ADR Digitaal

Deel 1 - Hoofdstuk 1.1
Toepassingsgebied en toepasbaarheid

 


1.1

Toepassingsgebied en toepasbaarheid

1.1.1

Structuur

Bijlagen A en B van het ADR zijn onderverdeeld in negen delen. Bijlage A bestaat uit de delen 1 tot en met 7, en Bijlage B uit de delen 8 en 9; elk deel is onderverdeeld in hoofdstukken, en elk hoofdstuk in secties en subsecties (zie de Inhoudsopgave).

Binnen elk deel is het cijfer van het deel een bestanddeel van het nummer van de hoofdstukken, secties en subsecties; bijv. het nummer van deel 4, hoofdstuk 2, sectie 1 is “4.2.1”.


1.1.2

Toepasssingsgebied

1.1.2.1

In de zin van artikel 2 van het ADR zijn in Bijlage A vastgesteld:

  1. de gevaarlijke goederen die van het internationale vervoer zijn uitgesloten;
  2. de gevaarlijke goederen waarvan het internationale vervoer is toegestaan en de voorschriften die voor deze goederen gelden (met inbegrip van de vrijstellingen), in het bijzonder met betrekking tot:
    • de indeling (classificatie) van de goederen, met inbegrip van de criteria voor de indeling en relevante beproevingsmethoden;
    • het gebruik van verpakkingen (met inbegrip van gezamenlijke verpakking);
    • het gebruik van tanks (met inbegrip van het vullen daarvan);
    • de procedures voor de verzending (met inbegrip van de kenmerking en etikettering van colli en vervoermiddelen, alsmede de documentatie en voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen);
    • de voorschriften voor de constructie, de beproeving en de toelating van verpakkingen en tanks.
    • het gebruik van vervoermiddelen (met inbegrip van de belading, het samenladen en het lossen);

1.1.2.2

Bijlage A bevat bepaalde bepalingen die volgens artikel 2 van het ADR Bijlage B betreffen of zowel Bijlage A als Bijlage B, namelijk:  
1.1.1          Structuur
1.1.2.3       (Toepassingsgebied van Bijlage B)
1.1.2.4
1.1.3.1       Vrijstellingen die samenhangen met de aard van het vervoersproces
1.1.3.6       Vrijstellingen in samenhang met de vervoerde hoeveelheden per transporteenheid
1.1.4          Toepasbaarheid van andere voorschriften
1.1.4.5       Vervoer dat niet over de weg plaatsvindt

Hoofdstuk 1.2  Definities en meeteenheden 
Hoofdstuk 1.3  Opleiding van personen die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke goederen
Hoofdstuk 1.4  Veiligheidsplichten van de betrokkenen
Hoofdstuk 1.5  Afwijkingen
Hoofdstuk 1.6  Overgangsvoorschriften
Hoofdstuk 1.8  Controlemaatregelen en andere maatregelen voor de ondersteuning van de naleving
van de veiligheidsvoorschriften
Hoofdstuk 1.9  Beperkingen in het vervoer door de bevoegde autoriteiten
Hoofdstuk 1.10 Voorschriften voor de beveiliging
Hoofdstuk 3.1  Algemeen
Hoofdstuk 3.2, kolommen (1), (2), (14), (15) en (19) (toepassing van delen 8 en 9 op individuele stoffen en voorwerpen

 

1.1.2.3

Voor doeleinden van artikel 2 van het ADR specificeert Bijlage B de voorschriften met betrekking tot de constructie, uitrusting en exploitatie van voertuigen die ten vervoer toegelaten gevaarlijke goederen vervoeren:

  • voorschriften met betrekking tot bemanning, uitrusting en exploitatie van voertuigen en documentatie;
  • voorschriften met betrekking tot de constructie en goedkeuring van de voertuigen.

 

1.1.2.4

In artikel 1, onderdeel c), van het ADR behoeft het woord “voertuigen” niet betrekking te hebben op één en hetzelfde voertuig. Een internationaal vervoer kan met verscheidene voertuigen worden verricht, onder voorwaarde dat het vervoer plaatsvindt op het grondgebied van ten minste twee Overeenkomstsluitende Partijen van het ADR, tussen de afzender en de geadresseerde die op het vervoerdocument zijn aangegeven.


1.1.3

Vrijstellingen

 

1.1.3.1

Vrijstellingen die samenhangen met de aard van het vervoersproces
De voorschriften van het ADR zijn niet van toepassing op:

  • vervoer van gevaarlijke goederen, verricht door particulieren, indien deze goederen zijn verpakt voor de verkoop in de detailhandel en zijn bestemd voor hun persoonlijk of huishoudelijk gebruik dan wel voor recreatie of sportactiviteiten, onder voorwaarde dat maatregelen zijn genomen om elke lekkage van de inhoud onder normale vervoersomstandigheden te verhinderen. Indien deze goederen brandbare vloeistoffen zijn, vervoerd in hervulbare houders, die door of voor particulieren worden gevuld, mag de totale hoeveelheid stof 60 liter per houder en 240 liter per transporteenheid niet overschrijden. Gevaarlijke goederen in IBC's, grote verpakkingen of tanks worden niet beschouwd als te zijn verpakt voor verkoop in de detailhandel;
  • (Geschrapt)
  • vervoer, verricht door ondernemingen, dat ondergeschikt is aan hun hoofdbedrijfsactiviteit, zoals leveringen aan of retourleveringen van bouwplaatsen, of in verband met toezicht, herstel of onderhoud, in hoeveelheden van ten hoogste 450 liter per verpakking, inclusief IBC's en grote verpakkingen, en met inachtneming van de in 1.1.3.6 genoemde hoogst toelaatbare hoeveelheden. Er moeten maatregelen worden genomen om elke lekkage van de inhoud onder normale vervoersomstandigheden te verhinderen. Deze vrijstellingen zijn niet van toepassing op klasse 7. Deze vrijstelling geldt echter niet voor vervoer, door bedoelde ondernemingen verricht ten behoeve van hun eigen toelevering of externe dan wel interne distributie;
  • vervoer, uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten voor noodmaatregelen of onder toezicht van hen, voor zover dergelijk vervoer noodzakelijk is in verband met de noodmaatregelen, in het bijzonder vervoer uitgevoerd:
    • door takel- of sleepwagens die bij een ongeval betrokken voertuigen of defecte voertuigen, die gevaarlijke goederen bevatten, vervoeren; of
    • om gevaarlijke goederen, betrokken bij een voorval of ongeval op te vangen, te bergen en naar de dichtstbijzijnde veilige locatie af te voeren;
  • vervoer in noodgevallen, bedoeld om mensenlevens te redden of ter bescherming van het milieu, mits alle maatregelen zijn genomen om ervoor zorg te dragen dat dit vervoer volkomen veilig geschiedt.
  • vervoer van ongereinigde, lege stationaire opslagreservoirs, die gassen hebben bevat van klasse 2, groep A, O of F, stoffen van klasse 3 of klasse 9, verpakkingsgroep II of III of pesticiden van klasse 6.1, verpakkingsgroep II of III, onder de volgende voorwaarden
    • alle openingen, met uitzondering van de drukontlastingsinrichtingen (voorzover aangebracht), moeten hermetisch zijn gesloten;
    • er moeten maatregelen zijn getroffen om onder normale vervoersomstandigheden elke vorm van lekkage te verhinderen; en
    • de lading moet op zodanige wijze zijn bevestigd in draagconstructies, kratten of andere voorzieningen voor de behandeling of aan het voertuig of in de container zelf, dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet los kunnen gaan zitten of verschuiven.

Deze vrijstelling is niet van toepassing op stationaire opslagreservoirs die gedesensibiliseerde ontplofbare stoffen of stoffen hebben bevat, die op grond van het ADR niet ten vervoer zijn toegelaten.

Opmerking: Zie voor radioactieve stoffen ook 1.7.1.4.

 

1.1.3.2

Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van gassen

De voorschriften van het ADR zijn niet van toepassing op het vervoer van:

  1. gassen in brandstofreservoirs of -flessen van voertuigen waarmee vervoer wordt verricht, die dienen voor de voortbeweging daarvan of voor de werking van hun bijzondere uitrusting of bedoeld zijn voor gebruik tijdens het vervoer (bijv. koelinrichtingen);
    De gassen mogen worden vervoerd in vaste brandstofreservoirs of -flessen, die rechtstreeks zijn verbonden met de motor van het voertuig en/of additionele uitrusting of verplaatsbare drukhouders die voldoen aan de toepasselijke wettelijke voorschriften;
    De gezamenlijke inhoud van de brandstofreservoirs of -flessen voor een transporteenheid, met inbegrip van degene die overeenkomstig 1.1.3.3 a) zijn toegestaan, mag niet meer bedragen dan de hoeveelheid energie (MJ) of massa (kg) overeenkomend met 54.000 MJ energie-equivalent.

Opmerking 1: De waarde van 54.000 MJ energie-equivalent komt overeen met de brandstoflimiet van 1.1.3.3 a) (1.500 liter). Voor de energie-inhoud van brandstoffen zie onderstaande tabel:

Brandstof Energie-inhoud
Diesel 36 MJ/liter
Benzine 32 MJ/liter
Aardgas/Biogas 35 MJ/Nm3
Vloeibaar gemaakt petroleum gas (LPG) 24 MJ/liter
Ethanol 21 MJ/liter
Biodiesel 33 MJ/liter
Emulsiebrandstof 32 MJ/liter
Waterstof 11 MJ/Nm3

De totale inhoud mag niet hoger zijn dan:

  • 1.080 kg voor LNG en CNG;
  • 2.250 liter voor LPG.

Opmerking 2: Een op een voertuig bevestigde container die is uitgerust met apparatuur voor gebruik tijdens het vervoer, wordt als integraal deel van het voertuig beschouwd en hiervoor gelden dezelfde vrijstellingen als voor de brandstof die noodzakelijk is voor de werking van de apparatuur.

  1. (Geschrapt);
  2. gassen van de groepen A en O (overeenkomstig 2.2.2.1), indien de druk van het gas in de houderof de tank bij een temperatuur van 20 °C 200 kPa (2 bar) niet overschrijdt en indien het gas geenvloeibaar gemaakt of sterk gekoeld vloeibaar gemaakt gas is. Dit geldt voor elke soort van houderof reservoir, bijv. ook voor diverse onderdelen van machines en apparaten;

Opmerking: Deze vrijstelling is niet van toepassing op lampen. Zie voor lampen 1.1.3.10.

  1. gassen in de uitrusting die dient voor het functioneren van het voertuig (bijv. brandblusapparaten),met inbegrip van gassen in reserveonderdelen (bijv. opgepompte luchtbanden); deze vrijstelling isook van toepassing op opgepompte luchtbanden, die als lading worden vervoerd:
  2. gassen in de bijzondere uitrusting van voertuigen, welke nodig zijn voor het functioneren van dezebijzondere uitrusting tijdens het vervoer (koelapparaten, visreservoirs, verwarmingsapparaten,enz.), alsmede reservehouders voor dergelijke uitrusting en ongereinigde lege wisselhouders, diein hetzelfde voertuig worden vervoerd;
  3. gassen in voedingsmiddelen (behalve UN 1950), met inbegrip van koolzuurhoudende dranken;
  4. gassen in ballen bestemd voor sportdoeleinden; en
  5. (Geschrapt)

 

1.1.3.3

Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van vloeibare brandstoffen

De voorschriften van het ADR zijn niet van toepassing op het vervoer van:

  1. brandstof die zich in reservoirs van een voertuig bevindt, waarmee vervoer wordt verricht en die isbedoeld voor de aandrijving of voor de werking van alle uitrusting die tijdens vervoer wordtgebruikt of waarvan het gebruik tijdens vervoer wordt beoogd.De brandstof mag worden vervoerd in vaste brandstofreservoirs die rechtstreeks zijn verbondenmet de motor van het voertuig en/of additionele uitrusting van het voertuig en die voldoen aan detoepasselijke wettelijke voorschriften, of mag worden vervoerd in draagbare brandstofreservoirs(zoals jerrycans). De gezamenlijke inhoud van de vaste reservoirs mag niet meer bedragen dan 1500 liter pertransporteenheid en de inhoud van een reservoir die op een aanhangwagen is aangebracht, magniet meer bedragen dan 500 liter. Ten hoogste 60 liter per transporteenheid mag worden vervoerd in draagbare brandstofreservoirs. Deze beperkingen zijn niet van toepassing op voertuigen in dienst van hulpdiensten;

Opmerking 1: Een op een voertuig bevestigde container die is uitgerust met apparatuur voor gebruik tijdens het vervoer, wordt als integraal deel van het voertuig beschouwd en hiervoor gelden dezelfde vrijstellingen als voor de brandstof die noodzakelijk is voor de werking van de apparatuur.

Opmerking 2: De gezamenlijke inhoud van de reservoirs of flessen, met inbegrip van die welke gasvormige brandstoffen bevatten, mag niet meer bedragen dan 54.000 MJ energie-equivalent (zie Opmerking 1 in 1.1.3.2 a)).

  1. (Geschrapt)
  2. (Geschrapt)

 

1.1.3.4

Vrijstellingen in samenhang met bijzondere bepalingen of met gevaarlijke goederen, verpakt in gelimiteerde of vrijgestelde hoeveelheden

Opmerking: Zie voor radioactieve stoffen ook 1.7.1.4.

 

1.1.3.4.1

Het vervoer van bepaalde gevaarlijke goederen wordt door bepaalde bijzondere bepalingen van hoofdstuk 3.3 gedeeltelijk of geheel van de voorschriften van het ADR vrijgesteld. Deze vrijstelling is van toepassing indien bij de positie van de overeenkomstige gevaarlijke goederen in kolom (6) van hoofdstuk 3.2, tabel A, de bijzondere bepaling is opgenomen.

 

1.1.3.4.2

Bepaalde gevaarlijke goederen kunnen zijn onderworpen aan vrijstellingen, onder voorwaarde dat is voldaan aan de voorschriften van hoofdstuk 3.4.

 

1.1.3.4.3

Bepaalde gevaarlijke goederen kunnen zijn onderworpen aan vrijstellingen onder voorwaarde dat aan de voorschriften van hoofdstuk 3.5 is voldaan.

 

1.1.3.5

Vrijstellingen in samenhang met ongereinigde lege verpakkingen

Ongereinigde lege verpakkingen (met inbegrip van IBC’s en grote verpakkingen), die stoffen van de klassen 2, 3, 4,1, 5,1, 6,1, 8 en 9 hebben bevat, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR, indien geschikte maatregelen zijn genomen, om mogelijke gevaren uit te sluiten. Deze gevaren zijn uitgesloten indien geschikte maatregelen zijn genomen om alle gevaren van de klassen 1 t/m 9 op te heffen.

 

1.1.3.6

Vrijstellingen in samenhang met de vervoerde hoeveelheden per transporteenheid

 

1.1.3.6.1

Voor de toepassing van deze subsectie zijn gevaarlijke goederen ingedeeld in vervoerscategorieën 0, 1, 2, 3 of 4, zoals aangegeven in kolom (15) van tabel A van hoofdstuk 3.2. Lege ongereinigde verpakkingen die stoffen hebben bevat, welke zijn ingedeeld in vervoerscategorie “0”, worden ook ingedeeld in vervoerscategorie “0”. Lege ongereinigde verpakkingen die stoffen hebben bevat, welke zijn ingedeeld in andere vervoerscategorie dan “0”, worden ingedeeld in vervoerscategorie “4”.

 

1.1.3.6.2

Indien de hoeveelheid gevaarlijke goederen die met een transporteenheid vervoerd wordt,

de in kolom (3) van de tabel van 1.1.3.6.3 aangegeven waarden niet overschrijdt voor een bepaalde vervoerscategorie (indien de gevaarlijke goederen die in de transporteenheid worden vervoerd, tot dezelfde categorie behoren), of

de waarde, berekend overeenkomstig 1.1.3.6.4 (indien de gevaarlijke goederen die in de transporteenheid worden vervoerd, tot verschillende vervoerscategorieën behoren), niet overschrijdt,

mogen zij worden vervoerd in colli in één transporteenheid zonder toepassing van de volgende bepalingen:

  • Hoofdstuk 1.10, behalve voor ontplofbare stoffen van klasse 1, UN-nummers 0029, 0030, 0059, 0065, 0073, 0104, 0237, 0255, 0267, 0288, 0289, 0290, 0360, 0361, 0364, 0365, 0366, 0439, 0440, 0441, 0455, 0456 en 0500 en behalve voor vrijgestelde colli van klasse 7 van UN-nummers 2910 en 2911, indien het activiteitsniveau de A2-waarde overschrijdt;
  • Hoofdstuk 5.3;
  • Sectie 5.4.3;
  • Hoofdstuk 7.2, met uitzondering van V5 en V8 van 7.2.4;
  • CV1 van 7.5.11;
  • Deel 8, met uitzondering van:
  • 8.1.2.1 a),
  • 8.1.4.2 t/m 8.1.4.5,
  • 8.2.3,
  • 8.3.3, 8.3.4 en 8.3.5,
  • hoofdstuk 8.4,
  • S1 (3) en (6),
  • S2 (1), S4,
  • S5,
  • S14 tot en met S21, en
  • S24 van hoofdstuk 8.5;
  • Deel 9.

1.1.3.6.3

Indien gevaarlijke goederen die in de transporteenheid worden vervoerd, tot dezelfde categorie behoren, is de hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid aangegeven in kolom (3) van de onderstaande tabel.

Een Excel versie van onderstaande 1000 punten tabel is te downloaden op deze website.  Klik HIER om de excel sheet te downloaden.

VERVOERS CATEGORIE KLASSE STOFFEN EN VOORWERPEN

MAXIMAAL TOEGESTAAN
IN KG OF LTR

0 1 1.1A, 1.1L, 1.2L, 1.3L

GOEDEREN VALLEN NIET
ONDER DE VRIJSTELLINGSGRENS

1 UN 0190
3 UN 3343
4.2 VERPAKKINGSGROEP I
4.3 UN 1183, 1242, 1295, 1340, 1390, 1403, 1928, 2813, 2965,
2968, 2988, 3129, 3130, 3131, 3134, 3148, 3396, 3398, 3399
5.1 UN 2426
6.1 UN 1051, 1600, 1613, 1614, 2312, 3250, 3294
6.2 UN 2814, 2900
7 UN 2912 t/m 2919, 2977, 2978, 3321 t/m 3333
8 UN 2215 (in gesmolten toestand)
9 UN 2315, 3151, 3152 en 3432, alsmede voorwerpen die deze stoffen of mengsels bevatten
  Alsmede ongereinigde lege verpakkingen die stoffen van deze vervoerscategorie hebben bevat, met uitzondering van verpakkingen die onder UN-nummer 2908 zijn ingedeeld.
 
1 ALLE Verpakkingsgroep I, tenzij genoemd in vervoerscategorie 0 20
1 1.1B tot 1.1J*, 1.2B tot 1.2J, 1.3C, 1.3G, 1.3H, 1.3J, 1.5D*
2 Groepen T, TC*, TO, TF, TOC* en TCF.
Spuitbussen: groepen C, CO, FC, T, TF, TC, TO, TFC en TOC
Chemicaien onder druk: UN 3502, 3503, 3504 en 3505
4.1 UN 3221 t/m 3224, 3231 t/m 3240, 3533 en 3534
5.2 UN 3101 t/m 3104, 3111 t/m 3120
* Voor de UN-nummers 0081, 0082, 0084, 0241, 0331, 0332, 0482, 1005 en 1017 bedraagt de hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid 50kg
 
2 ALLE Stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep II en die niet onder vervoerscategorie 0, 1 of 4 vallen, 333
1 1.4B t/m 1.4G, 1.6N
2 Groep F,
Spuitbussen: groep F,
Chemicalien onder druk: UN 3501
4.1 UN 3225 t/m 3230. 3531 en 3532
4.3 UN 3292
5.1 UN 3356
5.2 UN 3105 t/m 3110
6.1 UN 1700, 2016, 2017 en alle stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep III
9 UN 3090, 3091, 3245, 3480 en 3481
 
3 ALLE Stoffen die zijn ingedeeld in verpakkingsgroep III en die niet onder vervoerscategorie 0, 2 of 4 vallen 1000
2.2 Groepen A en O
Spuitbussen: groepen A en O
Chemische stoffen onder druk: UN 3500
3 UN 3473
4.3 UN 3476**
8 UN 2794, 2795, 2800, 3028,3477en 3506
9 UN 2990 en 3072
** In de nederlandse vertaling is UN 3467 opgenomen. Dit is niet juist!
 
4 1 1.4S GEEN LIMIET
4.1 UN 1331, 1345, 1944, 1945, 2254 en 2623
4.2 UN 1361 en 1362 Verpakkingsgroep III
7 UN 2908 t/m 2911
9 UN 3268, 3499, 3508, 3509
  alsmede ongereinigde lege verpakkingen, die gevaarlijke goederen hebben bevat, met uitzondering van die welke onder de vervoerscategorie 0 vallen
  1. Voor de UN-nummers 0081, 0082, 0084, 0241, 0331, 0332, 0482, 1005 en 1017 bedraagt de hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid 50 kg.
  2. De hoogst toelaatbare totale hoeveelheid voor elke vervoerscategorie komt overeen met een berekende waarde van “1000” (zie ook 1.1.3.6.4)

In de bovenstaande tabel wordt onder “hoogst toelaatbare totale hoeveelheid per transporteenheid” verstaan:

  • voor voorwerpen, de totale massa in kilogrammen van de voorwerpen zonder hun verpakkingen (voor voorwerpen van klasse 1, netto massa van de ontplofbare stof in kg; voor gevaarlijke stoffen in machines en uitrustingen, zoals omschreven in deze Bijlage, de totale hoeveelheid daarin aanwezige gevaarlijke stoffen in kilogram resp. liter);
  • voor vaste stoffen, vloeibaar gemaakte gassen, sterk gekoelde, vloeibaar gemaakte gassen en opgeloste gassen, de netto massa in kilogrammen;
  • voor vloeistoffen, de totale hoeveelheid gevaarlijke goederen in liters;
  • voor gecomprimeerde gassen, geadsorbeerde gassen en chemische stoffen onder druk, de waterinhoud van de houder in liters.

 

1.1.3.6.4

Indien gevaarlijke goederen die behoren tot verschillende vervoerscategorieën, in dezelfde transporteenheid worden vervoerd, mag de som van

  • de hoeveelheid stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 1, vermenigvuldigd met 50,
  • de hoeveelheid van de in voetnoot a) bij de tabel in 1.1.3.6.3 opgesomde stoffen en voorwerpenvan vervoerscategorie 1, vermenigvuldigd met 20,
  • de hoeveelheid stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 2, vermenigvuldigd met 3, en
  • de hoeveelheid stoffen en voorwerpen van vervoerscategorie 3,

een berekende waarde van 1000 niet overschrijden.

 

1.1.3.6.5

Voor de toepassing van deze subsectie wordt geen rekening gehouden met gevaarlijke goederen die overeenkomstig 1.1.3.1 (a), (b) en (d) t/m (f), 1.1.3.2 t/m 1.1.3.5, 1.1.3.7, 1.1.3.9 en 1.1.3.10 vrijgesteld zijn

 

1.1.3.7

Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van inrichtingen voor de opslag en productie van elektriciteit

De voorschriften van het ADR zijn niet van toepassing op inrichtingen voor de opslag en productie van elektriciteit (bv. lithiumbatterijen, elektrische condensatoren, asymmetrische condensatoren, opslagsystemen met metaalhydride en brandstofcellen):

  1. ingebouwd in een voertuig dat een vervoersproces verricht en die bestemd zijn voor deaandrijving ervan of voor de werking van een van de uitrustingsdelen ervan;
  2. aanwezig in apparaten, gebruikt voor de werking ervan of bedoeld voor gebruik tijdens hetvervoer (bv. een draagbare computer).

 

1.1.3.8

Gereserveeerd

 

1.1.3.9

Vrijstellingen in samenhang met gevaarlijke goederen die tijdens vervoer als koel- of conditioneringsmiddel worden gebruikt
Indien zij voor koelings- of conditioneringsdoeleinden in voertuigen of containers worden gebruikt, zijn gevaarlijke goederen die alleen verstikkend zijn (die normaal in de atmosfeer aanwezige zuurstof verdunnen of vervangen) enkel aan de bepalingen van sectie 5.5.3 onderworpen.

 

1.1.3.10

Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van lampen die gevaarlijke goederen bevatten

De volgende lampen zijn niet onderworpen aan het ADR, onder voorwaarde dat zij geen radioactieve stoffen bevatten en geen kwik bevatten in hoeveelheden die de waarden aangegeven in bijzondere bepaling 366 van hoofdstuk 3.3 overschrijden:

  1. Lampen die rechtstreeks van personen of huishoudens worden ingenomen nadat ze naar eeninzamelingsplaats of recyclinginrichting zijn gebracht;

    Opmerking: Hieronder vallen ook lampen die door personen naar een eerste inzamelingsplaats worden gebracht en vandaar naar een andere inzamelingsplaats of naar een inrichting voor tussenverwerking of recycling worden vervoerd.

  2. Lampen die elk niet meer dan 1 g gevaarlijke goederen bevatten en die zodanig zijn verpakt datieder afzonderlijk collo niet meer dan 30 g gevaarlijke goederen bevat, onder voorwaarde dat:
    1. de lampen overeenkomstig een gecertificeerd kwaliteitsbeheersysteemzijn vervaardigd;
      Opmerking: Voor dit doel kan ISO 9001 worden gebruikt.

en

    1. iedere lamp hetzij afzonderlijk in een binnenverpakking is verpakt, doorscheidingswanden van andere gescheiden, hetzij is omgeven door opvulmateriaal dat de lamp beschermt en is verpakt in een stevige buitenverpakking die voldoet aan de algemene bepalingen van 4.1.1.1 en een valproef van een hoogte van 1,2 m kan doorstaan;
  1. Gebruikte, beschadigde of defecte lampen die vanuit een inzamelingsplaats of inrichting voor recycling worden vervoerd en elk niet meer dan 1 g gevaarlijke goederen bevatten en niet meer dan 30 g gevaarlijke goederen per collo. De lampen dienen te worden verpakt in stevige buitenverpakkingen die afdoende zijn om te voorkomen dat onder normale vervoersomstandigheden de inhoud vrijkomt en die voldoen aan de algemene bepalingen van 4.1.1.1 en een valproef van een hoogte van ten minste 1,2 m kunnen doorstaan;
  1. Lampen die uitsluitend gassen van de groepen A en O bevatten (volgens 2.2.2.1), onder voorwaarde dat zij zodanig zijn verpakt dat alle effecten van scherfwerking bij breuk van de lamp beperkt blijven tot binnen het collo.
    Opmerking: Voor lampen die radioactieve stoffen bevatten, zie 2.2.7.2.2.2 (b).

Opmerking: Voor lampen die radioactieve stoffen bevatten, zie 2.2.7.2.2.2 (b).


1.1.4

Toepasbaarheid van andere voorschriften

 

1.1.4.1

Gereserveerd

 

1.1.4.2

Vervoer in een transportketen die vervoer over zee of door de lucht omvat

 

1.1.4.2.1

Colli, containers, bulkcontainers, transporttanks, tankcontainers en MEGC's die niet volledig voldoen aan de voorschriften van het ADR wat betreft de verpakking, gezamenlijke verpakking, kenmerken en etikettering van colli of het aanbrengen van grote etiketten en oranje borden, doch die wel voldoen aan de voorschriften van de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO, mogen, voor zover de transportketen vervoer over zee of door de lucht omvat, onder de volgende voorwaarden worden vervoerd:

  1. De colli moeten, voor zover de kenmerken en etikettering niet voldoen aan het ADR, volgens de voorschriften van de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO van kenmerking en gevaarsetiketten zijn voorzien;
  2. Op de gezamenlijke verpakking in een collo zijn de voorschriften van de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO van toepassing
  3. Bij vervoer in een transportketen die vervoer over zee omsluit, moeten de containers, bulkcontainers, transporttanks, tankcontainers of MEGC's, voor zover zij niet van kenmerking en grote etiketten conform hoofdstuk 5.3 van deze Bijlage zijn voorzien, van kenmerking en grote etiketten conform hoofdstuk 5.3 van de IMDG Code zijn voorzien. In een dergelijk geval is alleen 5.3.2.1.1 van deze Bijlage van toepassing op de kenmerking van het voertuig zelf. Bij ongereinigde, lege transporttanks, tankcontainers en MEGC's geldt deze bepaling ook voor het aansluitend vervoer naar een reinigingsbedrijf.

Deze afwijking geldt niet voor goederen die volgens het bepaalde in de klassen 1 t/m 9 van het ADR wel als gevaarlijk zijn ingedeeld, maar die volgens de voorschriften van de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO niet als gevaarlijk worden beschouwd.

 

1.1.4.2.2

Transporteenheden, die bestaan uit een voertuig of voertuigen - met uitzondering van die, welke containers, transporttanks, tankcontainers of MEGC's zoals bedoeld in 1.1.4.2.1 c) vervoeren - die niet van grote etiketten zijn voorzien overeenkomstig het bepaalde in 5.3.1 van het ADR, maar die van de kenmerking en de grote etiketten zijn voorzien overeenkomstig hoofdstuk 5.3 van de IMDG Code, zijn ten vervoer toegelaten in een transportketen die zeevervoer omvat, onder voorwaarde dat wordt voldaan aan de bepalingen van 5.3.2 van het ADR inzake oranje borden.

 

1.1.4.2.3

Voor vervoer in een vervoersketen met inbegrip van zee- of luchtvervoer, mag de onder 5.4.1 en 5.4.2 en onder elke bijzondere bepaling van hoofdstuk 3.3 vereiste informatie worden vervangen door het vervoerdocument dat en de informatie die door respectievelijk de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO vereist wordt; onder voorwaarde dat alle aanvullende informatie voorgeschreven in het ADR ook wordt toegevoegd.

Opmerking: Voor vervoer overeenkomstig 1.1.4.2.1, zie ook 5.4.1.1.7. Voor vervoer in containers, zie ook 5.4.2.

 

1.1.4.3

Gebruik van transporttanks van het IMO-type, toegelaten voor het zeevervoer

Transporttanks van het IMO-type (typen 1, 2, 5 en 7) die niet voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 6.7 of 6.8, maar die vóór 1 januari 2003 volgens de voorschriften van de IMDG Code (Amendement 29-98) gebouwd en toegelaten werden, mogen verder worden gebruikt, onder voorwaarde dat zij voldoen aan de toepasselijke voorschriften inzake periodieke keuring en inspectie van de IMDG Code*1. Bovendien moeten ze voldoen aan de bepalingen overeenkomend met de in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (10) en (11) aangegeven instructies, alsook aan de bepalingen van hoofdstuk 4.2. van het ADR. Zie ook 4.2.0.1 van de IMDG Code.

*1 De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft de "Guidance on the Continued Use of Existing IMO Type Portable Tanks and Road Tank Vehicles for the Transport of Dangerous Goods" (Leidraad voor de voortzetting van het gebruik van transporttanks en tankvoertuigen voor het wegvervoer van het IMO-type voor het vervoer van gevaarlijke goederen) uitgegeven als circulaire CCC.1/Circ.3 en corrigenda. De Engelse tekst van deze leidraad is te vinden op de website van de IMO onder: www.imo.org

 

1.1.4.4

Gereserveerd

 

1.1.4.5

Vervoer dat niet over de weg plaatsvindt

 

1.1.4.5.1

Indien een voertuig, gebruikt voor het vervoer dat is onderworpen aan de voorschriften van het ADR, een gedeelte van het traject niet over de weg aflegt, dan zijn voor dit gedeelte van het traject uitsluitend de nationale of internationale voorschriften van toepassing, die eventueel van kracht zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen met de vervoertechniek, waarmee het wegvoertuig wordt vervoerd.

 

1.1.4.5.2

In de gevallen als bedoeld in 1.1.4.5.1 hierboven, kunnen de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen bij het ADR overeenkomen om de voorschriften van het ADR toe te passen op het gedeelte van een traject, dat een voertuig niet over de weg aflegt, aangevuld, voor zover noodzakelijk, met bijkomende voorschriften, tenzij dergelijke overeenkomsten tussen de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen bij het ADR strijdig zijn met de internationale overeenkomsten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen door de vervoertechniek, waarmee het wegvoertuig over dit gedeelte van het traject wordt vervoerd, bijv. het Internationaal Verdrag voor de Veiligheid van Mensenlevens op Zee (SOLAS), waarbij de Overeenkomstsluitende Partijen bij het ADR eveneens overeenkomstsluitende partijen zijn.

Deze overeenkomsten moeten door de Overeenkomstsluitende Partij die het initiatief tot het afsluiten van de overeenkomst heeft genomen, worden meegedeeld aan het Secretariaat van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, dat deze overeenkomsten ter kennis zal brengen aan de Overeenkomstsluitende Partijen.

 

1.1.4.5.3

In het geval waarin een wegtransport, dat is onderworpen aan de voorschriften van het ADR, over het gehele traject of gedeelte daarvan is onderworpen aan de voorschriften van een internationale overeenkomst inzake het vervoer van gevaarlijke goederen anders dan over de weg, welke op het betrokken wegtransport van toepassing is op grond van bepalingen dier overeenkomst welke de toepasselijkheid daarvan mede op bepaalde vervoeren door middel van motorvoertuigen met zich brengen, zijn de voorschriften van die overeenkomst op het betrokken traject van toepassing naast de bepalingen van het ADR, voor zover deze laatste daarmede niet strijdig zijn; met die overeenkomst strijdige voorschriften van het ADR blijven te dezen buiten toepassing.


1.1.5

Toepassing van normen

Indien toepassing van een norm is vereist en de norm en de bepalingen van het ADR conflicteren, prevaleren de bepalingen van het ADR. De vereisten van de norm die niet met het ADR conflicteren, worden toegepast zoals aangegeven, met inbegrip van de vereisten van enige andere norm, of van een deel van enige andere norm, die in die norm als normatief wordt aangeduid.

 

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief