ADR Digitaal

Deel 1 - Hoofdstuk 1.4
VEILIGHEIDSPLICHTEN VAN DE BETROKKENEN

 

1.4

VEILIGHEIDSPLICHTEN VAN DE BETROKKENEN

 

1.4.1

Algemene zorg voor de veiligheid

1.4.1.1

De bij het vervoer van gevaarlijke goederen betrokkenen moeten overeenkomstig de aard en de omvang van de te voorziene gevaren maatregelen treffen, om schadegevallen te verhinderen en indien schade optreedt, de gevolgen daarvan zo beperkt mogelijk te houden.

Zij moeten in elk geval de voor hen geldende bepalingen van het ADR in acht nemen.

 

1.4.1.2

De betrokkenen moeten een mogelijk direct gevaar voor de openbare veiligheid onmiddellijk melden aan de instanties voor de hulpverlening en de veiligheid en zij moeten deze instanties voorzien van de voor hun optreden noodzakelijke informatie.

 

1.4.1.3

In het ADR kunnen bepaalde plichten van de diverse betrokkenen nader worden vastgelegd.

Onder voorwaarde dat de in 1.4.2 en 1.4.3 genoemde plichten in acht worden genomen, kan een Overeenkomstsluitende Partij in haar nationale wetgeving de plichten die rusten op een van de genoemde betrokkenen overdragen op één of meer andere betrokkenen, indien deze Partij van opvatting is, dat dit niet leidt tot een verlaging van het veiligheidsniveau. Deze afwijkingen moeten door de Overeenkomstsluitende Partij worden meegedeeld aan het secretariaat van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, dat deze ter kennis brengt aan de overige Overeenkomstsluitende Partijen.

De bepalingen van 1.2.1, 1.4.2 en 1.4.3 inzake de definities van de betrokkenen en de voor hen geldende plichten zijn niet van invloed op de voorschriften van het nationale recht inzake de juridische gevolgen (strafstelling, aansprakelijkheid, enz.), die samenhangen met het feit of de bedoelde betrokkene bijvoorbeeld een rechtspersoon, een natuurlijk persoon, een voor eigen rekening werkzaam persoon, een werkgever of een werknemer.

 

1.4.2

Plichten van de belangrijkste betrokkenen

Opmerking 1: Verscheidene betrokkenen waaraan in deze sectie veiligheidsplichten zijn toegekend kunnen één en dezelfde onderneming zijn. Bovendien kunnen de activiteiten en de overeenkomstige veiligheidsplichten van een betrokkene worden waargenomen door verscheidene ondernemingen.

Opmerking 2: Voor radioactieve stoffen zie ook 1.7.6.

 

1.4.2.1

Afzender

1.4.2.1.1

De afzender van gevaarlijke goederen is verplicht een zending ten vervoer aan te bieden, die voldoet aan de voorschriften van het ADR. In het kader van 1.4.1 moet hij in het bijzonder:

  1. zich ervan vergewissen dat de gevaarlijke goederen overeenkomstig het ADR zijn ingedeeld en ten vervoer zijn toegelaten;
  2. aan de vervoerder de vereiste gegevens en informatie in verifieerbare vorm en eventueel de vereiste vervoersdocumenten en begeleidende documenten (vergunningen, toelatingen, notificaties, mededelingen, certificaten, enz.) leveren, in het bijzonder met inachtneming van de voorschriften van hoofdstuk 5.4 en van de tabellen van deel 3;
  3. uitsluitend verpakkingen, grote verpakkingen, IBC’s en tanks (tankwagens, batterijwagens, afneembare tanks, MEGC’s, transporttanks of tankcontainers) gebruiken, die voor het vervoer van de betreffende goederen zijn toegelaten en geschikt zijn, alsmede van de in het ADR voorgeschreven kenmerken zijn voorzien;
  4. de voorschriften voor de wijze van verzending en de beperkingen van de verzending in acht nemen;
  5. ervoor zorgen dat ook ongereinigde en niet ontgaste lege tanks (tankwagens, batterijwagens, afneembare tanks, MEGC’s, transporttanks of tankcontainers) of ongereinigde lege voertuigen, containers voor los gestort goed van kenmerking en (grote) etiketten worden voorzien overeenkomstig hoofdstuk 5.3 en dat ongereinigde lege tanks op dezelfde wijze gesloten zijn en dezelfde waarborgen van dichtheid bieden als in gevulde toestand.

 

1.4.2.1.2

Indien de afzender gebruik maakt van diensten van andere betrokkenen (verpakker, belader, vuller, enz.), dan moet hij geschikte maatregelen treffen om te waarborgen dat de zending aan de voorschriften van het ADR voldoet. Hij kan echter in de gevallen van 1.4.2.1.1 a), b), c) en e), vertrouwen op de informatie en gegevens die hem door andere betrokkenen ter beschikking zijn gesteld.

 

1.4.2.1.3

Indien de afzender in opdracht van een derde handelt, dan moet deze derde de afzender schriftelijk wijzen op het gevaarlijke goed en hem alle informatie en documenten, die ter vervulling van zijn plichten noodzakelijk zijn, ter beschikking te stellen.

 

1.4.2.2

Vervoerder

1.4.2.2.1

De vervoerder moet in het kader van 1.4.1, in voorkomend geval in het bijzonder

  1. controleren of de te vervoeren gevaarlijke goederen overeenkomstig het ADR ten vervoer zijn toegelaten;
  2. zich ervan vergewissen dat alle informatie voorgeschreven in het ADR met betrekking tot de te vervoeren gevaarlijke goederen door de afzender is verschaft vóór het vervoer, dat de voorgeschreven documentatie zich aan boord van de transporteenheid bevindt, of indien elektronische gegevensverwerking (EDP) of elektronische gegevensuitwisselingstechnieken (EDI) worden gebruikt in plaats van papieren documentatie, dat de gegevens tijdens het vervoer beschikbaar zijn op een wijze die ten minste gelijkwaardig is aan die van papieren documentatie;
  3. door middel van een visuele controle vaststellen dat de voertuigen en de lading geen duidelijke gebreken, geen lekkage of scheuren vertonen, dat geen uitrustingsdelen ontbreken, enz.;
  4. zich ervan vergewissen dat bij tankwagens, batterijwagens, afneembare tanks, transporttanks, tankcontainers en MEGC’s de uiterste datum voor de volgende beproeving niet is overschreden;

Opmerking: Tanks, batterijwagens en MEGC's mogen echter worden vervoerd na het verstrijken van deze uiterste datum onder de voorwaarden van 4.1.6.10 (in het geval van batterijwagens en MEGC's met drukhouders als elementen), 4.2.4.4, 4.3.2.3.7, 4.3.2.4.4, 6.7.2.19.6, 6.7.3.15.6 of 6.7.4.14.6.

  1. controleren, of de wagens/voertuigen niet zijn overbeladen;
  2. zich ervan vergewissen dat de voor de voertuigen in hoofdstuk 5.3 voorgeschreven grote etiketten, oranje borden en kenmerken zijn aangebracht;
  3. zich ervan vergewissen dat de in het ADR voorgeschreven uitrusting voor de transporteenheid, bemanning en bepaalde klassen worden meegenomen.

In voorkomend geval moet dit worden gedaan aan de hand van de vervoersdocumenten en de begeleidende documenten, door een visuele controle van het voertuig of de containers en eventueel van de lading.

 

1.4.2.2.2

De vervoerder kan echter in de gevallen bedoeld in 1.4.2.2.1 a), b), e) en f), vertrouwen op de informatie en gegevens die hem door andere betrokkenen ter beschikking zijn gesteld. In het geval van 1.4.2.2.1 c) kan hij vertrouwen op wat gecertificeerd is in het "container-/voertuigbeladingscertificaat" dat overeenkomstig 5.4.2. is verstrekt.

 

1.4.2.2.3

Indien de vervoerder overeenkomstig 1.4.2.2.1 een overtreding van de voorschriften van het ADR vaststelt, dan mag hij deze zending niet verder vervoeren totdat aan de voorschriften is voldaan.

 

1.4.2.2.4

Indien tijdens het vervoer een overtreding wordt vastgesteld die mogelijk kan leiden tot een vermindering van de veiligheid, dan moet de zending met inachtneming van de eisen van de verkeersveiligheid en het veilige parkeren, alsmede de eisen van de openbare veiligheid zo snel mogelijk worden opgehouden.

Het vervoer mag slechts worden voortgezet indien aan de voorschriften is voldaan.

De voor het resterende vervoerstraject bevoegde autoriteit(en) kan (kunnen) voor de voortzetting van het vervoer vergunning verlenen.

Indien niet aan de voorschriften kan worden voldaan en indien voor het resterende vervoerstraject geen vergunning wordt verleend, dan verleent (verlenen) de bevoegde autoriteit(en) de vervoerder de noodzakelijke administratieve ondersteuning.

Deze bepaling is ook van toepassing, indien de vervoerder de bevoegde autoriteit(en) meedeelt, dat de gevaarlijke eigenschappen van de ten vervoer aangeboden goederen aan hem door de afzender niet duidelijk zijn medegedeeld en hij op grond van in het bijzonder het voor de vervoersovereenkomst geldende recht wenst de goederen te lossen, te vernietigen of onschadelijk te maken.

 

1.4.2.2.5

Gereserveerd

 

1.4.2.2.6

De vervoerder verstrekt de bemanning van het voertuig de schriftelijke instructies als bedoeld in het ADR.

 

1.4.2.3

Geadresseerde

1.4.2.3.1

De geadresseerde is verplicht de aanneming van het goed niet zonder dringende redenen uit te stellen en na het lossen te controleren of aan de voorschriften van het ADR, die hem betreffen, is voldaan.

 

1.4.2.3.2

Indien deze controle, in het geval van een container, een overtreding van de voorschriften van het ADR aan het licht brengt, dan moet de geadresseerde de container alleen aan de vervoerder retourneren nadat de overtreding is opgeheven.

 

1.4.2.3.3

Indien de geadresseerde gebruikmaakt van de diensten van andere betrokkenen (losser, reiniger, decontaminatiebedrijf, enz.) moet hij geschikte maatregelen treffen om te waarborgen dat aan de voorschriften van 1.4.2.3.1 en 1.4.2.3.2 van het ADR is voldaan.

1.4.3

Plichten van andere betrokkenen
In het onderstaande zijn de andere betrokkenen en hun plichten bij wijze van voorbeeld aangegeven. De plichten van de andere betrokkenen vloeien voort uit bovenstaande sectie 1.4.1, voor zover deze betrokkenen weten of zouden moeten weten, dat zij hun opdrachten uitvoeren in het kader van vervoer dat is onderworpen aan het ADR.

 

1.4.3.1

Belader

1.4.3.1.1

In het kader van 1.4.1 heeft de belader in het bijzonder de volgende plichten:

Hij

  1. mag gevaarlijke goederen slechts aan de vervoerder aanbieden, indien zij volgens het ADR vervoerd mogen worden;
  2. moet bij het aanbieden ten vervoer van verpakte gevaarlijke goederen of van ongereinigde lege verpakkingen controleren of de verpakking is beschadigd. Hij mag een collo, waarvan de verpakking is beschadigd, in het bijzonder wanneer deze lekt, zodat de gevaarlijke stof naar buiten komt of kan komen, slechts ten vervoer aanbieden nadat het gebrek is opgeheven; hetzelfde geldt voor ongereinigde lege verpakkingen;
  3. moet de bijzondere voorschriften voor het laden en de behandeling naleven;
  4. moet na het laden van gevaarlijke goederen in een container, de voorschriften voor het aanbrengen van grote etiketten, kenmerken en oranje borden overeenkomstig hoofdstuk 5.3 naleven.
  5. moet bij het laden van colli de samenladingsverboden naleven, daarbij tevens rekening houdend met gevaarlijke goederen die zich reeds in het voertuig of de grote container bevinden. Voorts moet hij de voorschriften voor de scheiding van levensmiddelen, genotmiddelen of voer voor dieren naleven.

 

1.4.3.1.2

De belader mag echter in de gevallen in 1.4.3.1.1 a), d) en e) vertrouwen op de informatie en gegevens die hem door andere betrokkenen ter beschikking zijn gesteld.

 

1.4.3.2

Verpakker
In het kader van 1.4.1 moet de verpakker in het bijzonder het volgende naleven:

  1. de verpakkingsvoorschriften en de voorschriften voor de gezamenlijke verpakking, almede
  2. indien hij de colli voorbereidt voor het vervoer, de voorschriften voor de kenmerking en etikettering van de colli.

 

1.4.3.3

Vuller
In het kader van 1.4.1 heeft de vuller in het bijzonder de volgende plichten:

Hij

  1. moet zich vóór het vullen van de tanks ervan vergewissen dat de tanks en de uitrustingsdelen technisch in goede staat zijn;
  2. moet zich ervan vergewissen dat bij tankwagens, batterijwagens, afneembare tanks, transporttanks, tankcontainers en MEGC’s de datum van de volgende beproeving niet is overschreden;
  3. mag tanks slechts vullen met gevaarlijke goederen waarvoor deze tanks zijn toegelaten;
  4. moet bij het vullen van tanks de bepalingen betreffende gevaarlijke goederen in direct aan elkaar grenzende compartimenten van de tank naleven;
  5. moet bij het vullen van de tanks de hoogst toelaatbare vullingsgraad of de hoogst toelaatbare massa van de vulling per liter inhoud voor de te beladen stof aanhouden;
  6. moet er na het vullen van de tanks voor zorgen dat alle sluitingen dicht zijn en dat er geen lekkage optreedt;
  7. moet erop letten dat zich aan de buitenzijde van de door hem gevulde tanks geen gevaarlijke resten van de inhoud bevinden;
  8. moet, indien hij de gevaarlijke goederen voor het vervoer voorbereidt, ervoor zorgen dat op de door hem gevulde tanks alsmede voertuigen en containers voor los gestort goed de
    voorgeschreven oranje borden, (grote) etiketten en kenmerken aangebracht zijn overeenkomstig hoofdstuk 5.3;
  9. (Gereserveerd)
  10. moet, indien hij voertuigen of containers vult met gevaarlijke stoffen als los gestort goed, zich ervan vergewissen dat de betreffende voorschriften van hoofdstuk 7.3 in acht worden genomen.

 

1.4.3.4

Exploitant van een tankcontainer of transporttank
In het kader van 1.4.1 moet de exploitant van een tankcontainer of transporttank in het bijzonder ervoor zorgen dat:

  1. de voorschriften betreffende constructie, uitrusting, beproevingen en kenmerking worden nageleefd;
  2. het onderhoud van de reservoirs en de uitrusting daarvan op een wijze wordt uitgevoerd, die waarborgt dat de tankcontainer of transporttank onder normale bedrijfsomstandigheden tot de volgende beproeving voldoet aan de voorschriften van het ADR;
  3. een buitengewone keuring wordt uitgevoerd, indien de veiligheid van het reservoir of de uitrustingsdelen door herstelling, ombouw of een ongeval mogelijk verminderd is.

 

1.4.3.5

Gereserveerd

1.4.3.6

Gereserveerd

 

1.4.3.7

Losser

1.4.3.7.1

In het kader van 1.4.1 moet de losser in het bijzonder:

  1. zich ervan vergewissen dat de juiste goederen worden gelost, door de desbetreffende informatie op het vervoersdocument te vergelijken met de informatie op het collo, de container, de tank, MEMU, MEGC of het voertuig;
  2. vóór en tijdens het lossen controleren of de verpakkingen, de tank, het voertuig of de container in een zodanige mate beschadigd zijn dat het losproces daardoor in gevaar gebracht wordt. Indien dit het geval is, moet hij zich ervan vergewissen dat het lossen niet uitgevoerd wordt voordat passende maatregelen zijn getroffen;
  3. voldoen aan alle desbetreffende voorschriften voor het lossen en behandelen;
  4. onmiddellijk nadat de tank, het voertuig of de container is gelost:
  5. alle gevaarlijke resten verwijderen die zich aan de buitenkant van de tank, het voertuig of de container hebben gehecht tijdens het losproces; en
  6. waarborgen dat de afsluiters en inspectieopeningen zijn gesloten;
  7. waarborgen dat de voorgeschreven reiniging en decontaminatie van de voertuigen of containers is uitgevoerd; en
  8. waarborgen dat op de containers, wanneer deze volledig zijn gelost, gereinigd en gedecontamineerd, de grote etiketten, kenmerken en oranje borden die overeenkomstig hoofdstuk 5.3 waren aangebracht, niet langer zichtbaar zijn.

 

1.4.3.7.2

Indien de losser gebruikmaakt van de diensten van andere betrokkenen (reiniger, decontaminatie-installatie, enz.) dan moet hij geschikte maatregelen treffen om te waarborgen dat aan de voorschriften van het ADR is voldaan.

 

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief