebied van gevaarlijke goederen blijven afgeven overeenkomstig het model van toepassing tot en met 31 december 2018 in plaats van de certificaten overeenkomstig 1.8.3.18 die vanaf 1 januari 2019 van toepassing zijn. Dergelijke certificaten mogen tot het einde van hun geldigheid van 5 jaar in gebruik blijven.

 

1.6.1.46

Het vervoer van in deze bijlage niet nader aangeduide machines of uitrusting die mogelijkerwijs gevaarlijke goederen bevatten in inwendige of voor de werking ervan benodigde onderdelen en daarom vallen onder UN-nummers 3363, 3537, 3538, 3539, 3540, 3541, 3542, 3543, 3544, 3545, 3546, 3547 of 3548, dat was vrijgesteld van de voorschriften van het ADR overeenkomstig 1.1.3.1 b) van toepassing tot en met 31 december 2018, mag vrijgesteld blijven worden van het ADR tot en met 31 december 2022, op voorwaarde dat maatregelen zijn getroffen om onder normale vervoersomstandigheden vrijkomen van de inhoud te verhinderen.

 

1.6.1.47

Lithiumcellen en -batterijen die niet aan de voorschriften van 2.2.9.1.7 g) voldoen, mogen tot en met 31 december 2019 verder worden vervoerd.


1.6.2

Drukhouders en houders voor klasse 2

1.6.2.1

Houders die vóór 1 januari 1997 gebouwd zijn en die niet voldoen aan de vanaf 1 januari 1997 geldende voorschriften van het ADR, maar waarin het vervoer toegestaan was volgens de voorschriften van het ADR van toepassing tot en met 31 december 1996, mogen na dit tijdstip verder gebruikt worden, onder voorwaarde dat aan de in de verpakkingsinstructies P200 en P203 beschreven voorschriften voor de periodieke beproevingen wordt voldaan.

 

1.6.2.2

Geschrapt

 

1.6.2.3

Houders, bestemd voor het vervoer van stoffen van klasse 2, die zijn vervaardigd vóór 1 januari 2003 mogen na 1 januari 2003 nog voorzien zijn van de kenmerken volgens de tot en met 31 december 2002 van toepassing zijnde voorschriften.

 

1.6.2.4

Drukhouders, ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met technische reglementen, die overeenkomstig 6.2.5 niet langer zijn erkend, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.2.5

Drukhouders en sluitingen daarvan, ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met normen, die van toepassing waren ten tijde van hun constructie (zie 6.2.4) overeenkomstig de bepalingen van het ADR die destijds van toepassing waren, mogen verder worden gebruikt tenzij dit beperkt is door een specifiek overgangsvoorschrift.

 

1.6.2.6

Drukhouders voor stoffen die niet vallen onder klasse 2, vervaardigd vóór 1 juli 2009 overeenkomstig de voorschriften van 4.1.4.4, van kracht tot en met 31 december 2008, maar die niet voldoen aan de voorschriften van 4.1.3.6, van toepassing vanaf 1 januari 2009, mogen verder worden gebruikt onder voorwaarde dat wordt voldaan aan de voorschriften van 4.1.4.4, van kracht tot en met 31 december 2008.

 

1.6.2.7

Geschrapt

1.6.2.8

Geschrapt

 

1.6.2.9

De bepalingen van verpakkingsinstructie P200 (10), bijzonder verpakkingsvoorschrift v van 4.1.4.1, van toepassing tot en met 31 december 2010, mogen door Overeenkomstsluitende Partijen bij het ADR worden toegepast op flessen gefabriceerd vóór 1 januari 2015.

 

1.6.2.10

Hervulbare gelaste stalen flessen voor het vervoer van gassen van de UN-nummers 1011, 1075, 1965, 1969 of 1978, waaraan door de bevoegde autoriteit van het land (de landen) van het vervoer termijnen van 15 jaar voor het periodiek onderzoek zijn toegekend overeenkomstig verpakkingsinstructie P200 (10), bijzonder verpakkingsvoorschrift v van 4.1.4.1, zoals van toepassing tot en met 31 december 2010, mogen verder periodiek worden onderzocht overeenkomstig deze bepalingen.

 

1.6.2.11

Vóór 1 januari 2013 vervaardigde en voor het vervoer voorbereide gaspatronen waarop de voorschriften van 1.8.6, 1.8.7 of 1.8.8 inzake de conformiteitsbeoordeling van gaspatronen niet zijn toegepast, mogen na deze datum nog worden vervoerd, onder voorwaarde dat aan alle andere toepasselijke bepalingen van het ADR is voldaan.

 

1.6.2.12

Bergingsdrukhouders mogen tot en met 31 december 2013 verder worden vervaardigd en goedgekeurd volgens nationale voorschriften. Bergingsdrukhouders die vóór 1 januari 2014 volgens nationale voorschriften vervaardigd en goedgekeurd zijn, mogen verder worden gebruikt met goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van de landen van gebruik.

 

1.6.2.13

Vóór 1 juli 2013 vervaardigde flessenbatterijen die niet zijn gekenmerkt overeenkomstig 6.2.3.9.7.2 en 6.2.3.9.7.3 zoals van toepassing met ingang van 1 januari 2013 of 6.2.3.9.7.2 zoals van toepassing met ingang van 1 januari 2015, mogen worden gebruikt tot het eerstvolgende periodiek onderzoek na 1 juli 2015.

 

1.6.2.14

Flessen die vóór 1 januari 2016 zijn geconstrueerd in overeenstemming met 6.2.3 en een door de bevoegde autoriteiten van het land van vervoer en het land van gebruik goedgekeurde specificatie, maar niet overeenkomstig ISO 11513:2011 of ISO 9809-1:2010 zoals vereist in 4.1.4.1, verpakkingsinstructie P208 (1), mogen worden gebruikt voor het vervoer van geadsorbeerde gassen, mits wordt voldaan aan de algemene verpakkingsinstructies van 4.1.6.1.

 

1.6.2.15

Flessenbatterijen die vóór 1 juli 2015 aan een periodiek onderzoek zijn onderworpen en die niet zijn gekenmerkt overeenkomstig 6.2.3.9.7.3 zoals van toepassing vanaf 1 januari 2015, mogen worden gebruikt tot het eerstvolgende periodiek onderzoek na 1 juli 2015.


1.6.3

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens

1.6.3.1

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, die vóór de invoering van de met ingang van 1 oktober 1978 geldende voorschriften zijn gebouwd, mogen verder worden gebruikt, indien de uitrusting van de tank voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk 6.8. De wanddikte van de reservoirs, met uitzondering van de reservoirs die zijn bestemd voor het vervoer van sterk gekoelde, vloeibaar gemaakte gassen van klasse 2, moet ten minste overeenkomen met een berekeningsdruk van 0,4 MPa (4 bar) (overdruk) voor zacht staal of 200 kPa (2 bar) (overdruk) voor aluminium en aluminiumlegeringen. De dwarsdoorsnede die wordt gebruikt bij de berekening van die delen van een tank, die geen cilindrische doorsnede
hebben, moet een cirkel zijn die in oppervlakte gelijk is aan de desbetreffende dwarsdoorsnede van de tank.

 

1.6.3.2

De periodieke keuringen van de vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens die in dienst blijven overeenkomstig de overgangsbepalingen, moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van 6.8.2.4 en 6.8.3.4 en de overeenkomende bijzondere bepalingen voor de verschillende klassen. Voor zover in de vroegere bepalingen geen hogere beproevingsdruk was voorgeschreven, is voor de reservoirs van aluminium en aluminiumlegeringen een beproevingsdruk van 200 kPa (2 bar) (overdruk) voldoende.

 

1.6.3.3

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, die voldoen aan de overgangsbepalingen van 1.6.3.1 en 1.6.3.2, mogen tot 30 september 1993 gebruikt worden voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen, waarvoor zij zijn toegelaten. Deze overgangstermijn is niet van toepassing op vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, bestemd voor het vervoer van de stoffen van klasse 2, en ook niet op vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, waarvan de wanddikte en de uitrusting voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 6.8.

 

1.6.3.4

  1. Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens die gebouwd zijn vóór 1 mei 1985 volgens de voorschriften van het ADR, die golden tussen 1 oktober 1978 en 30 april 1985, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 mei 1985 geldende voorschriften, mogen ook na deze datum verder worden gebruikt.
  2. Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens die gebouwd zijn tussen 1 mei 1985 en de invoering van de met ingang van 1 januari 1988 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan deze voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.5

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, die gebouwd zijn vóór 1 januari 1993 volgens de tot en met 31 december 1992, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 1993 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.6

  1. Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens die tussen 1 januari 1978 en 31 december 1984 zijn gebouwd, moeten bij gebruik na 31 december 2004 voldoen aan de vanaf 1 januari 1990 geldende voorschriften van randnummer 211.127 (5), betreffende wanddikte en bescherming tegen beschadiging.
  2. Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, die tussen 1 januari 1985 en 31 december 1989 zijn gebouwd, moeten bij gebruik na 31 december 2010 voldoen aan de vanaf 1 januari 1990 geldende voorschriften van randnummer 211.127 (5), betreffende wanddikte en bescherming tegen beschadiging.

 

1.6.3.7

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, die vóór 1 januari 1999 zijn gebouwd volgens de tot en met 31 december 1998 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de vanaf 1 januari 1999 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.8

Indien op grond van wijzigingen van het ADR bepaalde juiste vervoersnamen van gassen zijn veranderd, dan is het niet nodig de benamingen op de plaat of op het reservoir zelf (zie 6.8.3.5.2 of 6.8.3.5.3) te wijzigen, onder voorwaarde dat de benamingen van de gassen op de vast tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens of op de platen [zie 6.8.3.5.6 b) of c)] bij de eerstvolgende periodieke keuring daarna worden aangepast.

 

1.6.3.9

Gereserveerd

1.6.3.10

Gereserveerd

 

1.6.3.11

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks, die gebouwd zijn vóór 1 januari 1997 volgens de tot en met 31 december 1996 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 1997 geldende voorschriften van de randnummers 211.332 en 211.333, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.12

Gereserveerd

1.6.3.13

Geschrapt

1.6.3.14

Gereserveerd

1.6.3.15

Geschrapt

 

1.6.3.16

Voor vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, gebouwd vóór 1 juli 2007, die niet voldoen aan de voorschriften van 4.3.2, 6.8.2.3, 6.8.2.4 en 6.8.3.4 wat betreft het tankdossier, moet uiterlijk vanaf het eerstvolgende periodieke onderzoek worden begonnen met het bewaren van documenten voor het tankdossier.

 

1.6.3.17

Geschrapt

 

1.6.3.18

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens, die gebouwd zijn vóór 1 januari 2003 volgens de tot en met 30 juni 2001 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 juli 2001 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt onder voorwaarde dat de toekenning van de desbetreffende tankcode is uitgevoerd.

 

1.6.3.19

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks, gebouwd vóór 1 januari 2003 volgens de tot en met 31 december 2002 geldende voorschriften van 6.8.2.1.21, maar die echter niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2003 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.20

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks, gebouwd vóór 1 juli 2003 volgens de tot en met 31 december 2002 geldende voorschriften, die echter niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2003 geldende voorschriften van 6.8.2.1.7 en aan bijzondere bepaling TE15 van 6.8.4 b), van toepassing van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2006, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.21

Geschrapt

1.6.3.22

Gereserveerd

1.6.3.23

Gereserveerd

1.6.3.24

Gereserveerd

1.6.3.25

Geschrapt

 

1.6.3.26

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks, die gebouwd zijn vóór 1 januari 2007 volgens de tot en met 31 december 2006 geldende voorschriften, maar die echter niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2007 geldende voorschriften inzake de kenmerking met de uitwendige ontwerpdruk volgens 6.8.2.5.1, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.27

Gereserveerd

1.6.3.28

Gereserveerd

1.6.3.29

Gereserveerd

 

1.6.3.30

Druk/vacuümtanks vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks, die gebouwd zijn vóór 1 juli 2005 volgens de tot en met 31 december 2004 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2005 geldende voorschriften van 6.10.3.9, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.3.31

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en tanks als element van batterijwagens die zijn ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met technische regels, die erkend waren ten tijde van de constructie ervan overeenkomstig de bepalingen van 6.8.2.7 die destijds van toepassing waren, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.32

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die gebouwd zijn vóór 1 juli 2007 volgens de voorschriften van kracht tot en met 31 december 2006, uitgerust met een samenstel voor de mangat-afdekplaat overeenkomstig de bepalingen van de norm EN 13317:2002, waarnaar verwezen wordt in de tabel van paragraaf 6.8.2.6, van toepassing tot en met 31 december 2006, met inbegrip van die van de figuur en de tabel B. 2 in bijlage B van genoemde norm, welke niet langer worden aanvaard met ingang van 1 januari 2007, of waarvan het materiaal niet voldoet aan de voorschriften van EN 13094:2004, paragraaf 5.2, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.33

Indien het reservoir van een vaste tank (tankwagen) of een afneembare tank al vóór 1 januari 2009 door scheidingswanden of slingerschotten verdeeld was in compartimenten met een inhoud van niet meer dan 7500 liter, dan hoeft bij de gegevens voorgeschreven in 6.8.2.5.1 de inhoud van het reservoir niet te worden aangevuld met het symbool "S" totdat het volgende periodieke onderzoek overeenkomstig 6.8.2.4.2 wordt uitgevoerd.

 

1.6.3.34

Niettegenstaande de bepalingen van 4.3.2.2.4 mogen vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks bestemd voor het vervoer van vloeibaar gemaakte gassen of sterk gekoelde, vloeibaar gemaakte gassen, die voldoen aan de van toepassing zijnde constructievoorschriften van het ADR, maar die vóór 1 juli 2009 door scheidingswanden of slingerschotten in compartimenten van meer dan 7500 liter inhoud verdeeld waren, verder worden gevuld tot meer dan 20 % en minder dan 80 % van de inhoud daarvan.

 

1.6.3.35

Geschrapt

 

1.6.3.36

Vaste tanks (tankwagens) bestemd voor het vervoer van vloeibaar gemaakte, niet-giftige, brandbare gassen, gebouwd vóór 1 juli 2011, die zijn uitgerust met terugslagkleppen in plaats van inwendige snel sluitende veiligheidsinrichtingen en die niet overeenkomen met de voorschriften van 6.8.3.2.3, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.37

Geschrapt

 

1.6.3.38

Vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens die zijn ontworpen en gebouwd in overeenstemming met normen van toepassing ten tijde van hun constructie (zie 6.8.2.6 en 6.8.3.6) overeenkomstig de bepalingen van het ADR die destijds van toepassing waren mogen verder worden gebruikt tenzij dit beperkt is door een specifiek overgangsvoorschrift.

 

1.6.3.39

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2011 zijn gebouwd in overeenstemming met de voorschriften van 6.8.2.2.3 van kracht tot en met 31 december 2010, die echter niet voldoen aan de voorschriften van 6.8.2.2.3, derde alinea, betreffende de plaats van de vlamdemper of beschermende voorziening tegen vlaminslag mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.40

Geschrapt

 

1.6.3.41

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2013 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2013 geldende voorschriften voor kenmerking van 6.8.2.5.2 of 6.8.3.5.6, mogen verder worden gekenmerkt overeenkomstig de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften tot het eerstvolgende periodieke onderzoek na 1 juli 2013.

 

1.6.3.42

Geschrapt

 

1.6.3.43

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 januari 2012 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de voorschriften van 6.8.2.6 betreffende de normen EN 14432:2006 en EN 14433:2006, van toepassing vanaf 1 januari 2011, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.3.44

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks bedoeld voor het vervoer van UN-nummers 1202, 1203, 1223 en 3475 en brandstof voor vliegtuigen, ingedeeld onder UN-nummer 1268 of 1863, die zijn uitgerust met inrichtingen voor additieven die vóór 1 juli 2015 overeenkomstig nationale wetgeving zijn ontworpen en gebouwd, maar die niet voldoen aan de vanaf 1 januari 2015 geldende bouw-, goedkeurings- en beproevingsvereisten van bijzondere bepaling 664 van hoofdstuk 3.3, mogen uitsluitend met goedkeuring van de bevoegde autoriteiten in de landen van gebruik worden gebruikt.

 

1.6.3.45

Gereserveerd

 

1.6.3.46

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2017 zijn gebouwd overeenkomstig de tot en met 31 december 2016 van kracht zijnde voorschriften maar niet voldoen aan de vanaf 1 januari 2017 geldende voorschriften van 6.8.2.1.23 mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.47

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd, uitgerust met veiligheidskleppen in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.3.2.9, laatste subparagraaf, inzake het ontwerp of de bescherming daarvan, mogen verder worden gebruikt tot het volgende tussentijdse of periodieke onderzoek na 1 januari 2021.

 

1.6.3.48

Niettegenstaande de voorschriften van bijzondere bepaling TU 42 van 4.3.5, van toepassing met ingang van 1 januari 2019, mogen vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks met een reservoir van een aluminiumlegering, met inbegrip van reservoirs met beschermende bekleding, die vóór 1 januari 2019 werden gebruikt voor het vervoer van stoffen met een pH-waarde lager dan 5,0 of hoger dan 8,0, tot en met 31 december 2026 verder worden gebruikt voor het vervoer van dergelijke stoffen.

 

1.6.3.49

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.2.10 inzake de barstdruk van de breekplaat, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.50

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften van 6.8.2.2.3, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.2.3, laatste alinea, inzake vlamkerende inrichtingen op be- en ontluchtingsinrichtingen, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.51

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.1.23 inzake de controles van alle lassen in de kleine omhaling (radius) van de tankeindbodems, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.52

Vaste tanks (tankwagens) en afneembare tanks die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.2.11, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.3.53

Certificaten voor typegoedkeuring van vaste tanks (tankwagens), afneembare tanks en batterijwagens die vóór 1 juli 2019 zijn afgegeven in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften van 6.8.2.3.1, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.3.1 inzake het tonen van het onderscheidingsteken gebruikt voor motorvoertuigen in het internationale wegverkeer*1 van de staat voor wiens grondgebied de goedkeuring werd verleend, en een registratienummer, mogen verder worden gebruikt.

*1 Onderscheidend teken van het land van registratie gebruikt op motorvoertuigen en aanhangwagens in het internationale wegverkeer, bijv. overeenkomstig het Verdrag van Genève inzake het wegverkeer van 1949 of het Verdrag van Wenen inzake het wegverkeer van 1968.

 

1.6.3.54

Gereserveerd

1.6.3.55

Gereserveerd

1.6.3.56

Gereserveerd

1.6.3.57

Gereserveerd

1.6.3.58

Gereserveerd

1.6.3.59

Gereserveerd

1.6.3.60

Gereserveerd

1.6.3.61

Gereserveerd

1.6.3.62

Gereserveerd

1.6.3.63

Gereserveerd

1.6.3.64

Gereserveerd

1.6.3.65

Gereserveerd

1.6.3.66

Gereserveerd

1.6.3.67

Gereserveerd

1.6.3.68

Gereserveerd

1.6.3.69

Gereserveerd

1.6.3.70

Gereserveerd

1.6.3.71

Gereserveerd

1.6.3.72

Gereserveerd

1.6.3.73

Gereserveerd

1.6.3.74

Gereserveerd

1.6.3.75

Gereserveerd

1.6.3.76

Gereserveerd

1.6.3.77

Gereserveerd

1.6.3.78

Gereserveerd

1.6.3.79

Gereserveerd

1.6.3.80

Gereserveerd

1.6.3.81

Gereserveerd

1.6.3.82

Gereserveerd

1.6.3.83

Gereserveerd

1.6.3.84

Gereserveerd

1.6.3.85

Gereserveerd

1.6.3.86

Gereserveerd

1.6.3.87

Gereserveerd

1.6.3.88

Gereserveerd

1.6.3.89

Gereserveerd

1.6.3.90

Gereserveerd

1.6.3.91

Gereserveerd

1.6.3.92

Gereserveerd

1.6.3.93

Gereserveerd

1.6.3.94

Gereserveerd

1.6.3.95

Gereserveerd

1.6.3.96

Gereserveerd

1.6.3.97

Gereserveerd

1.6.3.98

Gereserveerd

1.6.3.99

Gereserveerd

 

1.6.3.100

Vezelgewapende kunststof tanks
Vezelgewapende kunststof tanks die gebouwd zijn vóór 1 juli 2002 in overeenstemming met een prototype, toegelaten vóór 1 juli 2001 overeenkomstig de voorschriften van Aanhangsel B.1c, zoals deze geldig waren tot en met 30 juni 2001, mogen verder worden gebruikt tot het einde van hun levensduur, onder voorwaarde dat aan de tot en met 30 juni 2001 geldende voorschriften is voldaan en zal worden blijven voldaan. Echter, vanaf 1 juli 2001 mag geen nieuw prototype worden toegelaten volgens de tot en met 30 juni 2001 geldende voorschriften.


1.6.4

Tankcontainers, transporttanks en MEGC’sldende voorschriften.

1.6.4.1

Tankcontainers die vóór 1 januari 1988 volgens de tot en met 31 december 1987 geldende voorschriften zijn gebouwd, maar die niet voldoen aan de vanaf 1 januari 1988 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.2

Tankcontainers die vóór 1 januari 1993 volgens de tot en met 31 december 1992 geldende voorschriften zijn gebouwd, maar die niet voldoen aan de vanaf 1 januari 1993 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.3

Tankcontainers, die vóór 1 januari 1999 volgens de tot en met 31 december 1998 geldende voorschriften zijn gebouwd, maar niet voldoen aan de vanaf 1 januari 1999 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.4

Gereserveerd

 

1.6.4.5

Indien op grond van wijzigingen van het ADR bepaalde juiste vervoersnamen van gassen zijn veranderd, dan is het niet nodig de benamingen op de plaat of op het reservoir zelf (zie 6.8.3.5.2 of 6.8.3.5.3) te wijzigingen, onder voorwaarde dat de benamingen van de gassen op de tankcontainers en MEGC’s of op de platen [zie 6.8.3.5.6 b) of c)] bij de eerstvolgende periodieke keuring daarna worden aangepast.

 

1.6.4.6

Tankcontainers die gebouwd zijn vóór 1 januari 2007 volgens de tot en met 31 december 2006 geldende voorschriften, maar die echter niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2007 geldende voorschriften inzake de kenmerking met de uitwendige ontwerpdruk volgens 6.8.2.5.1, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.7

Tankcontainers, die gebouwd zijn vóór 1 januari 1997 volgens de tot en met 31 december 1996 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 1997 geldende voorschriften van de randnummers 212.332 en 212.333, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.8

Tankcontainers die vóór 1 juli 2017 zijn gebouwd overeenkomstig de tot en met 31 december 2016 van kracht zijnde voorschriften maar niet voldoen aan de vanaf 1 januari 2017 geldende voorschriften van 6.8.2.1.23 mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.9

Tankcontainers en MEGC's, ontworpen en gebouwd overeenkomstig technische regels, die erkend waren ten tijde van hun constructie overeenkomstig de bepalingen van 6.8.2.7, die destijds van toepassing waren, mogen verder worden gebruikt.

 

 

1.6.4.10

Geschrapt

1.6.4.11

Gereserveerd

 

1.6.4.12

Tankcontainers en MEGC’s, die gebouwd zijn vóór 1 januari 2003 volgens de tot en met 30 juni 2001 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 juli 2001 geldende voorschriften, mogen verder worden gebruikt.

Zij moeten echter gemerkt zijn met de desbetreffende tankcode en, indien van toepassing, met de desbetreffende alfanumerieke codes van de bijzondere bepalingen TC en TE, overeenkomstig 6.8.4.

 

1.6.4.13

Tankcontainers, gebouwd vóór 1 juli 2003 volgens de tot en met 31 december 2002 geldende voorschriften, die echter niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2003 geldende voorschriften van 6.8.2.1.7 en aan bijzondere bepaling TE15 van 6.8.4 b), van toepassing van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2006, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.14

Gereserveerd

1.6.4.15

Geschrapt

1.6.4.16

Geschrapt

1.6.4.17

Geschrapt

 

1.6.4.18

Voor tankcontainers en MEGC´s, gebouwd vóór 1 juli 2007, die niet voldoen aan de voorschriften van 4.3.2, 6.8.2.3, 6.8.2.4 en 6.8.3.4 wat betreft het tankdossier, moet uiterlijk vanaf het eerstvolgende periodieke onderzoek worden begonnen met het bewaren van documenten voor het tankdossier.

 

1.6.4.19

Geschrapt

 

1.6.4.20

Druk/vacuümtankcontainers (voor afvalstoffen), die gebouwd zijn vóór 1 juli 2005 volgens de tot en met 31 december 2004 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2005 geldende voorschriften van 6.10.3.9, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.4.21

Gereserveerd

1.6.4.22

Gereserveerd

1.6.4.23

Gereserveerd

1.6.4.24

Gereserveerd

1.6.4.25

Gereserveerd

1.6.4.26

Gereserveerd

1.6.4.27

Gereserveerd

1.6.4.28

Gereserveerd

1.6.4.29

Gereserveerd

 

1.6.4.30

Transporttanks en UN-MEGC's, die niet voldoen aan de voorschriften voor het ontwerp, van toepassing vanaf 1 januari 2007, maar die zijn gebouwd overeenkomstig een goedkeuringscertificaat voor het prototype, afgegeven vóór 1 januari 2008, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.31

Geschrapt

 

1.6.4.32

Indien het reservoir van een tankcontainer al vóór 1 januari 2009 door scheidingswanden of slingerschotten verdeeld was in compartimenten met een inhoud van niet meer dan 7500 liter, dan hoeft bij de gegevens voorgeschreven in 6.8.2.5.1 de inhoud van het reservoir niet te worden aangevuld met het symbool "S" totdat het volgende periodieke onderzoek overeenkomstig 6.8.2.4.2 wordt uitgevoerd.

 

1.6.4.33

Niettegenstaande de bepalingen van 4.3.2.2.4 mogen tankcontainers bestemd voor het vervoer van vloeibaar gemaakte gassen of sterk gekoelde, vloeibaar gemaakte gassen die voldoen aan de van toepassing zijnde constructievoorschriften van het ADR, maar die vóór 1 juli 2009 door scheidingswanden of slingerschotten in compartimenten van meer dan 7500 liter inhoud verdeeld waren, verder worden gevuld tot meer dan 20 % en minder dan 80 % van de inhoud daarvan.

 

1.6.4.34

Geschrapt

1.6.4.35

Geschrapt

1.6.4.36

Geschrapt

 

1.6.4.37

Transporttanks en MEGC’s gebouwd vóór 1 januari 2012, die voldoen aan de voorschriften voor de kenmerking van 6.7.2.20.1, 6.7.3.16.1, 6.7.4.15.1 of 6.7.5.13.1, al naar gelang, van toepassing tot en met 31 december 2010, mogen verder worden gebruikt indien zij voldoen aan alle andere desbetreffende voorschriften van het ADR van toepassing vanaf 1 januari 2011, met inbegrip van, indien van toepassing, het voorschrift van 6.7.2.20.1 g) voor de kenmerking op de plaat met het symbool van “S” indien het reservoir of het compartiment door slingerschotten is verdeeld in secties van ten hoogste 7500 liter inhoud.

 

1.6.4.38

Geschrapt

 

1.6.4.39

Tankcontainers en MEGC’s die zijn ontworpen en gebouwd in overeenstemming met normen van toepassing ten tijde van hun constructie (zie 6.8.2.6 en 6.8.3.6) overeenkomstig de bepalingen van het ADR die destijds van toepassing waren, mogen verder worden gebruikt, tenzij dit beperkt is door een specifiek overgangsvoorschrift.

 

1.6.4.40

Tankcontainers die vóór 1 juli 2011 zijn gebouwd in overeenstemming met de voorschriften van 6.8.2.2.3 van kracht tot en met 31 december 2010 die echter niet voldoen aan de voorschriften van 6.8.2.2.3, derde alinea, betreffende de plaats van de vlamdemper of beschermende voorziening tegen vlaminslag mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.41

Geschrapt

 

1.6.4.42

Tankcontainers die vóór 1 juli 2013 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2013 geldende voorschriften voor kenmerking van 6.8.2.5.2 of 6.8.3.5.6, mogen verder worden gekenmerkt overeenkomstig de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften tot het eerstvolgende periodieke onderzoek na 1 juli 2013.

 

1.6.4.43

Transporttanks en MEGC's die vóór 1 januari 2014 zijn gebouwd hoeven niet te voldoen aan de voorschriften van 6.7.2.13.1 f), 6.7.3.9.1 e), 6.7.4.8.1 e) en 6.7.5.6.1 d) betreffende de kenmerking van drukontlastingsinrichtingen.

 

1.6.4.44

Geschrapt

1.6.4.45

Geschrapt

 

1.6.4.46

Tankcontainers die vóór 1 januari 2012 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de voorschriften van 6.8.2.6 betreffende de normen EN 14432:2006 en EN 14433:2006, van toepassing vanaf 1 januari 2011, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.4.47

Tankcontainers voor sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen die vóór 1 juli 2017 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2016 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2017 geldende voorschriften van 6.8.3.4.10, 6.8.3.4.11 en 6.8.3.5.4 mogen verder worden gebruikt tot de eerstvolgende inspectie na 1 juli 2017. Om aan de voorschriften van 4.3.3.5 en 5.4.1.2.2d) te voldoen, mogen de werkelijke verblijftijden tot die tijd worden geschat zonder rekening te houden met de referentie-verblijftijd.

 

1.6.4.48

Tankcontainers die vóór 1 juli 2017 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2016 geldende voorschriften, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2017 geldende voorschriften van 6.8.2.1.23 mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.49

Met veiligheidskleppen uitgeruste tankcontainers die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.3.2.9, laatste subparagraaf, inzake het ontwerp of de bescherming daarvan, mogen verder worden gebruikt tot het volgende tussentijdse of periodieke onderzoek na 1 januari 2021.

 

1.6.4.50

Niettegenstaande de eisen van bijzondere bepaling TU 42 van 4.3.5, van toepassing met ingang van 1 januari 2019, mogen tankcontainers met een reservoir van een aluminiumlegering, met inbegrip van reservoirs met beschermende bekleding, die vóór 1 januari 2019 werden gebruikt voor het vervoer van stoffen met een pH-waarde lager dan 5,0 of hoger dan 8,0, tot en met 31 december 2026 verder worden gebruikt voor het vervoer van dergelijke stoffen.

 

1.6.4.51

Tankcontainers die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.2.10 inzake de barstdruk van de breekplaat, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.52

Tankcontainers die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften van 6.8.2.2.3, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.2.3, laatste alinea, inzake vlamkerende inrichtingen op be- en ontluchtingsinrichtingen, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.53

Tankcontainers die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.1.23 inzake het onderzoek van de lassen in de kleine omhaling (radius) van de tankeindbodems, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.4.54

Tankcontainers die vóór 1 juli 2019 zijn gebouwd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 van kracht zijnde voorschriften van 6.8.2.2.11, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5

Voertuigen

1.6.5.1

Gereserveerd

1.6.5.2

Gereserveerd

1.6.5.3

Geschrapt

 

1.6.5.4

Wat de constructie van EX/II-, EX/III-, FL- en AT-voertuigen betreft, mogen de tot en met 31 december 2018 van kracht zijnde vereisten van deel 9 worden toegepast tot en met 31 maart 2020.

 

1.6.5.5

Voertuigen die vóór 1 januari 2003 geregistreerd of in dienst zijn gesteld, waarvan de elektrische uitrusting niet aan de voorschriften van 9.2.2, 9.3.7 of 9.7.8 voldoet, maar voldoet aan de tot en met 30 juni 2001 van toepassing zijnde voorschriften mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.5.6

Geschrapt

 

1.6.5.7

Complete of afgebouwde voertuigen, waarvan het type is goedgekeurd vóór 31 december 2002 volgens VN-Reglement 105 *2, zoals gewijzigd door de wijzigingen van serie 01 of de overeenkomstige bepalingen van Richtlijn 98/91/EG *3 en die niet voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 9.2, maar voldoen aan de tot en met 30 juni 2001 geldende voorschriften die van toepassing zijn op de constructie van basisvoertuigen (randnummers 220.100 tot en met 220.540 van Aanhangsel B.2), mogen nog worden toegelaten en gebruikt indien ze voor het eerst zijn geregistreerd of in bedrijf genomen vóór 1 juli 2003.

*2 VN-Reglement nr. 105 (Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van voertuigen bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen voor zover het betreft hun specifieke constructiekenmerken).

*3 Richtlijn 98/91/EG van het Europese Parlement en de Raad van 14 december 1998 betreffende motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 011 van 16-01-1999, p. 0025-0036).

 

1.6.5.8

EX/II- en EX-III-voertuigen die voor het eerst zijn toegelaten vóór 1 juli 2005 en die voldoen aan de tot en met 31 december 2004 geldende voorschriften van deel 9, maar die echter niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2005 geldende voorschriften, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.5.9

Tankwagens met vaste tanks met een inhoud van meer dan 3 m3, bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen in vloeibare of gesmolten toestand en beproefd met een druk van minder dan 4 bar, die niet voldoen aan de voorschriften van 9.7.5.2 en die voor het eerst geregistreerd zijn (of die in bedrijf zijn genomen, indien de registratie niet verplicht is) vóór 1 juli 2004, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.5.10

Certificaten van goedkeuring, die overeenkomen met het model getoond in 9.1.3.5, van toepassing tot en met 31 december 2006, en die welke overeenkomen met het model getoond in 9.1.3.5, van toepassing van 1 januari tot en met 31 december 2008, mogen verder worden gebruikt. Certificaten van goedkeuring overeenkomstig het model van 9.1.3.5 zoals van toepassing van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2014 mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5.11

MEMU's die vóór 1 juli 2009 zijn geconstrueerd en goedgekeurd in overeenstemming met de bepalingen van nationale wetgeving, maar die echter niet voldoen aan de voorschriften voor de constructie en goedkeuring, van toepassing vanaf 1 januari 2009, mogen worden gebruikt onder voorwaarde van goedkeuring door de bevoegde autoriteiten in de landen van gebruik.

 

1.6.5.12

 EX/III en FL-voertuigen, geregistreerd of in dienst gesteld vóór 1 april 2012, waarvan de elektrische verbindingen niet voldoen aan de voorschriften van 9.2.2.6.3, maar die voldoen aan de voorschriften van toepassing tot en met 31 december 2010, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5.13

Aanhangwagens die voor de eerste keer zijn geregistreerd (of die in dienst zijn gesteld indien registratie niet verplicht was) vóór 1 juli 1995, uitgerust met een antiblokkeerremsysteem in overeenstemming met VN-Reglement Nr.13, serie 06 van wijzigingen, maar die niet voldoen aan de technische voorschriften voor antiblokkeerremsystemen van categorie A, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5.14

MEMU's die vóór 1 juli 2013 zijn goedgekeurd in overeenstemming met de tot en met 31 december 2012 geldende voorschriften van het ADR, maar die niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2013 geldende voorschriften van 6.12.3.1.2 of 6.12.3.2.2, mogen nog worden gebruikt.

 

1.6.5.15

Wat de toepassing van de bepalingen van deel 9 betreft, mogen voertuigen die vóór 1 november 2014 voor het eerst geregistreerd of in bedrijf genomen zijn en die zijn goedgekeurd overeenkomstig de bij Verordening (EG) nr. 661/20094 ingetrokken richtlijnen, verder worden gebruikt.

 

1.6.5.16

Vóór 1 april 2018 geregistreerde EX/II-, EX/III-, FL- en OX-voertuigen, uitgerust met brandstofreservoirs die niet volgens VN-Reglement Nr. 34 zijn goedgekeurd, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5.17

 Vóór 1 april 2018 geregistreerde of in bedrijf genomen voertuigen die niet voldoen aan de vereisten van subsectie 9.2.2.8.5 of de normen ISO 6722-1:2011 + Cor 01:2012 of ISO 6722-2:2013 voor kabels van subsectie 9.2.2.2.1, maar wel voldoen aan de voorschriften die tot en met 31 december 2016 van toepassing zijn, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5.18

Vóór 1 april 2018 geregistreerde of in bedrijf genomen voertuigen die specifiek als OX-voertuig zijn goedgekeurd mogen verder worden gebruikt voor het vervoer van stoffen van UN-nr. 2015.

 

1.6.5.19

Wat betreft de jaarlijkse technische inspectie van de vóór 1 april 2018 geregistreerde of in bedrijf genomen voertuigen die specifiek als OX-voertuig zijn goedgekeurd, mogen de tot en met 31 december 2016 geldende voorschriften van deel 9 verder worden toegepast.

 

1.6.5.20

Certificaten van Goedkeuring voor OX-voertuigen die overeenkomen met het model getoond in 9.1.3.5, van toepassing tot en met 31 december 2016, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.5.21

Vóór 1 juli 2019 verstrekte certificaten van goedkeuring voor EX/III-voertuigen bestemd voor het vervoer van ontplofbare stoffen in tanks, in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 geldende voorschriften van 9.1.3.3, waarin niet de opmerking is opgenomen over de naleving van 9.7.9, mogen verder worden gebruikt tot de volgende jaarlijkse technische keuring van het voertuig.

 

1.6.5.22

Voertuigen die vóór 1 januari 2021 voor de eerste keer zijn geregistreerd (of die in dienst zijn genomen indien registratie niet verplicht was) in overeenstemming met de tot en met 31 december 2018 van toepassing zijnde voorschriften van 9.7.3, maar niet voldoen aan de met ingang van 1 januari 2019 geldende voorschriften van 9.7.3, mogen verder worden gebruikt.

 

1.6.6

Klasse 7

1.6.6.1

Colli waarvoor conform de uitgaven 1985 en 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de “IAEA Safety Series No. 6” geen goedkeuring van het model door een bevoegde autoriteit vereist is.
Colli waarvoor geen goedkeuring van het model door een bevoegde autoriteit vereist is (vrijgestelde colli, colli van type IP-1, type IP-2 en type IP-3 en colli van type A) moeten volledig aan de vereisten van het ADR voldoen, behalve dat colli die voldoen aan de vereisten van de uitgaven 1985 of 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de "Regulations for the Safe Transport of Radioactive Material" van de IAEA (“IAEA Safety Series No. 6”):

  1. vervoerd mogen blijven worden, mits zij vóór 31 december 2003 voor vervoer gereed zijn gemaakt, en met inachtneming van de vereisten van 1.6.6.3, voor zover van toepassing;
  2. gebruikt mogen blijven worden, onder voorwaarde dat:
    1. zij niet zijn ontworpen om uraniumhexafluoride te bevatten;
    2. de toepasselijke voorschriften van 1.7.3 worden toegepast;
    3. de grenswaarden voor activiteit en de classificatie van 2.2.7 worden toegepast;
    4. de vervoersvoorschriften en -controles van de delen 1, 3, 4, 5 en 7 worden toegepast;
    5. de verpakking niet na 31 december 2003 vervaardigd of gewijzigd is

 

1.6.6.2

Colli die zijn goedgekeurd conform de uitgaven 1973, 1973 (zoals gewijzigd), 1985 en 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de “IAEA Safety Series No. 6”.

1.6.6.2.1

Colli waarvoor goedkeuring van het model door de bevoegde autoriteit vereist is, moeten volledig aan de vereisten van het ADR voldoen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. de verpakkingen zijn vervaardigd volgens een model van colli dat krachtens de bepalingen van de uitgaven 1973 of 1973 (zoals gewijzigd) of de uitgaven 1985 of 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de "IAEA Safety Series No. 6" door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd;
  2. voor het model van colli is multilaterale goedkeuring verkregen;
  3. de toepasselijke voorschriften van 1.7.3 worden toegepast;
  4. de grenswaarden voor activiteit en de classificatie van 2.2.7 worden toegepast;
  5. de vervoersvoorschriften en –controles van de delen 1, 3, 4, 5 en 7 worden toegepast;
  6. (Gereserveerd)
  7. voor colli die voldoen aan de vereisten van de uitgaven 1973 of 1973 (zoals gewijzigd) van de "IAEA Safety Series No. 6":
    1. de colli behouden voldoende afschermende werking om ervoor te zorgen dat het stralingsniveau op 1 m van het oppervlak van het collo ten hoogste 10 mSv/h bedraagt in de vervoersomstandigheden met ongeval als gedefinieerd in de herziene uitgaven 1973 of 1973 (zoals gewijzigd) van de "IAEA Safety Series No. 6" wanneer het collo de maximaal toegestane radioactieve inhoud heeft;
    2. de colli worden niet doorlopend geventileerd;
    3. overeenkomstig het voorschrift van 5.2.1.7.5 wordt aan elke verpakking een serienummer toegekend, dat aan de buitenzijde van de verpakking wordt aangebracht.”.

 

1.6.6.2.2

De fabricage van nieuwe verpakkingen volgens een ontwerp van colli dat voldoet aan de bepalingen van de uitgaven 1973, 1973 (zoals gewijzigd), 1985 of 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de "IAEA Safety Series No. 6" is niet toegestaan.

 

1.6.6.3

Colli die zijn vrijgesteld van de vereisten voor splijtbare stoffen krachtens de uitgaven 2011 en 2013 van het ADR (uitgave 2009 van de "IAEA Safety Standard Series No. TS-R-1")

Colli met splijtbare stoffen die overeenkomstig 2.2.7.2.3.5 (a) (i) of (iii) van de uitgaven 2011 en 2013 van het ADR (paragrafen 417 (a) (i) of (iii) van de uitgave 2009 van de "IAEA Regulations for the Safe Transport of Radioactive Material") zijn vrijgesteld van indeling als "SPLIJTBAAR" en die vóór 31 december 2014 voor vervoer gereed zijn gemaakt, mogen verder worden vervoerd en mogen verder als "niet splijtbaar" of "splijtbaar, vrijgesteld" worden ingedeeld, behalve dat de massagrenswaarden per zending van tabel 2.2.7.2.3.5 van deze uitgaven op het voertuig van toepassing zijn. De zending moet onder exclusief gebruik worden vervoerd.

 

1.6.6.4

Radioactieve stoffen in speciale toestand, goedgekeurd conform de uitgaven 1973, 1973 (zoals gewijzigd),1985 en 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de “IAEA Safety Series No.6”.

Radioactieve stoffen in speciale toestand, vervaardigd volgens een model waarvoor unilaterale goedkeuring door de bevoegde autoriteit was verkregen conform de uitgaven 1973, 1973 (zoals gewijzigd), 1985 of 1985 (zoals gewijzigd in 1990) van de “IAEA Safety Series No. 6”, mogen gebruikt blijven worden indien zij voldoen aan het verplichte beheersysteem in overeenstemming met de van toepassing zijnde bepalingen van 1.7.3. De vervaardiging van nieuwe radioactieve stoffen in speciale toestand als hier bedoeld is niet toegestaan.

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief